Bevolkingsonderzoeken naar kanker

Met gerichte acties meer mensen bereiken

Het Centrum voor Kankeropsporing stelde vandaag in aanwezigheid van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de laatste cijfers voor (2013 en 2014) over de bevolkingsonderzoeken borst-, baarmoederhals,- en dikkedarmkanker.

De bevolkingsonderzoeken bieden de beste kans om kankers vroegtijdig te vinden en zo de kans op overleving te vergroten. “Via gerichte acties willen we daarom nog meer mensen bereiken”, zegt Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. “Zo zullen de huisartsen voor borstkankeropsporing in gemeenten met een lage participatiegraad de vrouwen een uitnodiging sturen om zich te laten screenen. We weten uit eerder onderzoek dat dit effectief tot een hogere deelname leidt. Voor baarmoederhalskanker starten we dan weer een pilootproject waarbij we vrouwen die al meerdere jaren niet hebben deelgenomen een zelfafnametest bezorgen.”

Dr. Patrick Martens van het Centrum voor Kankeropsporing voegt toe: “We starten daarnaast een onderzoek om beter zicht te krijgen op de redenen waarom mensen niet deelnemen. Met de resultaten willen we in samenwerking met de Vlaamse werkgroep Sensibilisering die bestaat uit ngo’s, ziekenfondsen, Logo’s en andere betrokken organisaties op zoek gaan naar passende acties.”

Bevolkingsonderzoek borstkanker: gunstige evolutie
Het bevolkingsonderzoek borstkanker bestaat al 14 jaar en blijft met de huidige kwaliteit de beste manier om borstkanker vroegtijdig op te sporen. In 2014 kregen 406.913 vrouwen een uitnodiging voor een screeningsmammografie. 48% ging hierop in. Als je daarbij de vrouwen optelt die buiten het bevolkingsonderzoek een mammografie krijgen of die uitgesloten zijn voor deelname (vb. omdat ze in behandeling zijn) dan kom je op 65%. Dit is al een goed resultaat, maar kan nog beter. De kwaliteit van het bevolkingsonderzoek evolueert gunstig en de resultaten vallen binnen de Europese aanbevelingen. In vergelijking met vorige jaren worden minder vrouwen onterecht ongerust gemaakt (minder vals positieve resultaten) zonder dat er meer vrouwen na een niet afwijkend resultaat binnen de twee jaar toch borstkanker krijgen (intervalkankers). De meeste deelnemers kregen binnen de 16 dagen het resultaat van het onderzoek (EU-norm = 21 dagen). In 2014 vond bij 42% van de vrouwen met een afwijkende mammografie binnen de week een vervolgonderzoek plaats en bij 94% binnen de maand.

Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker focust op hogere deelname bij vrouwen vanaf 50 jaar
Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is pas 2 jaar geleden gestart. Het belang van het bevolkingsonderzoek is om vrouwen te bereiken die zich voordien niet of onregelmatig lieten onderzoeken. Van deze vrouwen krijgt de groep tussen 25 en 64 jaar om de drie jaar een uitnodiging. In 2014 was dat het geval voor 365.843 vrouwen. Van hen laat 11% binnen het jaar een uitstrijkje van de baarmoederhals nemen. Het is aanbevolen zich om de drie jaar te laten onderzoeken. Bij 61% van de doelgroep gebeurt dit, maar bijna 40% neemt niet of onregelmatig deel. De hoogste deelname is er bij de leeftijden 30 tot 39 jaar, namelijk 68%. Daarna daalt deze met de leeftijd, tot slechts 46% voor de 60- tot 64-jarigen. Het streefdoel is 65% tegen 2020. Het is een uitdaging om vooral een hogere deelname te realiseren bij de vrouwen vanaf 50 jaar.

Bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker zet goede start voort
Dit onderzoek startte in oktober 2013. In 2014 kregen 657.887 mensen een brief met de stoelgangtest. 331.117 stuurden de test op. Bij 8% werd een afwijkend resultaat gevonden. Het percentage afwijkende testen is hoger bij mannen (10%) dan bij vrouwen (6%), wat logisch is omdat dikkedarmkanker meer voorkomt bij mannen.

Bij een afwijkende stoelgangtest wordt een volledige coloscopie (kijkonderzoek van de dikke darm) aanbevolen. In 2013 gebeurde dat bij 78% van de mensen met een afwijkende stoelgangtest (gegevens 2014 zijn nog niet volledig). Bij 53% van de deelnemers die een coloscopie lieten uitvoeren na een afwijkende stoelgangtest, werden poliepen gevonden en bij 8% kanker. “Dit onderzoek is nog jong. We zijn op de goede weg om alle Europese kwaliteitsnormen te halen. Naast de acties om meer mensen te bereiken, beogen we vooral een betere opvolging bij een afwijkend resultaat. Meer mensen moeten na een afwijkende screeningstest een coloscopie krijgen”, zegt dr. Martens.

Meer informatie vindt u in het jaarrapport 2015 van het Centrum voor Kankeropsporing en Stichting Kankerregister: www.bevolkingsonderzoek.be