Een pleegkind is als een geschenk

'Pleegouder móet je niet zijn, dat mág je zijn.'

Vanaf woensdag 19 juli komt de film Summer 1993 in de zalen. De film vertelt het verhaal van de zesjarige Frida die na het overlijden van haar ouders in Barcelona, opgenomen wordt in het gezin van haar tante en nonkel die op het Spaanse platteland wonen. Het verhaal van Frida toont zowel de mooie als moeilijke momenten van het pleegzorgverhaal, en die blijken erg herkenbaar voor pleegmama Marianne en pleegzoon Yari, die samen met ons de film bekeken.

Yari’s levensverhaal is van het soort waar je sprakeloos met open mond naar luistert. Hij werd geboren in een gezin met weinig stabiliteit, waar al drie oudere kindjes aanwezig waren. Niemand wist dat zijn mama zwanger was. Tot een tweetal weken na de bevalling – die zijn mama helemaal alleen heeft doorstaan - wist zelfs bijna niemand van zijn bestaan af. Enkel tegen de huisdokter vertelde ze dat ze niet voor een vierde kindje zou kunnen zorgen omdat ze mentaal en fysiek ziek was. De huisdokter bracht Kind en Gezin op de hoogte, en zij brachten kleine Yari naar het ziekenhuis. Twee weken later pas vertelde Yari's mama pas aan zijn papa dat hij geboren was. Yari: “Voor onze omgeving was het meteen duidelijk dat mijn ouders niet voor me konden zorgen. Mijn tante en nonkel hebben mij en mijn broer en zussen dan tijdelijk in huis genomen. Na een tijdje zijn mijn broer en zussen weer bij mijn biologische mama gaan wonen, maar ik ben gebleven.” 

Toen Mariannes broer vroeg of zijn zoontje misschien permanent bij hen kon komen wonen, zei ze hem dat ze het eerst aan haar man moest vragen. “We hadden zelf immers pas een vierde kindje gekregen. Maar mijn man was meteen akkoord. Hij heeft zelf zijn jeugd in een instelling doorgebracht, en weet als geen ander hoe belangrijk het is een warme thuis te hebben. En met onze baby erbij zou het net zijn alsof we voor de tweede keer een tweeling hadden. Yari’s biologische mama stond achter de plaatsing: ik wil het beste voor hem, en dat kan ik hem niet geven.” Mensen vragen Yari wel eens wat hij daarvan vindt. “Ik kan niet kwaad zijn op mijn biologische mama”, zegt hij. “Ze heeft me het mooiste geschenk gegeven dat je kan krijgen: het leven zelf.”
Marianne herinnert zich nog goed het moment waarop ze Yari gingen ophalen, meer dan twintig jaar geleden. “Kind en Gezin had hem naar het ziekenhuis gebracht, waar hij ‘op ons lag te wachten’. Na contact met het Comité Bijzondere Jeugdzorg konden we hem ophalen. Ik herinner me nog Yari zijn blik. Die zei: pak mij mee, laat me niet achter.” 

 

Extra knuffels 

“Vanaf het eerste moment was Yari evenveel mijn zoon als mijn andere kinderen”, vertelt Marianne. Yari heeft dat zelf ook altijd zo aangevoeld. “Al voelde het soms toch anders, maar daarom net misschien nog krachtiger. Ik voel dat ik meer dan op mijn plaats ben. Bij mijn opa ook, die geeft me soms een extra knuffel, zet het soms extra in de verf dat ik erbij hoor. Daarom voelt de band soms zelfs sterker. Dat gevoel herkende ik zeker ook in de film: op het einde huilt Frida hartverscheurend, naar mijn aanvoelen omdat ze op dat moment beseft dat ze een plaats heeft in het gezin, dat ze er mag zijn, en dat ze even welkom is als haar zusje dat wel een biologisch kind is van de pleegouders.” 

Maar pleegzorgsituaties zijn niet altijd rozengeur en maneschijn. Ook dat herkenden Marianne en Yari uit de film. “In de film komen de grootouders van Frida af en toe vanuit de stad naar het platteland om zich te ‘moeien’ met de opvoeding van hun kleinkind”, merkt Marianne op. “Ondertussen hebben we al verschillende pleegkindjes gehad – ik denk tussen de 30 en 40 al, sommigen voor een kortere, andere voor een langere periode. En af en toe gebeurde het dan ook wel eens dat de biologische familie zich wilde laten gelden of dat er vanuit de omgeving kwaad over ons gesproken werd omdat we zoveel ‘vreemde’ kinderen in huis hadden. Maar ik trek me er niet te veel van aan.”

