"Ik wil een diploma op het nachtkastje van mijn mama zetten"

Hoe jongeren in de Grubbe in Everberg het Suikerfeest vierden

Veel familie en veel zoetigheden: het ideale recept voor het Suikerfeest. Na twee jaar strenge coronamaatregelen vierden heel wat families begin mei het einde van de Ramadan. Ook in de gesloten jeugdinstelling van Everberg vormde het Suikerfeest de ideale gelegenheid om voor het eerst sinds lang een gemoedelijk familiemoment te organiseren.

Een zonnige woensdagmiddag in mei. In de bezoekruimte van Gemeenschapsinstelling De Grubbe in Everberg heerst een gezellige drukte. Op het bescheiden terrasje buiten smeult de barbecue, de eerste lading hamburgers is net verlost van de warme kolen. Ze krijgen een plekje aan het buffet, naast de tomaten, de muntthee en de versgebakken koekjes met sesamzaad. In de keuken wordt met vereende krachten de laatste hand gelegd aan een koekjestaart terwijl een stevige beat uit een luidspreker het geroezemoes amper overstijgt.

Rond de tafels: negen jongeren die in leefgroep 4 van De Grubbe verblijven. Allemaal zitten ze tussen twee familieleden. Die mochten ze uitnodigen om samen het Suikerfeest te vieren. Het allereerste familiemoment in de gesloten instelling sinds de start van corona, dik twee jaar geleden. “Ik ben echt blij dat er zoveel volk is”, straalt Najat, begeleidster van de leefgroep. De afgelopen dagen belden ze zich suf om alle families tot hier te krijgen. “Maar als je nu de gasten ziet… Dat was het meer dan waard. Of ze nu gevast hebben of niet, gelovig zijn of niet: elke jongere en zijn familie zijn vandaag welkom, dat vond ik écht belangrijk om te vertellen aan alle families.”

Abel (17) ploft buiten op een stoel, de zon schijnt op zijn glanzende zwarte haren die met een haarlint strak achteruit getrokken worden. “Sinds 22 april ben ik hier. Het is de eerste keer dat ik mijn familie terugzie. En óf ik dankbaar ben aan de begeleiders dat ze dit willen doen.” Twee weken na een eerste confrontatie met de jeugdrechter heeft Everberg rust gebracht in zijn hoofd. “Toen ik gepakt ben voor mijn feiten, was er stress. Veel stress. Het was de allereerste keer dat ik voor de jeugdrechter moest verschijnen dus wist ik helemaal niet wat ik moest verwachten. Veel gasten hadden me bang gemaakt voor wat me te wachten stond. Everberg is geen pretje, vertelden ze me.” Maar het vonnis stuurde Abel onherroepelijk naar leefgroep 4. “Je stopt niet met denken als je hier aankomt, niet normaal. Vijf dagen later moest ik terug voor de jeugdrechter verschijnen en werd mijn straf met een maand verlengd. Hoe gek het ook klinkt: het zorgde voor rust. En als ik eerlijk ben: ik vind mijn straf terecht. Als ik jeugdrechter was had ik waarschijnlijk net hetzelfde beslist. Eén ding is duidelijk: ik ga nooit meer doen wat ik gedaan heb. Ik ben bijna 18… Een paar maanden later en ik zou naar een echte gevangenis moeten. Dat wil ik écht nooit. En hier… Het valt hier al bij al nog mee. We kunnen hier ook gewoon PlayStation spelen, poolen en Netflix kijken. Het is minder erg dan ik het me had ingebeeld. De begeleiders? Ik heb nog niemand tegengekomen waarvan ik dacht: die is niet oké. Maar natuurlijk hoop ik dat ik volgende maand terug naar huis kan, naar mijn mama en mijn twee zussen. Als ik hier uit ben wil ik één ding: mijn diploma op het nachtkastje van mijn mama zetten.”

De mama van Abel lacht als we haar vertellen wat hij ons zonet toevertrouwde: “Heeft hij dat echt gezegd?” Zijn zus klinkt scherper: “De kans dat dat lukt? Ach… Ik durf het niet meer te zeggen.” Het Suikerfeest vierden ze de afgelopen dagen ook thuis, maar toch vooral in mineur, vertelt Abels mama: “Het was niet hetzelfde als andere jaren, zonder hem… Zijn zusje van 9 jaar mist haar broer enorm, maar aan haar valt moeilijk uit te leggen wat er aan de hand is. We hebben haar verteld dat Abel ergens anders logeert, dat hij op het einde van de maand terug naar huis komt. Ik heb lang getwijfeld of ik vandaag zou komen, maar mijn oudste dochter heeft me mee naar hier gesleept. Al ben ik daar nu wel héél blij om.” Het leven van het gezin stond de afgelopen periode duidelijk op zijn kop. “We hebben het nog niet gehad over wat er gebeurd is. ‘Vandaag is het feest, mama’, zegt Abel dan. Maar het zal er zeker nog van komen. Heeft hij verteld wat hij de afgelopen maanden allemaal heeft meegemaakt? Zijn opa is overleden en thuis kwam het na veel ups en downs tot een definitieve breuk tussen mij en zijn papa. Het was veel voor hem om te dragen, misschien te veel. Ik ben boos en verdrietig, maar voel mezelf ook schuldig over hoe alles gelopen is. Ik weet dat ik niet zo mag denken, maar toch... Je weet hoe dat gaat met moeders en zonen…”

