Gebeten door corona

Column Marleen Finoulst

Sinds het begin van de pandemie, ruim een jaar geleden, slorpt nieuws rond het coronavirus dagelijks verschillende uren van mijn professionele activiteiten op. Als arts-journalist volg ik van heel dichtbij de verhalen rond het virus, rond de ontwikkeling van de verschillende vaccins en de evolutie van de vaccinatie-bereidheid. Ik schrijf over corona, geef webinars over corona, beantwoord vragen van ongeruste burgers, neem deel aan vergaderingen van de Vlaamse vaccinatiekoepel, de interfederale taskforce corona en van het internationale Vaccine Safety Net (WHO). In al mijn gedrevenheid, schreef ik tussendoor ook een boek over vaccinatie, samen met een jonge collega. 

Werken doe ik sinds een jaar grotendeels van thuis uit. Vergaderen doe ik digitaal. Mijn kinderen zie ik hoofdzakelijk via videochat. Ik volg de maatregelen als vanzelfsprekend. En toch… op een blauwe maandag werd ik verkouden, althans daar leek het aanvankelijk op. De volgende dag had ik lichte koorts, hardnekkige spierpijn en vanaf dag drie een enorme behoefte om te slapen. De PCR-test tekende positief. Shit, covid… Al snel merkte ik op dat ik amper geuren waarnam. Een appelcake in de oven merkte ik niet op. Een glas champagne smaakte jammer genoeg hetzelfde als spuitwater. 
Tien dagen quarantaine maken geen groot verschil als je al maanden thuiswerkt. Vermits ik niet de enige besmette was in ons gezin, zat ik bovendien niet alleen. Een geluk bij een ongeluk. Ik ben nooit bang geweest van het coronavirus, tot ik zelf ziek werd. Weten wat er kan misgaan, hoe klein dat risico ook is, en weten dat er geen goede behandeling bestaat voor ernstige covid, ging me niet in de koude kleren zitten. Ook de beelden van overvolle buitenlandse ziekenhuizen stonden op mijn netvlies gebrand. 
Gelukkig bleef het bij een milde vorm, zoals dat in meer dan 80% van de coronabesmettingen het geval is. De symptomen hielden wel drie weken aan, vooral de vermoeidheid speelde me parten. Ik herinner me niet dat ik ooit zo moe geweest ben, terwijl ik veel sliep, zowel ’s nachts als overdag. Na drie weken klaarde de lucht op. De energie keerde terug, de smaak en de geur geleidelijk ook. Ik lees in de vele verslagen en publicaties over covid dat de milde vorm geregeld vier tot zes weken aanhoudt, en erger. Dat de vermoeidheid soms maanden later nog steeds aanwezig is. Daar ben ik dan mooi aan ontsnapt. 
De angst voor besmetting begrijp ik nu beter. Het onduidelijke verloop van de ziekte boezemt angst in. Niet alleen bij mij, ook in mijn omgeving. Bezorgdheid bij de enen, angst om ook besmet te worden bij anderen. Je bent het meest besmettelijk in de eerste dagen dat je symptomen ontwikkelt en dat blijf je ruim een week. Voor alle zekerheid houd je tien tot veertien dagen quarantaine aan. Daarna, tenzij het de verkeerde kant opging, is alle besmettingsgevaar voor anderen geweken. Lastiger is dat je een tweetal dagen vooraleer de eerste symptomen opduiken, ook al besmettelijk bent. Zo kan het virus ongemerkt in je bubbel circuleren. En zo geschiedde. In de eerste weken na mijn quarantaine liepen sommige mensen toch nog in een boogje om me heen. Angst speelt een grote rol in deze pandemie. Een beetje bang zijn is gezond. Het helpt om de regels te blijven volgen. Te veel is niet nodig. De overgrote meerderheid komt er met lichte symptomen vanaf.
Marleen Finoulst

Marleen Finoulst & Wietse Wiels, Vaccineren: doen of laten?, ASP, 2021, 125 p. ISBN 9789461171252. €15