Je bent jong en je wil wat? Kies dan voor de zorg

Een gesprek over kansen, uitdagingen, dynamiek en innovatie

De zorgsector wil meer en goede mensen aantrekken. Maar hoe doe je dat? Wat kunnen die nieuwelingen verwachten? En hoe zal de zorg zich ontwikkelen? Weliswaar ging te rade bij vier mensen die van aanpakken weten: Peter Degadt (Zorgnet-Icuro), Hendrik Delaruelle (Vlaams Welzijnsverbond), Peter De Tollenaere (VDAB) en Vlaams minister Jo Vandeurzen.

Sommige clichés zijn gewoon waar. Bijvoorbeeld: dat je veel geëngageerde mensen tegenkomt in de zorgsector.” Bij het begin van ons gesprek vragen we Peter Degadt, afscheidnemend gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, wat hij onthoudt van zijn mandaat. In ronkende volzinnen schetst hij een groots beeld van een sector die hij omschrijft als ‘booming business’.

“We moeten jobs anders structureren. Geef mensen meer autonomie. Laat ze hun verlofdagen vrijer opnemen. Zorg dat ze levenslang kunnen leren en nieuwe vaardigheden opdoen.” Als we geen job meer hebben voor het leven, dan moet de loopbaan menselijker worden. En vooral: we moeten “bevlogen mensen realisme bijbrengen”.

Wie past er in de zorg?

Wat is voor jullie het belangrijkste: gevarieerd werk, werkbaar werk of levenslang leren?

Hendrik Delaruelle (algemeen directeur Vlaams Welzijnsverbond): “Mensen kiezen met hun hart voor de zorg. Ik zou zestienjarigen graag de kans geven om te proeven van het werk, nog voor ze naar de hogeschool gaan. Je mag nog zoveel specialiseren, het relationele aspect van zorg is bepalend. Ik maak me wel zorgen als ik naar de werkbaarheidsmonitor kijk. Dat is zeker een knipperlicht.”

Peter De Tollenaere (strategisch accountmanager social profit VDAB): “Bij de VDAB zien we twee knelpuntberoepen: verpleegkundige en zorgkundige. Het is afwachten hoe dit evolueert. Vandaag is het bijvoorbeeld onduidelijk of de HBO5-opleiding (Hoger Beroepsonderwijs, n.v.d.r.) in de huidige vorm behouden blijft. De VDAB wil uiteraard opleidingen bieden aan profielen met een toekomst.”

Jo Vandeurzen: “De acties van zorgambassadeur Lon Holtzer zijn succesvol. Bij instroom in de zorgopleidingen breken we records. Ik hoor geen verhalen meer over uitzendkantoren die zorgverleners rekruteren in het buitenland. We zoeken voortdurend uit hoe we het werk beter kunnen organiseren. Dan hebben we het ook over de herziening van het KB78 (het koninklijk besluit dat de uitoefening van de gezondheidsberoepen regelt, n.v.d.r.). Iedereen is het erover eens dat we meer naar ondersteunende profielen moeten evolueren, naar competenties die op het snijvlak tussen zorg en welzijn zitten. Dat realiseren vraagt jaren. Het is belangrijk om te begrijpen hoe de sector evolueert. Vandaag heb je een integrale ondersteuning nodig van verschillende vormen van kwetsbaarheid. Kunnen kwetsbare mensen zich handhaven in onze samenleving? Hebben ze een huis? Hebben ze werk? Door de vergrijzing worden de zorgvragen er zeker niet minder op. Kunnen we al die zorgvragen beantwoorden?”

 

De zorg heeft met andere woorden veel nieuwe mensen nodig, ook zij-instromers?

 

Vandeurzen: “Hoe aantrekkelijk de job en de organisatie zijn, is cruciaal. Wie zal die war on talent winnen? Organisaties met een aantrekkelijke reputatie. Organisaties waarvan werknemers tegen de buren vertellen: bij ons is het fijn om te werken. Werkbaar werk wordt hét topic de komende jaren, ook in de zorg- en welzijnssector. We moeten met onze koepels en werkgeversorganisaties overleggen hoe we dat aanpakken. Als we een regelluwte nodig hebben, dan moeten we dat bespreken. Neem de ouderenzorg. Toenemende zorgzwaarte vereist een grotere personeelsinzet. Maar we merken toch ook verschillen in hoe de verschillende woonzorgcentra arbeid organiseren. Hoe gaan we om met kritische bewoners en familieraden? Hoe blijven we goede zorg leveren?”

Daar hebben we nog groeimarge?

