Een wervelwind van gevoelens

Als geadopteerden zelf ouders worden

Een kind verwachten is spannend en emotioneel voor toekomstige ouders. Het brengt grote veranderingen met zich mee op persoonlijk, relationeel, sociaal en familiaal vlak. Als je geadopteerd bent, kan het (nakend) ouderschap extra uitdagend zijn door de nieuwe invulling die het geeft aan het geadopteerd zijn.

Naast geluk en blijdschap kunnen gevoelens van verlies, verdriet, angst en vragen rond identiteit en afkomst opnieuw of voor het eerst naar boven komen. Hoewel elk verhaal uniek is, kunnen gelijkaardige thema’s spelen bij geadopteerden die moeder of vader worden. Geadopteerde ouders getuigen over hun verhaal.

Een mix van vreugde en verdriet

Als je zwanger wordt of een kind krijgt, is het normaal dat je stilstaat bij je eigen her- komst en geboorteverhaal. Uit onderzoek blijkt dat dit bij geadopteerden gevoelens van verlies en verdriet, angst en depres- sie kan losmaken. Als geadopteerde is je beginverhaal onlosmakelijk verbonden met verlies- en verdrietervaringen, zoals afgestaan zijn, het gebrek aan kennis over het begin van het leven, of de pijn van de eerste ouders. De zwangerschap en geboorte van een kind kunnen deze gedachten en emoties in een nieuw dag- licht plaatsen. Verschillende geadopteerde ouders vertellen dat ze hulp zochten om met angst en depressieve gevoelens om te gaan, niet enkel voor hun eigen welzijn maar ook voor dat van hun kinderen. Andere geadopteerden kiezen er bewust voor om geen kinderen te krijgen, omdat het te veel twijfels oproept.

Annick: “Enerzijds was ik heel blij om dat nieuwe leven. Anderzijds sloeg de schrik toe. Gaan we dat wel goed doen? Ik weet niet waarom mijn geboortemama mij afstond. Dat speelde heel erg. Moest ze het doen of kon ze het niet aan? Ik projecteerde dat naar mijn toekomst. Mijn geboortemama slaagde er niet in me op te voeden. Zou het mij wel lukken? Uiteindelijk heb ik die twijfel kunnen omzetten naar veerkracht. Ja, ik ga het beter doen!”

Verwondering over de genetische band

Voor geadopteerden zijn eigen kinderen mogelijk de allereerste genetische verwan- ten die ze kennen en met wie ze een nauwe band hebben. Voor velen is dit een krachtige en belangrijke ervaring. Verwondering over de fysieke en karakteriële gelijkenissen blijft vaak bestaan, ook als de kinderen al ouder zijn. Daarnaast verwijzen sommige geadopteerde ouders in de relatie met hun kinderen naar een diep gevoel van verbondenheid en bij elkaar horen. Hoewel zelf kinderen krijgen herstellend kan zijn voor het gevoel van leegte waarmee geadopteerden mogelijk kampen, is dat niet voor alle geadopteerden zo. Bovendien kan de fysieke band met kinderen herinneren aan het ontbreken van kennis over andere genetische verwanten.
 
Tomas: “Op het moment dat we ons eerste kind kregen, maakte ik nog niet echt de link met adoptie. Ik stelde me niet te veel vragen over wat adoptie voor mij zou betekenen. Toen mijn dochter geboren werd, was het gevoel van herkenning een unieke belevenis. Mijn dochter is de eerste persoon op deze aardbol waarvan ik weet dat we hetzelfde DNA delen. In die zin overstijgt onze band de pure vaderdoch- terrelatie. Naarmate mijn kinderen ouder worden, hecht ik er meer belang aan om me te omringen met mensen met wie ik een bloedverwantschap heb. Als ze baby zijn, herken je uiterlijke kenmerken, maar als ze ouder worden, herken je ook innerlijke kenmerken. Dat is fijn om vast te stellen.”

De wens om de best mogelijke ouder te zijn 

Geadopteerden willen hun kinderen de best mogelijke jeugd geven, de best mogelijke ouder zijn voor hun kind. Dat geldt voor bijna alle ouders, maar bij geadopteerden vloeit dit voort uit een verlangen om het beter te doen dan hun eerste en/of adoptieouders. Ze willen vermijden dat de geschiedenis zich herhaalt. Dit kan verlies- en angstgevoelens met zich meebrengen. Sommige mama’s zijn in de periode na de bevalling bang om van hun baby gescheiden te worden en blijven ook daarna nog heel beschermend. Andere mama’s vertellen dat deze angst ertoe leidde dat zij een tijd emotioneel afstand hielden van hun baby. Ze wilden zichzelf beschermen tegen de pijn van een mogelijk verlies.

