“Je kan zoveel betekenen voor een pleegkind”

Simonne’s kleinzoon Jonathan woont al 19 jaar bij haar

Simonne Hensen doet aan netwerkpleegzorg. Ze zorgt al 19 jaar voor haar kleinzoon Jonathan (21). Aanvankelijk kwam hij een tijdje bij haar logeren, maar al na enkele maanden werden zij en haar man officiële pleegzorgers.

“Toen mijn zoon destijds zijn vriendin leerde kennen, kregen ze al snel een kindje. Zij was toen nog maar 17. En in de jaren nadien kreeg ze nog drie kinderen. Toen Jonathan, de jongste, geboren werd, was zijn mama 23 jaar. Ze had gezondheidsproblemen en kon de zorg voor haar jonge kinderen moeilijk aan. Daarom probeerde ik, als oma, zoveel mogelijk bij te springen. Op woensdagmiddag haalde ik de kinderen op en ook op andere dagen ging ik geregeld langs. Jonathan kwam het vaakst bij me logeren en hij raakte steeds meer gehecht aan mijn man en mij. Na een viertal maanden besloot de jeugdrechter dat het beter zou zijn als Jonathan bij ons bleef wonen. Al bleef hij zijn ouders wel zien, tijdens maandelijkse bezoekjes.”

“Van mijn moeder, zussen en vriendinnen kreeg ik soms twijfelachtige reacties: ‘zou je dat nu wel doen, nog een kind grootbrengen? Je zal al je vrijheid kwijt zijn.’  Maar mijn man en ik hebben geen seconde getwijfeld. Jonathan was zo’n braaf en lief kind, we vonden het zo fijn dat we zoveel voor hem konden betekenen. We hebben eigenlijk geen enkele foto waarop hij droevig kijkt. Ik zorgde er ook altijd voor dat ik thuis was als hij van school kwam. Overdag ging ik vaak op stap met vriendinnen – vrijheid genoeg – maar voor Jonathan wilde ik er absoluut zijn. Soms telde ik zelfs de uren af voor hij thuis zou komen. En ik stond ’s ochtends altijd op als hij naar school moest vertrekken, zodat we samen konden ontbijten. Ook als hij al veertien was, en eigenlijk dus zelfstandig genoeg. Ik vond en vind het gewoon fijn om voor hem te zorgen en hem gelukkig te zien.”

Contact met biologische ouders

“Ook met zijn ouders bleven we altijd goed overeenkomen, er is nooit ruzie geweest. Zijn mama had het er soms wel moeilijk mee, zeker in het begin, maar ze besefte dat ze haar zoontje niet kon geven wat hij nodig had. De bezoekmomenten verliepen altijd heel goed. Jonathan was dan ook heel lief voor zijn ouders.”

“Ik heb het contact met Jonathans ouders altijd gestimuleerd. Oma en opa kunnen nog zo lief en goed zijn voor een kind, maar het is toch belangrijk dat het weet wie zijn ouders zijn. Natuurlijk beschouwt hij mij als een moederfiguur, omdat ik al voor hem zorg sinds hij twee is. Van de situatie daarvoor kan hij zich niets herinneren. Maar hij noemt me wel oma, en hij vindt het zelf ook altijd fijn om zijn ouders terug te zien.”

"Op een bepaald moment, toen Jonathan een jaar of zeven was, kon zijn mama niet meer zo makkelijk langskomen, omdat ze geen auto had. Toen besloot ik om hem altijd zelf naar haar te brengen en weer op te halen, dat doe ik nu nog steeds. En heel Jonathans jeugd heb ik op woensdagmiddag zijn broer en zus hier uitgenodigd, zodat ze elkaar beter leerden kennen.”

Netwerkpleegouder Simonne over haar kleinkind Jonathan: “Het enige waar ik het soms moeilijk mee heb, is mijn eigen overbezorgdheid. Ik ben zo bang dat Jonathan iets zou overkomen.”

“Spijt van onze keuze heb ik nooit gehad, integendeel. Jonathan is ons ook zo dankbaar, we krijgen elke dag wel een schouderklopje. Vooraf had ik me mentaal voorbereid op een moeilijke puberteit, maar die is er nooit gekomen. Het enige waar ik het soms moeilijk mee heb, is mijn eigen overbezorgdheid. Ik ben zo bang dat Jonathan iets zou overkomen. En ik probeer hem voor allerlei onheil te beschermen, want hij kan soms vrij naïef zijn. Voor zijn vrienden zou hij bijvoorbeeld alles doen, maar ik probeer hem te leren dat niet iedereen de beste bedoelingen heeft. Ik sta er ook op dat hij niet rookt, niet drinkt en geen drugs gebruikt, en dat hij niet omgaat met ‘foute vrienden’. Op zijn leeftijd word je snel verleid en kan het ook snel misgaan. Gelukkig luistert hij naar mijn goede raad. Hij weet ook dat die alleen maar voortkomt uit liefde.”

Een bron van geluk

“Op één moment had Jonathan het zelf heel moeilijk. Toen hij elf jaar oud was, kreeg zijn mama nog een zoontje. Daar werd hij heel onzeker van: als zij voor een nieuw kindje kon zorgen, zou hij dan ook opnieuw bij haar moeten wonen? Hij was heel gelukkig bij ons, dus zo’n ingrijpende verandering zag hij niet zitten. Omdat hij daar echt onder leed, heb ik toen professionele hulp gezocht. Door veel te praten, raakte hij weer gerustgesteld.”

“Mochten mensen twijfelen over pleegzorg, dan zou ik het absoluut aanraden. Je kunt zoveel betekenen voor een pleegkind. Als ik zie hoe gelukkig Jonathan bij ons is, maakt mij dat ook heel blij. Dat zorgende heb ik altijd wat in me gehad. Vroeger had ik een buurvrouw met twee adoptiekindjes en wanneer zij moest werken, zorgde ik ook vaak voor hen. Het helpt wel dat ik nog relatief jong ben: toen Jonathan hier kwam wonen, was ik nog maar 47 jaar. Mocht ik tien jaar ouder zijn geweest, had ik misschien meer geaarzeld. Nu ben ik 66, maar Jonathan is natuurlijk al heel zelfstandig. Hij helpt mij zelfs geregeld, door bijvoorbeeld eens naar de winkel te gaan. Jonathan woont nog thuis, maar zit wel vol plannen. Hij weet al precies welk huis hij later wil, welke vloer en keuken. En het huis moet een bijgebouw hebben, waar mijn man en ik kunnen wonen. Daar staat hij op. (lacht) Dat is toch hartverwarmend?”

“Als ik nadenk over de toekomst, hoop ik gewoon dat Jonathan net zo blij en gelukkig blijft als vandaag. Maar ook dat hij een stabiele toekomst tegemoet gaat, met werk, een lieve vrouw en een eigen huis. Mijn grootste angst is dat hij – als wij er niet meer zijn – het contact met zijn familie zou verliezen en geen dak boven zijn hoofd zou hebben. Maar ik ben optimistisch: volgens mij komt het helemaal goed.”

Foto's
Bob Van Mol