Vandeurzen: “Absoluut, omdat er heel goede en inspirerende voorbeelden zijn. We moeten het verleden niet herhalen. Het is onze opdracht om telkens weer de essentie van zorg waar te maken: zich inleven in het kwetsbare van de mens.” Degadt: “Een deel van onze zorg is heel repetitief. Elke dag voeren we op dezelfde manier en binnen dezelfde tijd taken uit. En die taken hebben we netjes opgedeeld. Maar de repetitieve behoeften zullen afnemen. Er zijn mensen met meerdere chronische aandoeningen. Hen moeten we vooral levenskwaliteit bieden. Dat doe je met zelfsturende teams en door af te stappen van het ziekenhuismodel dat patiënten in kamertjes afzondert.”

Hoe sexy is zorg?

De zorgsector kan nog wat kan leren van de welzijnssector?

Degadt: “Ja, hoor. Zeker wat arbeidsorganisatie betreft.” Delaruelle: “De gehandicaptensector heeft de afgelopen jaren heel wat flexibiliteit getoond. We hebben een paradigmashift georganiseerd. De persoon met een handicap krijgt de regie van zijn leven veel meer in eigen handen. De persoonsvolgende financiering is daar een belangrijke hefboom voor. Dat is geen klassiek model meer. We vragen aan de gebruiker wat hij wil.”

Moet er meer ondernemingszin komen?

Vandeurzen: “Alsof alleen profit dynamisch en innovatief kan zijn. Dat klopt niet. De omslag van de sector voor mensen met een handicap alleen al is enorm. Ik wil het vele andere sectoren zien doen, hoor. We zullen wel het talent dat er is massaal naar de sector moeten halen. En dat op het moment dat de economie weer aantrekt en technische beroepen opnieuw aantrekkelijker worden. Maar we weten dat mensen – zodra ze in de sector werken – er graag werken. En we zien dat zij-instromers uit harde economische sectoren vaak kiezen voor een job in de zorg.” Delaruelle: “Sommigen staan er versteld van hoeveel technische kennis je nodig hebt voor een job in de zorg en hoe uitdagend die kan zijn.”

Doen we voldoende om zij-instromers aan te trekken?

Delaruelle: “Ik houd mijn hart vast als ik zie dat binnenkort de uitstroom groter zal zijn dan de instroom. We moeten ons zeker richten op jongeren, maar er zit een groot menselijk kapitaal bij de zij-instromers. Ik denk daarbij ook aan vluchtelingen en andere kwetsbare groepen: zij moeten ook de weg naar onze sector vinden. Ik schaam me om het te zeggen: we zijn een heel witte sector, niet alleen in de kledij. We moeten echt nog werken aan diversiteit. We proberen dat, maar evident is het niet. Er zijn ook meer mannen op de werkvloer nodig. En we hebben mature zij-instromers nodig.”

De Tollenaere: “Europa wil dat er meer kansen gecreëerd worden voor wie ongekwalificeerd is en de sector in wil. VDAB probeert daaraan tegemoet te komen. Er zijn nu meer richtingen waarin je een diploma kan halen, maar de hoofdmoot blijft verpleegkunde en zorgkunde. Opvoeder was in onze perceptie niet echt een knelpuntberoep, maar op basis van het onderzoek van het Vlaams Welzijnsverbond moeten we onze mening misschien bijstellen. Van de 100 mensen die binnenkort met pensioen gaan in de zorg, staan er 78 klaar om hen te vervangen. In Duitsland zijn er dat zelfs maar 55. Daar word ik toch even stil van. Je mag dus zeker zijn van voldoende kansen op de arbeidsmarkt, als je een diploma in deze richting haalt.”

Is zorg toekomstgericht?

Vergrijzing, technologische vooruitgang, interculturalisering: hoe pakt de zorg al die uitdagingen tegelijk aan?

Vandeurzen: “Ik ben niet pessimistisch. Jongeren verwachten iets anders van een carrière dan toen wij jong waren. Ze willen werken met mensen, voor mensen. Ze willen levenslang nieuwe competenties ontwikkelen. Dat moeten we mogelijk maken. En we moeten absoluut zwaarder inzetten op zij-instromers. Ik herinner me hoe jonge studenten me vertelden dat ze tijdens hun stage voor het eerst aan een bed van een patiënt stonden. Niemand wist wat te zeggen, behalve die ene student van 35. Ook in de jeugdhulp is die levenservaring belangrijk. Ons personeel zou een afspiegeling van de maatschappij moeten zijn, op vlak van leeftijd, afkomst en geslacht. We zijn op de goede weg, maar de superdiversiteit van onze samenleving, die is er nog zeker niet.”

Degadt: “We kunnen alle talenten en vaardigheden gebruiken, ook technische profielen en informatici. We zoeken zowel mensen die met hun handen willen werken, als mensen die met hun hoofd willen werken. Voor iedereen is er een aangepaste opleiding. Jonge mensen moeten niet twijfelen over zorgkunde of verpleegkunde: elk diploma heeft zijn waarde. Kies wat je interesseert.”

