“95% van de tijd zijn wij een ‘gewoon’ gezin”

Erik en Joris hebben drie pleegdochters

Erik Knoops en Joris Gaethofs overwogen eerst adoptie, maar kozen uiteindelijk resoluut voor pleegzorg. Intussen hebben ze drie pleegdochters: Aline* (7), Maya* (5) en Lisa* (2).

Erik: “Voor een homokoppel is het niet zo evident om kinderen te krijgen. Maar wij wilden er toch voor gaan, dus begonnen we de verschillende pistes te onderzoeken. Aanvankelijk kozen we voor adoptie. We stapten in de procedure, maar wisten dat die jarenlang zou aanslepen. Dus begon ik meer en meer te denken aan pleegzorg. Joris stond daar aanvankelijk iets minder voor open. De tijdelijkheid van pleegzorg schrok hem af.” 

Joris: “Wat als je een band met zo’n kindje hebt opgebouwd en het plots terug naar zijn ouders moet? Dat leek me hartverscheurend. Ik werkte toen ook nog in de bijzondere jeugdhulp, waar ik dagelijks werd geconfronteerd met jongeren met een rugzakje. Ik wist niet zeker of ik dat thuis wel aandurfde. Maar uiteindelijk ging ik overstag en eind 2014 gingen we samen naar een infoavond van pleegzorg.”

Erik: “Nadien twijfelde Joris nog een beetje, maar ik overtuigde hem toch om de vragenlijst in te vullen. En hij stond er zelf ook steeds meer achter. Dus begonnen we aan de procedure, met een uitgebreide screening en een cursus. Heel snel kregen we een aanmelding voor een eerste pleegkindje.” 

Een zo normaal mogelijk gezin

Joris: “Dat draaide helaas uit op een grote ontgoocheling. Toen de ouders hoorden dat hun kindje zou worden opgevangen door twee mannen, haakten ze af. Nadien wilden we het hele pleegzorgverhaal even laten rusten. Maar nog geen maand later ging de telefoon: er was een kindje geboren dat perfect bij ons paste.”

Erik: “Na enkele intense bezoeken aan de kraamafdeling mochten we Aline mee naar huis nemen. Ze was toen amper drie weken oud. Zo’n jong kindje was ook een bewuste keuze. We zijn er toch van overtuigd dat de hechting dan vlotter kan verlopen. En we wilden resoluut gaan voor perspectiefbiedende pleegzorg, waarbij het kindje echt bij ons zou opgroeien. Op die manier kunnen we de ‘normaliteit’ zoveel mogelijk nastreven.” 

Joris: “We wisten altijd al dat we minstens twee kinderen wilden. Aline gedroeg zich wat anders dan een gemiddeld kind. We kwamen te weten dat ze autisme heeft. Het leek ons goed voor haar sociale ontwikkeling om zo snel mogelijk een tweede kindje te verwelkomen. Toen we dat voorzichtig opperden bij onze pleegzorgbegeleider, kregen we enkele maanden later alweer goed nieuws: ze zochten een nieuwe thuis voor Maya, een baby van vier maanden oud. Zij verbleef in een leefgroep. Na een drietal bezoekjes mocht ze al mee met ons naar huis. En hoewel ze ook nog erg jong was, merkten we toch dat ze de eerste dagen veel stiller was. Enkele maanden in een leefgroep hadden toch al een effect. Gelukkig keerde dat snel, en ontwikkelt ze zich nu prima.”

“Onze droom is dat we later, over een jaar of tien, allemaal samen rond de tafel kunnen zitten, met alle familie, broers en zussen”

Erik: “Intussen liep onze adoptieprocedure nog steeds. Niet lang na de komst van Maya werden we uitgenodigd voor een gesprek op het adoptiebureau. Daar bleek dat het nog ettelijke jaren zou duren. Toen hebben we besloten om dat verhaal af te sluiten. We werden er zelf niet jonger op. Bovendien zou het leeftijdsverschil met de twee oudste kinderen te groot worden.”

Joris: “In december 2020 lieten we bij pleegzorg vallen dat we een derde kindje overwogen. In februari van dat jaar woonde Lisa al bij ons. Zij kwam uit een heel warm pleeggezin dat bewust koos voor crisispleegzorg. En ook bij ons werd ze meteen in het hart gesloten, ook door Aline en Maya.”

Met iedereen aan tafel

Erik: “Wie aan pleegzorg begint, weet dat ook het contact met de ouders en andere familieleden erbij hoort. Aline gaat om de twee weken op bezoek bij haar ouders, Maya heeft enkel contact met haar grootmoeder en twee broertjes, en Lisa met haar broer en zus. Dat is een hele puzzel, zeker op gevoelige momenten als Kerst en verjaardagen. Maar we proberen wel grenzen te trekken. Alle bezoekjes moeten in dezelfde weekends plaatsvinden, zodat we genoeg rustmomenten hebben met het hele gezin. Maar we vinden dat contact met de familie heel belangrijk, ook voor de ontwikkeling van hun identiteit. Onze droom is dat we later, over een jaar of tien, allemaal samen rond de tafel kunnen zitten, met alle familie, broers en zussen.”

Joris: “Het levert soms wel emotionele momenten op. Onlangs vroeg Maya wanneer ze naar haar mama mocht. Maar voorlopig wil die geen contact met haar dochter. We praten daar openlijk over en hebben haar een foto van haar mama gegeven. Voorlopig is dat voldoende. En Aline zei onlangs ook dat zij liever bij haar mama en papa wilde wonen, net als andere kinderen. Dat is natuurlijk moeilijk, maar we willen haar vooral het gevoel geven dat alle gevoelens bespreekbaar zijn.”

Erik: “Als anderen me vertellen dat ze pleegzorg overwegen, heb ik één advies: doen! Waar wij op dit moment het meest mee worstelen, is de vermoeidheid. Maar dat is bij alle gezinnen met drie jonge kinderen hetzelfde, vermoed ik.”

Joris: “95% van de tijd zijn wij een ‘gewoon’ gezin. Maar natuurlijk komen er bij pleegzorg wat extra moeilijkheden bij, zoals het contact met de familie. Daarom zou ik mensen die het overwegen aanraden om duidelijk hun grenzen aan te geven: als je het bijvoorbeeld niet ziet zitten om een pleegkind met een beperking op te vangen, mag je dat ook duidelijk zeggen. Daar is bij Pleegzorg Vlaanderen absoluut begrip voor.”

 

* Omwille van privacy zijn er schuilnamen gebruikt.

 

Foto's
Bob Van Mol