Annick: “Ik ben veel te bezorgd en ik denk dat dat deels te maken heeft met mijn geadopteerd zijn. ‘Kijk, ik kan wel voor mijn kind zorgen’. Alsof ik moet bewij- zen dat ik het beter kan dan mijn ouders die mij afstonden. Dat begon al tijdens de zwangerschap. Ik schreef toen veel op. Noch mijn adoptiemama, noch mijn geboortemama konden me iets vertellen over die periode. Ik wou er aan mijn zoon wel over kunnen vertellen. Ik had die kans, dus ik wou dat doen. Mijn partner, die ook geadopteerd is, vond dat ook belangrijk. Dat wij onze zoon verhalen over zijn begin konden meegeven, hielp me heel erg in mijn eigen verwerkingsproces. Onze zoon was al belangrijk voor ons tijdens de zwangerschap. Dat wou ik aantonen.”

An Sheela: “Bij mijn oudste wou ik alles volgens het boekje doen. Ik was enorm beschermend, maar andere mama’s hebben dat ook. Ik heb dat toen niet als adoptiegerelateerd ervaren. De zwangerschap, toen ze nog veilig in mijn buik zaten, was heel persoonlijk. Ik wilde alles voor hen doen en geven. Ik zette mijn carrière op een lager pitje om voor hen te kunnen zorgen. De liefde die ik niet kon geven in mijn jeugd, heb ik ten volle losgelaten op mijn kinderen. Eindelijk kon ik die onvoorwaardelijke liefde uiten.”

Begrip en onbegrip voor de eerste ouders

Als een geadopteerde kinderen krijgt, kan dit de blik op de eerste ouders verbreden en verdiepen. Wat vroeger een eerder rationeel verhaal was, maken geadopteerden die zelf een kind krijgen dan voor een stuk zelf mee. Gevoelens van onbegrip en woede voor de eerste ouders wisselen af met gevoelens van empathie en vergeving.  

Lydia: “Toen mijn zoon geboren werd overviel mij een heel heftig moedergevoel. ‘Dat is mijn kind en daar mag niemand aankomen’. Hoe kan je je kind in godsnaam weggeven? Die vraag kwam heel sterk naar boven. Ik had altijd het idee dat mijn natuurlijke moeder een goede reden had gehad om mij af te staan. Ik plaatste haar altijd in een positief daglicht, maar vlak na de bevalling kon ik daar geen enkel begrip voor opbrengen. Achteraf werd ik weer milder.”

Tomas: “Er kwam een stukje meer begrip en diepte in de kijk naar mijn geboorteouders. Door zelf ouder te worden, besefte ik beter hoe moeilijk en complex de omstandigheden geweest moeten zijn. Ervoor dacht ik daar zeer rationeel over na. Ze konden niet voor mij zorgen, dus stonden mij af. Dat was de beste keuze. Het emotionele koppelde ik daar niet aan. Nu ik zelf die intense gevoelens ervaar voor mijn kinderen, besef ik pas hoe zwaar het geweest moet zijn. Vroeger dacht ik ook dat ze zeer laconiek zouden reageren als ik op een dag bij hen zou aanbellen en me zou voorstellen als hun zoon. Ja, en dan? Nu besef ik dat die band toch ergens blijft bestaan. Waarschijnlijker zal ik toch warmer of emotioneler ontvangen worden.”

Begrip voor het verdriet van de adoptieouders

Geadopteerden getuigen niet alleen over de veranderde kijk op hun eerste ouders. Ook de kijk op hun adoptieouders kan veranderen. Vaak ontstaat er meer begrip voor het verdriet van de adoptieouders die op natuurlijke wijze geen kinderen konden krijgen. Als het verdriet echter nog sterk aanwezig is bij de adoptieouders, kan de komst van een kleinkind de relatie ook erg onder druk zetten.