Wat denken jullie over het vierde jaar dat aan de opleiding verpleegkunde is toegevoegd?

Degadt: “Verpleegkunde is enorm complex. Het extra jaar is goed om je alle nodige competenties eigen te maken. Stages zullen meer divers worden. Zo kunnen jongeren ontdekken welke sector hen ligt. Nu gaan we ervan uit dat je verpleegkundige bent als je stage gelopen hebt bij een intensieve dienst. Straks gaat het veel breder. Je zal ook meer lerend werken en werkend leren.”

Vandeurzen: “De realiteit is nu ook al dat veel bachelors verpleegkunde een vierde jaar volgen of een bijzondere beroepstitel behalen.” Delaruelle: “In opleidingen heb je een spanningsveld tussen generalisten en specialisten. Ik denk dat we in de toekomst meer generalisten nodig zullen hebben. Mensen die breed inzetbaar zijn en verschillende opdrachten in verschillende sectoren kunnen opnemen. Voor zover we in de toekomst nog op deze manier over verschillende ‘sectoren’ zullen spreken. Opleidingen zouden best starten met een breed eerste jaar, waarin ook stage een plek zou moeten krijgen. Je moet vroeg kunnen ervaren wat je ligt.”

Degadt: “Onderwijs is vaak zo theoretisch, terwijl je al doende zoveel kan leren. Ik denk dat we ook meer moeten inzetten op kortlopende opleidingen.” Delaruelle: “Een diploma is ook geen einde. Je moet jezelf continu bijscholen.” Degadt: “Beeld je in dat je twintig jaar geleden in de psychiatrie begonnen bent, aan het bed van de patiënt. Vandaag zit je in een mobiel team dat vanuit de thuissituatie werkt en rekening moet houden met het hele netwerk en de omgeving van de patiënt. Die jobs zijn erg geëvolueerd de afgelopen jaren.”

Alle samenlevingsproblemen voor de rekening van zorg? Krijgen jonge mensen wel voldoende tijd om te groeien of moeten ze meteen 110% presteren?

Vandeurzen: “Dat kan je niet verwachten. Nieuwelingen moeten optrekken met meer ervaren collega’s. Soms is het een catch 22: je kan niet de juiste mensen aantrekken omdat je als werkgever de job niet aantrekkelijk kan maken, maar je kan ze niet aantrekkelijk maken omdat je de juiste mensen nog niet hebt. We moeten vermijden dat nieuwelingen ploeteren. Daarom heb je een goed personeelsbeleid nodig. En de overheid, van haar kant, zal moeten blijven investeren in zorg en welzijn.”

Delaruelle: “Jonge mensen moet je goed begeleiden in hun eerste job. Ook voor zijinstromers geldt dat ze deels op de werkvloer zullen opgeleid worden. Het zou goed zijn als oudere werknemers als peter hun ervaring konden doorgeven. ”

Lost professionele zorg alle vragen op? Moeten we niet als samenleving naar zorgkwaliteit streven?

 

Vandeurzen: “We kunnen de zorgvragen van morgen niet beantwoorden als de samenleving niet gevoelig is voor de noden van kwetsbare mensen. We kunnen ook niet alles professionaliseren. Als we niet met z’n allen openstaan voor de noden van anderen, dan is er geen samenleving die aan kwetsbare mensen plaats geeft.”

Delaruelle: “Het idee dat we iemand met een zorgvraag meteen 100% in een professionele setting moeten opvangen is achterhaald. Er is natuurlijk een maar. Heel wat zorgvragen ontstaan omdat onze samenleving is geïndividualiseerd en er zoveel mensen eenzaam leven. Zoals er een paradigmashift is in de zorgsector, zo zouden we ook een maatschappelijke paradigmashift kunnen gebruiken.”

Degadt: “Ik vind dat we gerust kunnen verwachten dat iedereen een stukje zorg op zich neemt. Professionele zorg gaat vaak ook over een goede babbel. Hoeveel mensen gaan er niet naar de huisarts om eens hun verhaal te vertellen en gehoord te worden? Prima, maar kunnen we niet meer spontaan bij elkaar terecht voor een luisterend oor?”

Vlaanderen biedt wel goede zorg aan.

Vandeurzen: “Dat blijkt ook als we vergaderen met internationale collega’s. Er gaan veel middelen naar de sector, maar in ruil hebben we een toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg.” Delaruelle: “Vermaatschappelijking van de zorg betekent bijvoorbeeld voor ons niet dat de overheid zich moet of kan terugtrekken. In andere landen wordt vermaatschappelijking misbruikt om investeringen terug te schroeven. Ik ben blij dat onze minister die strategie niet volgt. Gelet op de noden moet er blijvend geïnvesteerd worden.”

Foto's
Jan Locus
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.