gezondheid

Twee vormen van gezond zijn

Column Harold Polis
29.10.2026
Foto's
Bob Van Mol

Lang en gelukkig leven: wie wil dat nu niet? Stel je voor dat je in de vijftiende eeuw zou rondlopen, de Bourgondische gouden eeuw, toen het centrum van Europa in Brugge en Gent lag. Je moest toen wel hopen dat je geen infectie kreeg of je kon er een kruis over trekken. Een onnozele splinter in je vinger was een doodvonnis. Het is leuk om kunststeden te bezoeken, maar ik ken niemand die terug wil naar vroeger.

Gezond zijn en blijven is een werk van lange adem. Als samenleving hebben we de ambitie om iedereen daar de vruchten van te laten plukken. In dat opzicht is de nieuwe Vlaamse gezondheidsdoelstelling een van de belangrijkste dingen die we samen kunnen waarmaken. Het plan ‘Gezonde Generatie (2036-2035)’ stimuleert gezond gedrag bij de bevolking via vier preventieprogramma’s: gezonde voeding en beweging, middelengebruik en verslaving, mentaal welzijn en seksuele gezondheid.

Net als elke vijftigplusser krijg ik bijvoorbeeld een uitnodiging om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker. Het onderzoek is gratis en redt levens. Preventief gezondheidsbeleid is onontbeerlijk om mensen te helpen bij het beperken van risico’s. Goed leven is een kunst, maar tegelijkertijd ook een heel pragmatische oefening. Wetenschap en statistiek tonen staalhard aan dat je gemiddeld gezonder blijft als je je levensstijl aanpast. Bovendien gaat het om lichaam, hoofd en hart. Je mentale en sociale gezondheid is minstens even belangrijk een evenwichtige voeding.

He clichébeeld van de Vlaming is dat van een binnenvetter die, kop in kas, zijn pijn verbijt. Denk aan de mythe van de Flandrien, de coureur die weinig zegt en nooit opgeeft. De Flandrien van morgen beschikt hopelijk over hetzelfde doorzettingsvermogen, maar al de rest kan beter. Hij moet over zijn gevoelens leren spreken, op een gezonde manier leren omgaan met stress, en werken aan zijn relatie met partner, familie, vrienden en collega’s.

De voortgang van het plan ‘Gezonde Generatie’ wordt opgevolgd via gezondheids- en procesindicatoren. Zo gedetailleerd en fijnmazig hebben we onze welvaartstaat opgebouwd. We zijn in staat om risico’s uit te sluiten. De resultaten in levensjaren en levenskwaliteit zijn wonderlijk.

Risicoavers gedrag is echter niet zaligmakend. Dat besefte ik toen ik onlangs de hoogbejaarde zuster Jeanne Devos hoorde praten over haar boek Riskeer meer. Devos heeft zich een leven lang ingezet voor de armen in de sloppenwijken van Mumbai. Ze houdt een vurig pleidooi voor vrijgevigheid, zorg en aandacht. ‘Riskeer meer dan wat anderen ‘veilig’ vinden. Zorg meer dan wat anderen ‘wijs’ vinden. Doe meer dan je dacht dat je kan.’

Veel mensen in de zorg zullen de roeping van Jeanne Devos herkennen. Wat hen drijft is niet altijd in een protocol of een tabel te vatten. De statistisch correcte levenskunst van onze preventieprogramma’s mag de passie van mensen als Jeanne Devos niet uitsluiten. Gezond leven is ook groeien als mens en anderen helpen om dat te doen. Op die groei mag geen rem staan. Meer durven en riskeren is gezond.

 

Harold Polis