Afzondering en fixatie in de brede residentiële jeugdhulp

Ontwikkeling van een intersectorale richtlijn voor preventie en toepassing

Afzondering en fixatie zijn omstreden maatregelen in de geestelijke gezondheidszorg, jeugdhulp en zorg voor personen met een handicap. Uit audits van de Vlaamse zorginspectie bleek dat er grote verschillen bestaan tussen voorzieningen in hoe vaak en hoe veilig afzondering en fixatie plaatsvinden. In dit kader kreeg het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin de opdracht om een intersectorale richtlijn te ontwikkelen voor de preventie en toepassing van afzondering en fixatie in de brede residentiële jeugdhulp.

Afzondering verwijst naar het alleen verblijven in een lokaal dat de persoon niet zelfstandig kan verlaten. Onder fixatie vallen fysieke interventies, mechanische of medicamenteuze fixatie. Het gaat om elk handeling of gebruik van materiaal of medicatie die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn vrijheid kan herwinnen. 

Er bestaat consensus over dat afzondering en fixatie zoveel mogelijk vermeden moeten worden, omdat deze maatregelen emotionele of fysieke schade kunnen berokkenen en nefast zijn voor de samenwerkingsrelatie tussen de jongere en de zorgverlener. Afzondering en fixatie zijn ook een inperking op het recht op fysieke integriteit en het zelfbeschikkingsbeginsel dat in het recht over de zorg centraal staat. Buiten de situaties waarin de wet ze toelaat, zijn ze dan ook verboden. En waar ze toegelaten zijn, zijn er waarborgen nodig om de rechten van de jongeren te vrijwaren. 

Er blijken grote verschillen in hoe vaak en hoe veilig voorzieningen afzondering en fixatie toepassen. Daarom kreeg het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin de opdracht een intersectorale richtlijn te ontwikkelen voor de preventie en toepassing van afzondering en fixatie in de brede residentiële jeugdhulp. 

Waarom? 

Er zijn vier doelstellingen: 

- Ondersteuning van het proces van kwaliteitsverbetering in de betrokken voorzieningen. 
- Streven naar uniformiteit in de preventie en het gebruik van afzondering en fixatie in alle subsectoren van de brede residentiële jeugdhulp. 
- De richtlijn onderbouwen met wetenschappelijke evidentie vanuit het klinisch en orthopedagogisch perspectief.
- Aanbevelingen formuleren voor de preventie en toepassing van afzondering en fixatie in verschillende types van situaties. 

Op basis van deze vier doelstellingen is een ambitieuze, maar ook herkenbare intersectorale richtlijn ontwikkeld. Conform de doelstelling van kwaliteitsverbetering is het een richtlijn geworden met zicht op de toekomst. Dit betekent dat de aanbevelingen niet aangepast zijn aan de mate waarin ze momenteel haalbaar zijn voor alle voorzieningen. In de plaats daarvan is de richtlijn aangevuld met de randvoorwaarden voor implementatie. 

Ontwikkeling

De richtlijn is ontwikkeld in zeven fasen op basis van een interdisciplinaire en intersectorale methode: 

- De basis ligt bij klinisch, pedagogisch en orthopedagogisch onderzoek, en juridische analyses van het mensenrechtelijk en nationaalrechtelijk kader. 
- Evidentie is verzameld voor kinderen jongeren met een verstandelijke of meervoudige beperking, een psychiatrische aandoening, een forensische problematiek en/of afkomstig uit een moeilijke leefsituatie. 

De inhoud van de richtlijn

Aanbevelingen voor preventie van afzondering en fixatie zijn er op verschillende niveaus: directie en beleidsmedewerkers, behandel-/begeleidingsteam, de directe zorg voor en begeleiding van de jongeren en het niveau van de wetgever. Daarnaast bevat de richtlijn ook intersectorale aanbevelingen voor de toelaatbaarheid van afzondering en fixatie. Zo is het bijvoorbeeld niet toegelaten om te straffen. Om de veiligheid te herstellen is het enkel toelaatbaar als laatste redmiddel. Alle aanbevelingen in acht genomen zijn afzondering en fixatie onder dwang enkel toelaatbaar als veiligheidsmaatregel bij ernstig en acuut gevaar voor de jongere of andere personen. Voor de toepassing hiervan lijst de richtlijn ook een aantal aanbevelingen op. Menswaardigheid en veiligheid van de jongeren en het personeel staan hierbij voorop. Hiervoor is een gecombineerde aanpak nodig op twee niveaus: dat van de directie en beleidsmedewerkers, en de afzonderings- en fixatieprocedures. Als laatste geven de onderzoekers aanbevelingen mee voor de praktische uitvoering van afzondering en fixatie, bijvoorbeeld in geval van agressie en escalatie, en om gedwongen voeding via een sonde bij ernstige ondervoeding mogelijk te maken. 

Randvoorwaarden

Tot slot formuleren de onderzoekers een aantal randvoorwaarden voor implementatie van de richtlijn. Ze benadrukken hierbij het belang van samenwerking tussen alle stakeholders. Inzetten op basisveiligheid van de omgeving op architecturaal vlak, technisch vlak en op vlak van personeelsbezetting is cruciaal, naast collectief leren en op zorg voor het personeel. Daarnaast formuleren ze ook een lijstje aanbevelingen voor betrokken overheden, bijvoorbeeld voor opleiding voor de professionals, de ontwikkeling van e-learning tools, een gebruiksvriendelijk registratiesysteem, de ontwikkeling van duidelijke regels etc. 

Het volledige onderzoek kan je lezen op de website van het Steunpunt WVG. 

Promotoren en onderzoekers 
Promotor: Chantal Van Audenhove (1) 
Copromotoren: Johan Put (2), Bea Maes (3), Theo van Achterberg (4)
Onderzoekers: Dorien Beeckmans (1), Gilles Droogmans (3), Nana Mertens (1), Tim Opgenhaffen (2), Jasper Vanhoof (4), Kathleen De Cuyper (1), Sara Nijs (3)

1 -> LUCAS KU Leuven
2 -> Instituut voor Sociaal Recht, KU Leuven
3 -> Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek, KU Leuven
4 -> Academisch Centrum voor Verpleeg- en Vroedkunde, KU Leuven