"We streven echt naar een goede match"

12-21 november: Week van de Pleegzorg

Dit jaar staat de Week van de Pleegzorg helemaal in het teken van matching. Maar wat bedoelt Pleegzorg Vlaanderen precies met die term? En wat houdt het allemaal in? Nina Neuteleers, coördinator van het voortraject bij Pleegzorg Limburg, weet daar alles over.

Belangrijk om weten: Pleegzorg Vlaanderen ziet het begrip ‘gezinnen’ heel ruim. Een gezin kan een homokoppel zijn, een alleenstaande man of vrouw of het kunnen grootouders zijn. Er bestaan twee soorten pleeggezinnen: bestandsgezinnen en netwerkgezinnen. Die laatste zijn gezinnen die uit het netwerk van het kind voortkomen. Dat kan bijvoorbeeld een tante of nonkel zijn, of de juffrouw op school. Pleeggasten - volwassenen met een handicap - vinden bijna altijd een pleeggezin binnen hun netwerk. Ook kinderen waarvoor moeilijker een neutraal gezin gevonden kan worden, kunnen soms wel in hun netwerk terecht.

Bestandsgezinnen zijn gezinnen die kinderen opvangen waar ze voordien nog geen band mee hadden. Die gezinnen volgen allereerst een infoavond. Als ze geprikkeld zijn, vullen ze een vragenlijst in. Daarna volgen verschillende inhoudelijke gesprekken om de gezinnen beter te leren kennen. De gezinnen volgen ook een vorming van vier sessies. Die vorming dompelt hen onder in een bad van pleegzorggerelateerde thema’s. De duur van het traject is voor ieder gezin anders, maar gemiddeld tellen we vier tot zes maanden. Als het selectietraject afgerond is, begint het wachten op een match.

Lange weg af te leggen

“Voordat een pleegzorgsituatie wordt opgestart, is er al een lange weg afgelegd”, vertelt Nina, coördinator van het voortraject bij Pleegzorg Limburg. “Die lange weg noemen wij het voortraject en bestaat uit twee belangrijke schakels: het kind en het kandidaat-pleeggezin. Alles wat zich afspeelt rond het kind wordt door het intaketeam in kaart gebracht. Zij nemen grondig de tijd om het kind, de ouders en familie te leren kennen en bekijken welke noden het kind heeft. Intussen leert het selectieteam de kandidaat-pleeggezinnen beter kennen. Wat is hun motivatie voor pleegzorg? Hoe ziet hun situatie eruit? Is het een rustig gezin of zijn ze net heel avontuurlijk en drukbezet? Hebben ze eigen kinderen? Hoe staan de eigen kinderen van het gezin tegenover pleegzorg? Wat zijn de mogelijke krachten en valkuilen van een kandidaat-pleeggezin binnen het pleegzorgverhaal? Waar hebben ze ondersteuning in nodig en staan ze daarvoor open? Hun persoonlijke situatie bepaalt mee welk aanbod zij kunnen doen naar een toekomstig pleegkind. Het is dus belangrijk daar goed zicht op te krijgen.”


"Het kind staat van begin tot einde van de plaatsing altijd centraal", aldus Nina Neuteleers.

Het kandidaat-pleeggezin kan ook aangeven welke pleegzorgmodule ze verkiezen. Dat kan bijvoorbeeld crisispleegzorg zijn, ondersteunende pleegzorg (tijdens weekends of vakanties) of langdurige pleegzorg. Als ze een voorkeur hebben voor het geslacht en de leeftijd van het kind, kunnen ze dat ook aangeven. “Maar daar verwachten we wel een inhoudelijk argument voor”, zegt Nina. “Neem nu bijvoorbeeld een koppel dat liever een jongen wil, omdat ze inschatten dat dat beter zou matchen met hun eigen kind. Dat is iets waar we rekening mee kunnen houden.”

Wanneer beide partijen in kaart gebracht zijn, volgt er een ruwe matching. “We bekijken welke pleegkinderen en pleegouders er mogelijks bij elkaar zouden kunnen passen. Het kan zijn dat we één kind en drie pleeggezinnen samen zetten. Of net andersom.”

Wikken en wegen

Daarna volgt de echte matching. De intakers en selecteurs komen samen en stellen het kind en gezin voor. “De noden van het kind worden naast het aanbod van het gezin gelegd. Op die manier bekijken we wat de beste match is. Dat kan er soms pittig aan toe gaan,” vertelt Nina met een glimlach. “Het blijft een inschatting met wikken en wegen. Toch proberen we echt te streven naar de beste match! Soms komt het voor dat we een gezin in de kandidatenpool krijgen en er niet meteen gematcht kan worden. Dat kan te maken hebben met verschillende factoren. Het komt er dan op neer dat de noden van het kind niet overeenkomen met het aanbod van het pleeggezin of dat er tegenindicaties zijn waardoor de matching niet als positief weerhouden wordt. Die kunnen te maken hebben met het pleeggezin en/of het kind en/of de ouder(s). We streven echt naar een goede match en als er te veel twijfels zijn, wachten we liever wat langer …”

Wanneer een match gemaakt is, gaat de intaker samen met de screener op bezoek bij het kandidaat-pleeggezin. Ze stellen het kind voor met zijn/haar levensverhaal en noden, zonder details zoals namen te noemen. Het kandidaat-pleeggezin krijgt dan tijd om na te denken of ze op de vraag willen ingaan. Ziet het gezin zichzelf een goed aanbod doen en voelen ze zichzelf openstaan voor dit kind? Dan volgt er een kennismaking tussen het pleeggezin en de biologische ouders.

“We streven ernaar dat de ouders akkoord gaan met de pleegzorgplaatsing en dus ook met het pleeggezin. Op die manier heeft de samenwerking de grootste kans op slagen”, vertelt Nina. “Pas na die fase volgt de kennismaking tussen het pleegkind en het pleeggezin. Dat bouwt zich gestaag op en wordt afgestemd op het tempo van het kind. Het eerste bezoek duurt maar een uurtje en daar is altijd een begeleider bij. Als dat goed gaat, kan de volgende ontmoeting zonder begeleider zijn. Als de ontmoetingen goed verlopen, worden ze stelselmatig opgebouwd en steeds langer in duur. Daarbij is het belangrijk dat het kind zich goed voelt bij de situatie. Wanneer we merken dat het te snel gaat, trekken we meteen aan de rem”, zegt Nina. “Het kind staat van bij het begin van de intake tot het einde van de plaatsing altijd centraal”.

www.pleegzorgvlaanderen.be