Na een snelle knuffel loopt Abel weer in de richting van zijn leefgroep. Ook Yacob heeft net afscheid genomen van zijn familie: “Mijn zus en haar dochter waren hier voor mij”, glimlacht hij. “Mijn zus was hier vorige week ook, maar mijn klein nichtje had ik al even niet meer gezien. Ik werd echt gewoon blij omdat ze erbij was… Bij familie zijn: dan is het een goede dag. We hebben het over alles gehad: hoe het buiten loopt, wat ik ga doen als ik vrijkom. Maar niet de discussies die we hadden op de eerste dag dat ik hier terecht kwam.” Dat hij door de jeugdrechter hier werd geplaatst, is nog niet verwerkt. “Het was een onrechtvaardige beslissing. Ik had niets gedaan en daar was ook bewijs voor. En toch zit ik nu hier, terwijl anderen niet gestraft zijn. Dat voelt gewoon niet juist. De rechter kijkt niet naar wie je bent, ze heeft een papier en op basis daarvan wordt er beslist. Ook al hebben we feiten gepleegd, we blijven mensen.” Ook in de leefgroep draait het voor Yacob niet op rolletjes. “Elke dag is hetzelfde, ik heb het gevoel dat ik hier soms zot word. Met één jongere heeft het hier eens serieus gebotst, maar gelukkig is hij er intussen niet meer. Nu is de sfeer goed. Er is minder discussie, minder problemen. Maar vrienden: dat mogen we hier niet echt zijn.”

Ook Dino (16) en Emre (17) hebben een tijdelijke slaapplek in leefgroep 4. Voor Dino loopt de maximumtermijn van 2 maanden en 5 dagen Everberg bijna af. “Ik weet niet wat er komt. Terug naar huis? Een andere instelling? Niemand die me al kan zeggen wat er zal gebeuren. Ik moet toegeven: het is hier moeilijk. Je ziet je ouders niet, enkel bij het bezoek. Maar dat is veel te weinig.” Emre  vult zijn jongere leefgroepgenoot aan: “We kunnen elke dag naar onze ouders bellen, maar dat is maar 15 minuten. En voor jongeren met gescheiden ouders zoals wij, die moeten dat nog eens verdelen. Dan hou je maar 7 minuten over om met je moeder te bellen en 7 minuten met je vader…” Gelukkig was er vandaag afleiding: “We hebben het zo chill mogelijk gehouden. Iedereen zocht contact met iedereen, er was lekker eten. Moeders babbelden met andere moeders, vaders met andere vaders. Het was gewoon chill”, lacht Emre. “Je voelt hier veel begrip. Ze proberen het toch op een of andere manier leuk te maken voor ons. Soms lukt dat wel, zoals op dagen zoals vandaag. Anders zou je maar depressief worden. Vooral wanneer je alleen op de kamer zit… Dan duren de uren lang.” Dezelfde fouten maken, dat zien de twee jongens niet meer zitten. “Dit is een nieuwe start, sowieso. Je wilt hier niet terugkomen”, zegt Dino. “Buiten, mijn thuis, mijn ouders, mijn vrienden… Dat mis ik wel. Ik vind het ook erg voor hen dat ze altijd naar hier moeten komen, maar ben wel dankbaar dat ze me blijven steunen.” “Als je geen steun krijgt, daar ga je echt kapot”, vult Emre aan. “Er zijn jongeren uit Kortrijk die nooit bezoek krijgen. Mijn ouders willen dat ik hier zo snel mogelijk buiten ben. Mijn mama en ik wonen alleen… Ik vind het ook voor haar erg dat ze het nu helemaal alleen moet redden.” De ramadan bracht de twee jongens dichter bij elkaar: “In het begin was ik nog de enige in de leefgroep die vastte. Pas toen Emre erbij kwam, kon ik me aan hem optrekken. We begrijpen elkaar, snap je. Dat heeft me hier enorm geholpen.” De toekomst lonkt naar Emre en Dino. “We volgen allebei de richting automechanica. Later willen we zelfstandige worden. Elk onze eigen garage, klinkt dat niet goed?”