'Bij de komst van een baby horen roze en broze wolken'
Ouderschap brengt tegenstrijdige gevoelens met zich mee. Die zijn inherent aan het moeder of vader worden. We moeten wel waakzaam zijn voor signalen van ouders die het moeilijk hebben, vertelt Joke Vandamme, stafmedewerker van het agentschap Opgroeien.
Agentschap Opgroeien hecht veel belang aan perinatale mentale gezondheid. Wat is dat precies?
Joke Vandamme, stafmedewerker Ouderschap van de afdeling preventieve gezins- en jongerenondersteuning van agentschap Opgroeien: “Het gaat over de mentale gezondheid of het welbevinden van jonge ouders en hun kind(eren), vanaf het begin van de zwangerschap tot een jaar na de geboorte. We zien dat ouderschap bij elk nieuw kind een onzekere periode is. Het is een zoektocht die gepaard gaat met kwetsbaarheid en veel energie vraagt. Daardoor is het niet ongewoon dat een ouder uit balans geraakt, zeker tijdelijk. Meestal zijn er wel buffers om die balans weer te herstellen, zoals de aanwezigheid van betekenisvolle en steunende anderen. Maar als die er niet zijn, dan kunnen er psychische problemen ontstaan waar meer zorg voor nodig is.”
Is de roze wolk dan een mythe?
“Nee, maar hij weerspiegelt slechts één kant van het verhaal. Pril ouderschap gaat gepaard met ‘getrek en geduw’. Enerzijds ben je als ouder overweldigd door liefde en geluk, anderzijds snak je naar je eigen identiteit en de andere rollen in je leven. Dat kan best verwarrend zijn, want je stelt je de vraag wie je eigenlijk bent. Als we over dit thema praten, is het dus belangrijk om de balans te vinden tussen twee kanten van dezelfde medaille: de existentiële vervulling die ouders overvalt én de momenten van vertwijfeling. Geen van beide aspecten mogen we zomaar onder de mat vegen. Ze mogen er allebei zijn. Er zijn roze, maar ook broze wolken.”
Welke psychische problemen kunnen zich voordoen in deze periode?
“De post-partumdepressie is de gekendste, maar daarnaast zien we ook vrij veel angst en posttraumatische stress. Die kan bijvoorbeeld gelinkt zijn aan een traumatische bevalling. Verder zijn ook dwangstoornissen mogelijk. En tot slot de post-partumpsychose, die eerder zeldzaam is maar wel veel zorg vereist. Naar schatting krijgt een op de vijf jonge moeders te maken met een van deze psychische problemen, of een combinatie ervan.”
Treft dit ook de partners?
“Absoluut, al is perinataal mentaal welzijn nog een onderbelicht thema bij hen. Men vermoedt dat de cijfers van psychische klachten in dezelfde richting gaan, maar er is zeker nog meer onderzoek nodig. We zien bij partners met bijvoorbeeld een post-partumdepressie wel andere symptomen dan bij moeders: zij vertonen dan vaker vluchtgedrag of kwaadheid. Dat maakt het moeilijker om te vergelijken. Maar we weten dat het ook voor hen een kwetsbare, zoekende en verwarrende periode is.”
Wat zijn de belangrijkste risicofactoren?
“Dat zijn er heel wat, op verschillende niveaus. Ten eerste de persoonlijkheid: een jonge ouder die perfectionistisch is, loopt een groter risico. Ouderschap is per definitie onvoorspelbaar, dus wie een bepaalde controledrang heeft, krijgt het sneller moeilijk. Ook wie een verleden heeft van psychische problemen, moet extra waakzaam zijn. Daarnaast zijn er contextuele factoren. Als het kind ongepland is of een zorgnood heeft, ontstaat ook een hoger risico. Verder kan de relatie een rol spelen, denk bijvoorbeeld aan partnergeweld. Maar we mogen ook de omgeving niet uit het oog verliezen: sociale isolatie, financiële stress of huisvestingsproblemen. Zo’n problemen slorpen zeer veel energie op.”
Is hierover praten nog een taboe?
“De voorbije jaren is het meer bespreekbaar geworden. Denk maar aan verschillende bekende Vlamingen die hiermee naar buiten komen. Ook de laatste campagne van Te Gek!?, in samenwerking met Perinet en Kind en Gezin, was een schot in de roos. Met Dat lucht op creëerden ze bijvoorbeeld een alternatieve geboortelijst waarop jonge ouders kunnen aangeven waar ze echt nood aan hebben. Van ‘een pot verse soep brengen’ tot ‘een goede babbel’. Ook 1.000 dagen samen wil taboes en onrealistische verwachtingen doorbreken. Dat is een reeks filmpjes van Kind en Gezin waarin ouders een blik achter de schermen geven van hun gezin. Maar daarnaast zie je ook in kunst en cultuur het thema ouderschap en de bijhorende vertwijfeling vaker opduiken.”
Welke ondersteuning is er voor ouders?
“Kind en Gezin is een heel belangrijke partner, die meer dan 90% van de jonge ouders bereikt, met hen in gesprek gaat en een luisterend oor biedt. Verder heb je vroedvrouwen, kraamzorg en de Huizen van het Kind. Die laatste bieden steeds vaker laagdrempelige ondersteuning aan, ook in groepsverband. Als ouders toch gespecialiseerde hulp nodig hebben, kunnen ze op verschillende plaatsen terecht. Ambulant bij de eerstelijnspsychologen of bij de centra voor geestelijke gezondheidszorg. En in situaties waar een opname vereist is, kunnen ze terecht in voorzieningen, zoals de moeder-baby-eenheden van enkele psychiatrische ziekenhuizen.”
Wat kunnen hulpverleners doen om hen te helpen?
“Het allerbelangrijkste is het gesprek aangaan over ouderschap. Luister met openheid, zonder meteen te problematiseren of omgekeerd: problemen onder de mat te vegen. Pols zeker ook naar sociale steun. Hebben deze jonge ouders een netwerk dat hen ondersteunt? En zoniet: kan je dan helpen om het mee op te bouwen? Dit klinkt misschien eenvoudig, maar het vraagt tijd en moed, iets wat ik alle hulpverleners die met jonge ouders in contact komen absoluut toewens.”