An Sheela: “Ik kon op bepaalde momenten wel iets zeggen tegen mijn moeder over de zwangerschap, maar haar antwoord was vaak: ‘Ik kan wel luisteren, maar ik kan je geen raad geven.’ Ik kan me inbeelden dat dat voor haar frustrerend was. Zij wilde helpen, maar botste op haar eigen grenzen. Ik vermoed dat er ook een deel pijn bijzat, maar het woord ‘pijn’ werd nooit gebruikt in ons gezin. Dat was het taboewoord. Pijn bestond niet, je ging gewoon door.”

Lydia: “Mijn adoptiemoeder is nooit zwanger geweest. Voor haar was het dus ook allemaal nieuw. Ik vond het wel spijtig dat ik bij haar niet terecht kon voor vragen. Zij vond dat ook, want het is heel logisch dat je als dochter aan je moeder vraagt hoe het bij haar was. Niet zwanger kunnen worden had een heel grote impact op mijn mama. We hebben daar altijd over kunnen praten. Bij haar zussen ging dat wel vlot en zij maakte dat allemaal van dichtbij mee. Dat moet heel pijnlijk geweest zijn. Het adoptieproces was voor haar het in verwachting zijn. Ze vertelde daar heel graag over. Ik heb wel ervaren dat dat gevoel hetzelfde was.”

Tomas: “Mijn adoptieouders zeiden altijd: ‘Wij zijn degenen die geluk hebben dat we jou hebben kunnen adopteren, want zelf konden we geen kinderen krijgen.’ Het is heel mooi dat ze dat zeiden, maar ik besef nu dat het krijgen van een kind op een natuurlijke wijze iets heel bijzonder is. Dat doet iets met je door die bloedverwantschap. Het feit dat zij ons ten volle omarmden hoewel wij niet van hen waren, deed mijn respect voor hen enkel toenemen.”

Je eigen weg zoeken in het ouderschap

Kinderen krijgen doet nadenken over de opvoeding die je zelf kreeg. Geadopteerden vinden open communicatie belangrijk, net als het volgen van hun intuïtie in het ouderschap. Taboes rond adoptie in de eigen jeugdjaren versterken het belang van openheid en eerlijkheid in de relatie met hun kinderen.

Annick: “Mijn adoptieouders hielpen me altijd heel veel. Ze kauwden alles voor en wilden voorkomen dat ik tegen de lamp liep. Zij wilden het perfect doen. Dat creëerde ook voor mij druk om het goed te doen. Nu ik zelf moeder ben, wil ik de dingen eerder ondervinden dan ze telkens tien stappen voor te moeten zijn. Laat ons doen en we zullen wel zien waar we uitkomen. Omdat ik mijn adoptieouders niet wil teleurstellen en achteraf ook niet van hen wil horen: ‘Zie je wel, je had het zo moeten doen’, benadruk ik vooral het goede naar hen toe. Het slechte is voor hen moeilijk om te horen.”

An Sheela: “Mijn adoptieouders hadden een bepaalde visie op hoe je de dingen moest aanpakken. Die strookte niet altijd met wat ik voor mijn kinderen wou. Voor hen was er een goede en een foute manier, terwijl ik meer vanuit mijn gevoel opvoedde. Ik wou mij niet constant verantwoorden voor wat ik op een natuurlijke manier deed met mijn kinderen, dus ik vertelde niet alles aan hen. Dat was wel moeilijk.”

Lydia: “Mijn adoptieouders zetten mij mijn hele leven onder een glazen stolpje. Een kind krijgen, was voor hen heel belangrijk. Ze waren heel bezorgd en ik wou daar een beetje onderuit. Zij waren het type mensen dat altijd maar gaf en gaf en ik mocht als kind niets teruggeven. Als ik bij mijn ouders ging helpen, stopten ze onmiddellijk geld in mijn zak. Ik haatte dat. Ik wou ook graag geven, dus voor mij was het belangrijk om er attent op te zijn dat ik mijn kinderen ook laat geven. Ik denk dat dat wel te maken had met adoptie, want ik was dat kindje waar ze zo voor gevochten hadden. Zelf heb ik mijn kinderen dan bewust niet onder een stolp gezet. Bots maar eens ergens tegen, dacht ik. Dat is beter dan altijd maar ‘pas op’ zeggen.”

