'Buiten bewegen kan een duurzaam alternatief zijn voor pillen'

Dokter Roy Remmen schrijft natuur voor

Een dokter die regelmatig natuur voorschrijft in plaats van pillen: als het van huisarts en professor Huisartsgeneeskunde Roy Remmen (Universiteit Antwerpen en Hasselt) afhangt, is het een van dé oplossingen voor een duurzame gezondheidszorg.

U schrijft uw patiënten geregeld ‘beweging in de natuur’ voor.
Roy Remmen: “Door de band genomen kost de geneeskunde, en dan vooral medicatie, de maatschappij enorm veel geld. Ik geloof sterk in de kracht van buiten bewegen als duurzaam alternatief. Veel patiënten reageren enthousiast, maar voor sommigen is het moeilijk - voor wie heel oud is en in een rolstoel zit bijvoorbeeld. Anderen staan er niet voor open. Binnenkort start bijvoorbeeld een nieuwe masterscriptie van een van onze studenten over hoe minderheidsgroepen gemotiveerd kunnen worden om meer buiten te bewegen. Ik pleit sowieso voor meer onderzoek: hoe motiveer je mensen om meer naar buiten te gaan, en hoe krijg je zulke voorschriften in de pen van huisartsen?”

Voor welke patiënten is ‘buiten bewegen’ een geschikt voorschrift?
Remmen: “Het wetenschappelijk onderzoek is nog beperkt, maar er zijn toch al stevige aanwijzingen dat bewegen een positieve invloed kan hebben op mensen met psychische belasting of cognitieve problemen, zoals dementie. Ook mensen die lijden aan welvaartsziekten, in de eerste plaats cardiovasculaire aandoeningen, hebben meer beweging nodig. Denk ook aan mensen met diabetes type 2: als ik hen kan overtuigen om gezonder te eten én meer te bewegen, raken ze soms zelfs van hun medicatie verlost. Als dat bewegen dan ook nog buiten kan, in de natuur, is dat een extra troef. Er ontbreekt nog onderzoek dat een duidelijk oorzakelijk verband aantoont, maar er zijn toch al mooie projecten rond de impact van de natuur op onze mentale gezondheid, in de vorm van tuinieren bijvoorbeeld.”

Alleen is natuur niet voor iedereen even toegankelijk.
Remmen: “Dat klopt helaas. Mijn eigen praktijk is op het platteland, waardoor het voor mijn patiënten eenvoudiger is om tussen de bomen te lopen dan voor mensen die middenin de stad wonen. Maar ik merk dat steeds meer stadsontwikkelaars hier aandacht voor krijgen. Zo is er een hele beweging rond ‘microparken’: ook een klein stukje groen kan al een verschil maken. In mijn stad Antwerpen is het in de prachtige parken erg druk bij mooi weer. Daar vinden ook nieuwe Belgen hun gading.”

Hoe bent u zelf overtuigd geraakt van ‘natuur op voorschrift’?
Remmen: “Na mijn opleiding tot tropenarts, koos ik ervoor om huisarts te worden op het platteland. Als jonge dokter leerde ik hoe alles in onze omgeving samenhangt: het concept van ‘one health’. In mijn beginjaren als arts zag ik bijvoorbeeld veel landbouwers die hun dieren kilo's antibiotica gaven. Dat leidde indirect tot veel resistentie tegen antibiotica bij mensen: een ernstig probleem. En anderzijds zag ik ook veel kinderen met allergieën, omdat huizen steeds beter gepoetst en slechter geventileerd werden. Als huisarts zie je dat mensen die in barre omstandigheden wonen en werken, sneller gezondheidsproblemen krijgen. Dat had ik al snel door. Maar echt natuur voorschrijven, doe ik pas sinds ik enkele jaren. Dat komt zeker ook door de samenwerking met professor Hans Keune en zijn team van de Leerstoel Zorg en Natuurlijke Leefomgeving (Universiteit Antwerpen). Die kwam er op initiatief van de provincie Antwerpen, om een betere afstemming te krijgen tussen de eerstelijnsgezondheidszorg en de natuurlijke leefomgeving. Intussen zijn er heel wat onderzoeksprojecten. De invloed van bewegen in de natuur zit ook vervat in de opleiding Huisartsengeneeskunde. Er maken steeds meer studenten hun masterscriptie over. Zo plant je allerlei zaadjes die hopelijk leiden tot verandering. Er is bijvoorbeeld het project ‘Boerenrustpunt’, waarbij mensen met een burn-out terechtkunnen op zorgboerderijen. ”

Ook het project ‘Buitenzorg’ is interessant: jullie stimuleren zorginstellingen om te vergroenen.
Remmen: “Het idee is dat we samen met zorginstellingen kijken hoe ze groener kunnen worden én dat groen bovendien bereikbaar maken voor de patiënten. Hoe je een park in de buurt van een woonzorgcentrum bijvoorbeeld kunt heraanleggen om het aantrekkelijker te maken voor bewoners, met rolstoelvriendelijke wandelpaden. Maar we werken bijvoorbeeld ook samen met ziekenhuizen. Op heel wat afdelingen hebben artsen en verpleegkundigen veel stress. Door hun omgeving te transformeren van een klinisch witte zone tot een ‘groene oase’, kun je de sfeer al enorm veranderen. Zelfs als je daarmee maar één verpleegkundige per jaar een burn-out kunt besparen, haal je dat er financieel waarschijnlijk al uit. Om van de psychische kost nog te zwijgen.”

Foto's
Bob Van Mol