'Een dwangstoornis is als een brandende olievlek die langzaam uitbreidt'

Pieter* benadrukt belang van professionele hulp bij OCS

Het licht drie keer aan en uit doen voor het slapengaan. Meerdere keren checken of die deur wel echt op slot is gedraaid, uit angst dat er iets zou gebeuren. Het zijn het soort handelingen waarmee iemand met een obsessief-compulsieve stoornis (OCS) dagelijks te maken krijgt. Dwangstoornissen komen bij 2,5 procent van de bevolking voor. Een getuige vertelt hoe deze stoornis zijn leven beïnvloedde. “Autorijden of fietsen lukte niet meer.”

Als kind was Pieter* eerder een angstig persoon. “Ooit vonden mijn ouders, na een wandeling in het bos, de auto niet meteen terug. Ik herinner mij dat ik panikeerde. Ik was bang dat we onze wagen niet meer zouden vinden voor het donker werd. Toen we de auto gevonden hadden en ik veilig op de achterbank zat, was dat voor mij een hele opluchting.” Het bleef echter niet enkel bij angstgevoelens. Hij ging regelmatig naar de badkamer om te controleren of de kraan wel echt dicht was. Dat gebeurde zeven tot acht keer op één avond. Hoe ouder hij werd, hoe meer symptomen er opdoken.

Angstige kindertijd

Iemand met een dwangstoornis heeft regelmatig last van ongewenste herhalende gedachten of obsessies. Hun gedachten kunnen hen ook dwingen om bepaalde handelingen of compulsies uit te voeren in ruil voor geruststelling. De eerste symptomen van een obsessief-compulsieve stoornis verschijnen tijdens de kindertijd of jonge volwassenheid. Ernstige vormen van een dwangstoornis kunnen hevige angstgevoelens opwekken en de dagelijkse gang van zaken compleet verstoren. 

"Soms deed ik twaalf kilometer heen en terug met de fiets, gewoon om mijzelf gerust te stellen"

Toen Pieter zijn autorijbewijs behaalde, waren de problemen nog niet van de baan. Integendeel "Op de baan maakte ik plots een fout door rechts in te halen. Daarbij overschreed ik de witte lijn, waar aan de rechterkant een fietspad lag. Die fout maakte me zorgen. 'Er is toch niets gebeurd met een fietser?' Die gedachte spookte zo hard door zijn hoofd dat hij na de autorit op zijn fiets sprong om naar dezelfde locatie te rijden, om er zeker van te zijn dat er niets ernstigs aan de hand was in de omgeving. “Mijn dwangstoornis deed mij steeds geloven dat er iets verschrikkelijks was gebeurd. Die kwellende onzekerheid zette aan tot dwanghandelingen. Ik kon het na een lange tijd niet meer aan. Soms deed ik twaalf kilometer heen en terug met de fiets, gewoon om mijzelf gerust te stellen.” 

Fotogedrag

Doordat zijn dwangstoornis in het verkeer de overhand nam, maakte Pieter komaf met autorijden. Hij heef al meer dan twintig jaar geen wagen bestuurd. Hetzelfde gebeurde met fietsen en wandelen. Hij kon niet langer de straat op zonder angst en dwanggedachten. “Met de opkomst van de digitale fotografie kwam ik op het idee om een fototoestel aan te schaffen. Ik nam foto’s van de weg, de voetpaden en de fietspaden. Overal waar ik een voetstap had gezet, moest er gefotografeerd worden. Het fototoestel zou het bewijs leveren dat alles in orde was.” 

 In 2002 werd er bij Pieter officieel een obsessief-compulsieve stoornis vastgesteld door de huisdokter. Hij kreeg medicatie voorgeschreven en ging in behandeling bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. Er werd een behandelingsplan opgesteld om zijn dwanggedachten in te tomen. “Als ik vijfentwintig jaar lang kon leven zonder alles vast te leggen met een camera, dan moest en zou dat nu opnieuw lukken. Dat is wat mijn psychiater zei. Ik moest alle foto’s die ik had genomen verwijderen. Het duurde uren om honderd foto’s te verwijderen. In totaal had ik er veertigduizend. Na zes maanden was ik verlost van mijn fotogedrag en kon ik weer wandelen zoals voorheen.”

"Het duurde uren om honderd foto's te verwijderen. In totaal had ik er veertigduizend"

Brandende olievlek

Pieter vergelijkt zijn dwangstoornis met een brandende olievlek die langzaam uitbreidt. “Ik heb een enorme angst voor gas- en brandgeur. Dat merkte ik voor het eerst toen ik gas in de buurt van een oliebollenkraam op de kermis rook. Intussen duikt diezelfde angst steeds vaker op wanneer ik buiten rondwandel. De angst begon dus met iets kleins en werd uiteindelijk groter. De uitdaging is: waar trek ik de grens? Neem ik het zekere voor het onzekere? Want ik kan niet om de vijf minuten naar de hulpdiensten bellen. Maar als ik niets doe, is het misschien wel mijn fout als er toch een explosie zou voorvallen.” 

 Het strand en de zee. Een plek die velen associëren met rust en vakantie is voor Pieter een locatie waar hij vroeger, en nog steeds, geconfronteerd werd met zijn angsten. “Als ik drie mensen in de zee zag zwemmen en na even wegkijken maar twee mensen meer zag, gingen alle alarmbellen af. Die derde persoon zou toch niet verdronken zijn? Hoe kan ik weten of ik moet ingrijpen? Mijn psycholoog gaf mij advies: als ik ergens niet zeker van ben, moet ik het loslaten en gewoon niets doen.”

Het zit tussen je oren. Je doet het jezelf aan. Het zijn opmerkingen die Pieter al verschillende keren heeft mogen aanhoren. Dat raakt een gevoelige snaar. “Ooit werd er een artikel over mij geschreven. Een kennis vroeg iemand of ze het hadden gelezen. ‘Over die zot?’ Dat was het antwoord op de vraag. Zo makkelijk kan het zijn om bestempeld te worden. En daar lig je dan, geklasseerd in de map van ‘de gekken’.” "En daar lig je dan, geklasseerd in de map van ‘de gekken’”Vandaag is Pieter nog steeds in behandeling om zijn situatie leefbaar te maken. Opnieuw in de auto stappen of op de fiets springen is een doel dat nog ver weg ligt. "Dat vind ik jammer. De angst om met de auto te rijden is ondertussen te groot geworden. Ik ben verzot op Frankrijk. Ik zou niets liever willen dan ‘salut en de kost’ zeggen en in Frankrijk rondreizen. Maar dat is te hoog gegrepen voor nu.” 

* De getuige vertelt anoniem zijn verhaal onder de schuilnaam Pieter. 

De getuige wil graag het belang van professionele hulp benadrukken. Zonder dit soort hulp, ging zijn situatie van kwaad naar erger. Ervaar jij OCS-symptomen? Praat ervoor met een familielid, een dichte vriend of een psycholoog. Via de website van het Jongeren Advies Centrum kan je elke maandag tot en met vrijdag van 13:00 uur tot 19:00 uur jouw hart luchten bij een medewerker via een online chat. 

© 2022 StampMedia / Jolien Erauw