Nieuwe dynamiek in de relatie met de adoptieouders

Kinderen krijgen zorgt voor een nieuwe dynamiek in het gezin. Dit kan geadopteerden ertoe aanzetten om de relatie met hun adoptieouders opnieuw te beoordelen. Het kan families dichter bij elkaar brengen, maar gevoelige of moeilijke zaken ook scherper stellen.

Annick: “Zelf mama worden bracht me opnieuw dichter bij mijn adoptieouders. Toen ik uit huis ging, was er meer afstand tussen ons. Nu zien we elkaar meer doordat ze komen babysitten enzovoort. Ze zijn trots op hun kleinzoon. Hij mag meer dan wat wij ooit mochten. Voor hen is het een mijlpaal. Niet alleen dat ze grootouder zijn, maar ook dat ik moeder werd. Het is ergens een opluchting en fierheid van ‘oef, we hebben het gehaald’. Mijn adoptieouders benadrukken soms dat er voor hen geen verschil is tussen hun biologische kleinkinderen en mijn zoon. Dat heeft het omgekeerde effect. Als mijn ouders ons gezin voorstelden, zeiden ze: ‘We hebben een kind en een aangenomen kind.’ Ik heb die opsplitsing nooit begrepen. Zeg gewoon: ‘We hebben zoveel kinderen en zoveel kleinkinderen.’ Misschien is het iets generatiegericht. Ik hoop alleszins dat adoptieouders van deze generatie dat niet meer doen. Dat kwetst.”

An Sheela: “Mijn ouders namen hun rol als grootouders op. In hun ogen deden ze dat goed, zo niet hadden ze het wel anders aangepakt. Voor mij was het alleen iets te beperkend en krampachtig, zoals ik het ook ervaren had in mijn eigen opvoeding. Ze waren betrokken op een zeer functionele manier. Als de kinderen ziek waren en er opvang nodig was, dan stonden ze er, maar ik miste emotionele geborgenheid. Uit dankbaarheid naar hen toe, durfde ik dat niet benoemen en nu gaat het niet meer. Daar heb ik spijt van. Ik neem het hen ook niet kwalijk. Waarschijnlijk kregen zij dat niet mee van hun ouders toen zij kind waren.”

Tomas: “Op het moment dat wij aan kinderen begonnen denken, werd er kanker vastgesteld bij mijn adoptiemoeder. Zij had nog geen kleinkinderen. Dat heeft ons proces een stukje versneld. We wilden dat zij nog maximaal van haar kleinkind kon genieten. De geboorte van onze oudste dochter versterkte de band met mijn adoptieouders. Het geluk dat zij ervoeren toen hun kleinkind er was, was mooi om te zien. Ze zagen haar als hun kleinkind zonder enige vooringenomenheid. Op een of andere manier vond ik dat weer vrij sterk van hen. Ze omarmden hun kleinkinderen volledig. Dat klinkt misschien logisch voor velen, maar toch is dat voor mij een bewust bewustzijn. Uiteindelijk heeft mijn moeder onze dochter nog een jaar en een aantal maanden gekend.”

Mijn mama of papa is geadopteerd

Geadopteerde ouders geven aan dat hun adoptieverleden een impact heeft op hun kinderen. Het is iets ‘extra’ dat ze aan hen doorgeven. Het gaat dan over het gebrek aan kennis over de familiegeschiedenis en erfelijke aandoeningen, maar ook over de impact die de eigen zoektocht heeft op hun kinderen. Er spelen intergenerationele effecten. Ze beschrijven hoe wanpraktijken binnen adoptie invloed hebben op hun kinderen, omdat ook hun herkomst hun ontnomen is. Daarnaast kunnen geadopteerden, net als adoptieouders, kampen met een schuldgevoel tegenover hun kinderen, omdat ze niet alle antwoorden hebben. Moeder worden blijkt vaak een belangrijke rol te spelen in de beslissing om te zoeken naar de eerste familie.

Lydia: “Mijn kinderen vroegen wel eens waarom ik niet op zoek ging. Ik had daar schrik voor. Ik was bang dat ik mezelf anders zou zien, dus ik wimpelde dat af. Toen ik dan uiteindelijk toch ging zoeken, stonden mijn kinderen op de eerste rij. Ik was me niet bewust van het feit hoe groot hun nood was. Ik ging niet alleen mijn roots achterna, maar ook die van hen. Zij vonden dat heel fijn. Ik ging pas zoeken nadat mijn adoptieouders gestorven waren. Mocht ik overleden zijn, ben ik er zeker van dat mijn kinderen op zoek zouden zijn gegaan. Die onderliggende loyaliteit speelde zowel bij mij als bij hen.”

