gezondheid

Het tweede mazelenvaccin krijg je als je twee bent

Vervroeging vaccin zorgt voor snellere groepsimmuniteit

Onlangs werd de toediening van de tweede vaccinatie tegen mazelen vervroegd. De beslissing kwam er niet zomaar. De afgelopen tijd waren er twee zware uitbraken van mazelen, waarbij een aantal kinderen in het ziekenhuis belandde. Met de vervroeging van de tweede prik bereiken we sneller groepsimmuniteit en kunnen we opflakkeringen vermijden.

Het vaccin is een combinatievaccin mazelen/bof/rubella. Hoe werkt dit?

Heidi Theeten, afdeling Preventief Gezondheidsbeleid Departement Zorg: “In een vaccin zit verzwakt virus dat lijkt het op het ziekmakende virus. Je immuunsysteem herkent het wel ondanks dat het een verzwakte versie is. Je immuunsysteem gaat aan het werk om antistoffen te maken, maar je wordt er niet ziek van. Waarom twee keer? Soms wordt het vaccin de eerste keer niet herkend door het immuunsysteem, maar meestal lukt het de tweede keer wel.”

Waarom werd het tot nu toe aan tienjarigen gegeven?

“Vroeger werd de prik tegen rode hond (rubella) kort voor de puberteit gegeven, zodat jongeren immuun zouden zijn voor ze seksueel actief worden. Toen het rubellavaccin vervangen werd door het combinatievaccin mazelen/bof/rubella is dat moment gehandhaafd.”

De vervroeging komt er niet zonder reden dit jaar. We kenden enkele stevige uitbraken waarbij kinderen met de mazelen in het ziekenhuis belandden en zelfs overleden.

“Klopt, en de meeste gevallen waren kinderen tot tien jaar, dus tot de leeftijd waarop ze het tweede vaccin krijgen. Vandaar de vervroeging.”

Tine Cornelissen, adviserend arts Opgroeien: “Bij Kind en Gezin vaccineren we zo’n 85% van de pasgeboren kindjes een eerste keer. Tel daar de vaccinaties door huisartsen, kinderartsen en CLB’s bij, en dan komen we op een percentage boven 95% uit. Dat is een hoog bereik. Onze medewerkers zetten er dan ook sterk op in om ouders te informeren. Nu is het zaak om ook voor de tweede prik tot een goed bereik te komen. De cijfers voor de consultatiemomenten zijn al goed, nu moeten we hen meenemen in die verandering rond de tweede vaccinatie.”  

Heidi Theeten: “Het doel is met de tweede prik ook tot een cijfer van 95% te komen. Met het vervroegen van de tweede mazelenprik krijgen we meer kansen om een inhaalvaccin toe te dienen later in de lagere school, terwijl de eerste prik tot nu toe redelijk laat in de lagereschoolcarrière werd toegediend. Na de lagere school veranderen kinderen vaker van school, en ontsnappen ze zo wel eens aan het aanbod. Dat hopen we nu te vermijden. De kinderen bij wie het eerste vaccin niet aanslaat, krijgen nu sneller een ‘tweede kans’ waardoor we sneller de groepsimmuniteit zullen bereiken.”

Loopt er nu dan tijdelijk een dubbel traject voor kinderen tussen twee en tien jaar oud?

Heidi Theeten: “Voor kinderen in die leeftijdscategorie zal er inderdaad een inhaalbeweging plaatsvinden. De CLB’s en Kind en Gezin gaan nu tijdelijk dubbel werk doen. Kind en Gezin zal nu zowel de één- als tweejarigen vaccineren, en het CLB zal in plaats van in het vierde leerjaar, de tweede mazelenprik terugschuiven naar het tweede leerjaar, zodat ze toch iets vroeger volledig beschermd zijn.”

Tine Cornelissen: “We voeren sowieso de consultatiegesprekken op met ouders met kindjes van twee jaar en tweeëneenhalf jaar. Daarbij gebeurt nog veel meer dan enkel vaccineren. We kijken naar de algemene ontwikkeling en groei, en gaan in gesprek met ouders over gezondheid, opvoeding en zindelijkheid. Dit spuitje komt er extra bij. En dan gaat het niet over het prikken zelf. We leggen ook uit waarom de vaccinatie vervroegd is. Dat vraagt extra tijd. Maar die is vaak nodig om mensen te overtuigen om erin mee te gaan, zodat ze gemotiveerd een keuze kunnen maken. Soms zijn ze niet meteen overtuigd, maar ouders blijven altijd welkom bij ons als ze hun kind alsnog willen laten vaccineren: die deur blijft altijd open.”

Is er een grotere groep mensen die minder vertrouwen heeft in vaccins?

Tine Cornelissen: “We zetten in gesprekken echt in op het vertrouwen van ouders. We zien dat niet zakken, het stijgt zelfs lichtjes. Ouders stellen vragen, en dat is prima. Ze moeten die kunnen en durven stellen. We hebben liever dat ze ons vragen stellen, dan dat ze achter de schermen wantrouwig zijn.”

Heidi Theeten: “Kinderen kunnen erg ziek worden van mazelen als ze niet gevaccineerd zijn, tot ziekenhuisopname toe. En als niet-gevaccineerde volwassene kan je even ziek worden als wanneer je het als kind krijgt. We horen mensen soms zeggen: had ik geweten dat het zo’n ingrijpende ziekte was, had ik wel laten vaccineren. Maar mensen kennen de mazelen niet meer, net omdat er zo weinig uitbraken zijn. Je hoort het zelden of nooit in je vriendenkring.”

Tine Cornelissen: “Ik geef tot slot graag een pluim aan onze artsen en verpleegkundigen voor de manier waarop ze deze verandering aanpakken. Het prikje is maar een klein onderdeel van het geheel. Je moet vragen beantwoorden, iedereen geruststellen. Dat vraagt extra tijd en werk, maar dat nemen ze er met plezier bij om mensen met vertrouwen te laten kiezen voor het vaccin.”