Waar hebben jonge nabestaanden na zelfdoding nood aan?

Zowel online als offline ondersteuning nodig

Jonge nabestaanden na zelfdoding hebben nood aan een uitgebreid hulp- en ondersteuningsaanbod, specifiek op maat van jongeren. Dit blijkt uit onderzoek van Werkgroep Verder, de organisatie voor nabestaanden na zelfdoding in Vlaanderen, in samenwerking met Cera en de Arteveldehogeschool. Deze drie partners onderzochten de noden en behoeften bij jonge nabestaanden na zelfdoding en hun vrienden aan de hand van een online enquête, actieonderzoek en afsluitende focusgroepen met experten, jonge nabestaanden en hun vrienden.

Ondersteuning: online én offline

De resultaten van die enquête duiden op een ’en-en-verhaal‘, een combinatie van online en offline hulp. De ondervraagde jongeren hebben nood aan een ruim aanbod waarin ze zelf kunnen kiezen tussen online en offline ondersteuning, afhankelijk van hun voorkeuren en waar ze zich op dat moment bevinden in hun rouwproces. Ze geven aan dat dit brede aanbod specifiek gericht moet zijn op jonge nabestaanden én ook aandacht moet hebben voor het verder leven na de zelfdoding van een dierbare.

Lisa getuigt

Lisa was 17 toen ze haar tante verloor door zelfdoding. Ze zat in het laatste jaar van de middelbare school en haar hele leven veranderde. “Het verlies op zich kon ik tot op zekere hoogte plaatsen. Mijn tante was een optimistische, maar zeer gevoelige vrouw. Ze voelde de pijn van anderen en stond altijd klaar voor iedereen. Ze zag ook vaak meer in anderen dan in zichzelf. Terwijl anderen boos waren en met veel vragen zaten, zat ik vooral met veel verdriet en een gevoel van verlies.”

Lisa had vooral moeite met de reacties van haar omgeving, haar vrienden en hun ouders. “School en vrienden, op die leeftijd is dat alles wat belangrijk is. Op het moment dat ik hen het meeste nodig had, wisten de meesten zich geen houding aan te meten. Ook hun ouders hadden liever dat hun kinderen niet te veel in contact kwamen met wat er was gebeurd, alsof uit het leven stappen, iets besmettelijk was.” Nu, enkele jaren later is Lisa een sterke en vooral creatieve vrouw. Het schrijven van gedichten was voor haar een uitlaatklep en een manier om zich in de gedachten van haar overleden tante te verplaatsen. “Ik had het gevoel dat ik op die manier aan de wereld kon uitleggen wat er gebeurd was en hoe zij naar het leven keek en hoe zij zich voelde.”

Lisa wou haar verhaal graag delen omdat anderen in gelijkaardige situaties er misschien iets aan kunnen hebben. “Het is een hard verhaal en mijn leven veranderde helemaal. Maar ik wil toch een positieve boodschap meegeven: uiteindelijk lukte het mij wel om het een plaatsje te geven en een zekere rust te vinden. Met de juiste ondersteuning van vrienden, maar ook hulpverleners kunnen jongeren volgens mij beter omringd worden.”

Voor een schoolopdracht maakte Lisa hierover onderstaand filmpje: zelfportret.

 

Bij het verwerken van het verlies verkiezen 7 op 10 jongeren een persoonlijk gesprek met een hulpverlener, slechts 30% kiest voor een groepsgesprek onder begeleiding van een hulpverlener en 38% wil ook online kunnen chatten of e-mailen met een hulpverlener.

“Rouwen is echter meer dan verliesverwerking, het is ook herstelgericht werken, waarbij de nadruk ligt op hoe verder te gaan”, legt Lore Vonck, coördinator van Werkgroep Verder uit. “Zoals we al weten is lotgenotencontact hierbij belangrijk. Uit ons onderzoek blijkt dat jonge nabestaanden zich niet willen focussen op verlies als ze samen zijn met lotgenoten, maar vooral de verbondenheid willen voelen door bijvoorbeeld samen leuke activiteiten te doen. Ook gaf 56% aan nood te hebben aan chatsessies met andere jonge nabestaanden.”

Hoe reageren als goede vriend?

Peers, vrienden van nabestaande jongeren, getuigen in het onderzoek dat ze vooral op zoek zijn naar informatie over het verwerkingsproces na een zelfdoding. Ze vragen zich ook af hoe ze best reageren en hun vrienden in hun verlies kunnen ondersteunen. Verder bleek dat de leeftijdsgroep 14- tot 18- jarige nabestaanden en peers moeilijker te bereiken is. Het betrekken van de omgeving van deze jongeren is dus cruciaal, onder meer om hen naar het beschikbare (hulp)aanbod te leiden.

“Met de resultaten van dit onderzoek gaan we aan de slag om ons aanbod uit te breiden zodat we deze jongeren zo goed mogelijk kunnen ondersteunen”, besluit Werkgroep Verder.

 

 

 

zelfportret from Lisa Gadeyne on Vimeo.

Wie vragen heft over zelfdoding kan terecht bij de zelfmoordlijn op het nummer 1813 of via de website www.zelfmoord1813.be

Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.