An Sheela: “Mijn kinderen begonnen veel vragen te stellen over mijn adoptie. Pas toen besefte ik dat het ook een deel is van hun verhaal. Zij hebben mij serieus getriggerd. Dankzij hen ben ik nu actief bezig met mijn adoptieproces en mijn zoektocht naar mijn familie in India. Mijn kinderen zijn zeer geïnteresseerd, maar in hoeverre neem ik hen mee in mijn proces? Dat vind ik niet altijd gemakkelijk. Ik wil eerlijk en open zijn. Maar ik wil niet dat zij ongerust zijn over mij in die mate dat zij geen kind meer kunnen zijn. Ik ervaar een wirwar van emoties in de zoektocht naar mezelf en mijn kinderen ook, want zij zitten in de puberteit. Op dit moment is het een moeilijke balans om wat van hen is bij hen te laten en wat van mij is bij mij te laten. Het is een uitdaging.”

Identiteit en persoonlijk narratief

Als je geadopteerd bent, moet je niet alleen je adoptiestatus, maar ook je adoptieverhaal integreren in je identiteit. Hoe elke geadopteerde dit voor zichzelf doet, varieert sterk. Identiteitsontwikkeling is cruciaal in de adolescentie, maar stopt daar niet. Het verandert telkens je in een nieuwe levensfase komt en nieuwe rollen opneemt. Zo kunnen ook gadopteerden vanuit hun positie als ouder opnieuw gaan nadenken over de impact van hun adoptiestatus op hun identiteit en zelfbeeld. Partners kunnen hierbij een belangrijke ondersteunende rol spelen. Bij sommige moeders heeft de adoptiestatus een nadelige invloed op hun zelfbeeld, wat het moederschap moeilijker maakt.

Lydia: “Mijn gevoel van zelfwaarde is niet dat. Ik denk dat ik mijn laag zelfbeeld onbewust een stukje doorgaf aan mijn kinderen. Dat is iets waar ik recent pas ben achter gekomen. Nature, nurture. Je geeft je kind van alles mee en daar was ik niet mee bezig voor ik zwanger werd.”

Tomas: “Mijn kinderen zijn een mix van mijn vrouw en ik. Het is deels door hen dat ik mijn ‘hybride’ samenstelling aanvaard heb. Ik heb Aziatisch DNA gemixt met een Europese opvoeding. Mijn kinderen hebben die mix ook en dat wordt gewaardeerd door de omgeving. Zij vallen op in de positieve zin. Vroeger wou ik blank zijn en mijn Aziatische afkomst zoveel mogelijk verstoppen. Nu zie ik er de toegevoegde waarde van in. Daarnaast wakkerde het ouderschap mijn interesse in mijn herkomst aan. Als je kinderen krijgt, verplaats je je voor een stuk opnieuw in het kind zijn. Bij mij kwamen er dan vragen zoals ‘Hoe zou het zijn geweest als ik bij mijn geboorteouders was opgegroeid?’ Momenteel is mijn verlangen om terug te gaan en de cultuur beter te leren kennen weer wat afgezwakt. Het is permanent aanwezig, maar op dit moment minder prominent. Ik voel wel het verlangen om de Indonesische cultuur mee te geven aan mijn kinderen. Al is het nu nog een stukje ‘verplicht’ en moet ik het misschien verkopen als een reis met witte stranden, mooi weer en lekker eten (lacht). Mijn kinderen zullen later waarschijnlijk aangesproken worden over hun afkomst. Als ze daar dan over kunnen vertellen en dat als een positief aspect zien van hun identiteit, maakt hen dat sterker. Ik vind het dus belangrijk voor hun identiteitsontwikkeling dat ze dat meekrijgen. Bij mij is dat proces pas begonnen toen ik al een stuk in de dertig was. Ik wil dat voor hen versnellen.”  

>> Meer info bij Steunpunt Adoptie via 078 15 13 27 of info@steunpuntadoptie.be

>> Wil je als geadopteerde graag praten met andere geadopteerden? Dan kan je terecht bij a-Buddy: www.a-buddy.be

 

Foto's
Suzan Fastré