Eerst brood dan cake

Of niet soms?

Harold Polis is essayist en uitgever. Voor Weliswaar blogt hij over hete hangijzers in de samenleving en hoe de tijdsgeest onze sociale omgang met elkaar bepaalt.

Als je buitenlandse vrienden op bezoek hebt, krijg je de opmerking onvermijdelijk te horen: besef je wel in wat voor een fijn land je woont? Oké, onze files zijn een domper, maar de levensstandaard ligt hoog en de welzijns- en gezondheidszorg is top. De reden daarvoor heeft niet alleen met veel geld te maken, maar ook met de manier waarop we het verdelen. De afgelopen decennia hebben we onze verdelingsmechanismen steeds meer verfijnd. Daarom hebben we het gemiddeld beter dan mensen die op minder fortuinlijke plekken leven.

Gelukkig stellen we ons ook voortdurend de vraag hoe we die verdeling nog beter kunnen regelen. Het welslagen daarvan hangt voor een groot deel van onszelf af. Sommige factoren lijken we niet in de hand te hebben. Neem nu fysieke eigenschappen. In de Bosnische regio Herzegovina zijn mannen gemiddeld heel lang – handig als je basket. Hun lengte heeft een genetische verklaring. Hoe komt het dan dat Nederlandse mannen, wereldkampioenen gemiddelde lengte, de afgelopen eeuw sneller zijn gegroeid dan hun Bosnische broeders?

De verklaring is eenvoudig. In Bosnië eten ze voedsel met minder eiwitten en hebben ze minder welvaart. Als een samenleving vooruitgang wil boeken, moet ze het dus voor iedereen gemiddeld beter proberen te maken. Dat heldere inzicht mogen we nooit uit het oog verliezen, zeker niet als het over welzijn en gezondheid gaat.

De geschiedenis van onze hedendaagse welvaartstaat kan je gek genoeg ook bij de gemiddelde lengte van mannen laten beginnen. De jonge Britse historicus Chris Renwick beschrijft in het recent verschenen Bread for All. The Origins of the Welfare State hoe dat in zijn werk ging. Tijdens de tweede Boerenoorlog (1899- 1902) werden de Britten zich plots pijnlijk bewust van de slechte fysieke staat van hun mannelijke bevolking. Een overgroot deel van de oorlogsvrijwilligers werd afgekeurd. Te klein, te dun, te slap: niet in staat om een geweer vast te houden. Dit kwam als een schok voor de Britse publieke opinie, in die mate dat er een obsessie ontstond rond ‘de degeneratie van het volk’. Omdat in die jaren de ongelijkheid in de Britse samenleving op tal van vlakken onhoudbaar was, kwam er een klimaat waarin politici en wetenschappers intens zochten naar oplossingen.

Al die inspanningen mondden uit in het befaamde BeveridgeRapport (1942), dat in heel West-Europa na de Tweede Wereldoorlog navolging kreeg. In dat sociale contract vond de moderne staat een nieuwe bestaansreden: welvaart voor allen. Het heeft ervoor gezorgd dat we met zijn allen heel wat centimeters zijn gegroeid in vergelijking met onze voorouders. Nu de nieuwe vormen van ongelijkheid in onze samenleving steeds duidelijker worden, klinkt de oude strijdkreet van de economist en sociale hervormer William Beveridge verrassend actueel: “Bread for all, before cake for some.” In plaats van de kruimels op te rapen die van de rijkentafel vallen, moet je voor iedereen de essentiële dingen organiseren die bij een moderne samenleving horen. Eerst brood, dan pas cake. Zo varen we er allemaal wel bij.

Harold Polis

Foto's
Bob Van Mol
Tags
136