Bekijk hier de trailer van Summer 1993, de film over de Spaanse Frida die als pleegkind wordt opgenomen in het gezin van haar tante en nonkel. (Lees verder onder het filmpje.)

Marianne zorgde dus al voor enkele tientallen pleegkinderen. Voor sommige enkele maanden, voor anderen wel vijftien of twintig jaar of langer. Ze heeft daarbij altijd ook aandacht en begrip gehad voor de biologische ouders. “Als onze pleegkinderen wel eens vloekten op hun biologische ouders, benadrukte ik altijd dat hun ouders er wel nog voor gezorgd hebben dat ze op een goede plek terechtkwamen. Er zijn altijd kindjes die minder goed af zijn en in een dekentje in een doos of in de vondelingschuif achtergelaten worden. De biologische ouders kiezen vaak niet zelf voor hun situatie en voor het feit dat ze niet voor hun kind kunnen zorgen. Vaak wordt boven hun hoofd beslist dat ze hun kind moeten afgeven. Stel je maar eens in hun plaats.” 

Het mooiste geschenk

Marianne zegt dat ze vaak dankbaar is dat ze pleegouder mag zijn. “Wij moeten dat niet zijn hè? Wij mogen dat. We zien dat als een geschenk. Kijk maar gewoon naar Yari: kan je je een mooier geschenk inbeelden?” Op schrikkeldag kreeg de familie de officiële papieren in verband met de pleegzorg voor Yari toegestuurd. Nu nog geven ze om de vier jaar een groot feest voor iedereen die hen apprecieert om wat ze doen. “Dan nodigen we mensen uit van de jeugdbeweging, de voetbalclub, de school… Zeker de school vergeten we niet. De leerkrachten staan als een blok achter ons, onze pleegkinderen zijn voor hen ook hetzelfde als onze eigen kinderen”, benadrukt Marianne. “Bij moederdag letten ze er ook altijd goed op dat ze twee cadeautjes meegeven”, vult Yari aan. “Ze doen dat kleine tikkeltje extra voor ons, en dat is fantastisch.” 

Marianne apprecieert die medewerking ook heel erg. “Pleegzorg gaat niet altijd van een leien dakje, we krijgen ook wel eens negatieve reacties uit de omgeving. Er komen kindjes bij ons die amper goede voeding kennen, erg laat zijn met lopen… Die helpen we hun achterstand inhalen. Letterlijk en figuurlijk voeden we hen, met eten, maar ook met kleuren en texturen en geuren en smaken. Sommige kinderen verstoppen zich aanvankelijk letterlijk, ze kruipen onder de tafel. Maar stilaan komen ze uit hun schulp en komen ze meer onder de mensen. Als je hen dan ziet opgroeien tot jonge gasten die toch een goede studie aankunnen: daarvoor doen we het.” 

 

Rugzakje uitpakken

Of je nu goed opgevangen wordt of niet, je blijft de situatie toch meedragen. Yari: “Elk pleegkind heeft een rugzakje met heel wat bagage. Soms doe je dat eens open en haal je daar iets uit en wil je dat eens bekijken en bespreken. Als pleegouder moet je dan sterk staan om daar eerlijke antwoorden op te geven. Je moet de dingen niet onder de mat vegen. Ik wist perfect hoe het allemaal in elkaar zat. Dat helpt ook om alles een plaats te geven.” Toen Yari 15 was, zochten zijn broer en zussen opnieuw contact met hem. “De eerste keer dat we elkaar terugzagen hebben we tot diep in de nacht rond de tafel gezeten en veel gepraat en vragen gesteld. Zij wisten enkel dat ik bestond en bij een tante opgroeide, meer niet. Maar nu zien elkaar regelmatig en heb ik een goede band met hen.” 

“Rijk gaan onze kinderen gaan onze kinderen nooit worden”, besluit Marianne. “Van pleegzorg word je financieel niet rijk. Maar ze hebben een rijkdom aan de vele broers en zussen, sterke sociale vaardigheden en voelen zich rijk door dat alles te kunnen delen.”

www.pleegzorgvlaanderen.be 

 

 

Foto's
Jan Locus
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.