welzijn & zorg

Zeg nooit nooit

De essentie volgens Alain Remue
10.10.2025
Foto's
Stephan Vanfleteren

Na dertig jaar aan het hoofd van de Cel Vermiste Personen kijkt Alain Remue terug op een rijkgevulde carrière. Een carrière waarin hij vaak samenwerkte met hulp- en zorgverleners, en mee zorgde voor de ongeruste achterblijvers die wachtten op het terugvinden van hun vermiste familielid.

Alain Remue krijgt weleens de vraag hoe hij die job zo lang heeft kunnen volhouden. “Mijn reactie daarop is: tja, het is gewoon mijn job. Als ik kijk naar mensen die in de zorg werken op palliatieve afdelingen, in woonzorgcentra of op de afdeling kinderoncologie, dan heb ik veel respect voor die mensen. Dan vind ik mijn job bij de Cel Vermiste Personen niet zo zwaar. Er zijn zorgjobs die volgens mij veel zwaarder wegen.”

Als hoofd van de Cel Vermiste Personen, kwam hij in contact met de ‘achterblijvers’. Zij hebben nood aan drie dingen, aldus Alain Remue. “Ten eerste: informatie. Je moet niet rond de pot moet draaien. Je moet geen beloftes doen die je niet kan waarmaken. Of we het vermiste familielid terugvinden? Dat kan. Snel, of later. Of nooit.” Een vader van een vermiste jongen noemde hem om die reden de ‘empathische realist’. Hij vindt dat zelf “een mooi compliment”.

Een tweede noodzaak voor achterblijvers is psychologische hulp en de mogelijkheid om emoties te ventileren. “Wat overkomt mij? Waarom gebeurt het bij ons? Mensen zeiden me vaak: ‘ik had nooit gedacht dat u in mijn zetel zou komen zitten’. Voor dat soort gesprekken hebben we gelukkig ook slachtofferbejegenaars van de politie. We leerden hoe mensen te zoeken, maar ook hoe om te gaan met mensen die achterblijven.”

Een derde en laatste vraag van achterblijvers is praktische hulp. “Als je naaste vermist is, stopt alles”, weet Alain Remue. “Enkel de vermiste persoon is nog van tel. Mensen zijn dan niet meer bezig met eten, slapen of hun huishouden. De omgeving kan dan zeggen: ‘jij gaat nu slapen, ik blijf bij jouw telefoon zitten om op te nemen als ze bellen’. Of: ‘hier is een kom soep en een boterham, die ga jij nu opeten’. Oog hebben voor de basisbehoeften. Het klopt dat de vermissing het belangrijkste is op dat moment, maar je moet wel blijven leven, ook als de vermissing weken duurt.”

Drie basisregels

“We werkten altijd met drie basisregels. Elke zaak is anders. De eerste 24 uur zijn het belangrijkst. En tot slot ons motto: zeg nooit nooit. Je zou kunnen zeggen dat een deel van de politie een onderdeel vormt van de zorgsector, zeker de Cel Vermiste Personen waar ik deel van uitmaakte. Dat zijn niet de politieagenten die op boeven jagen. Wij staan heel dicht bij de mensen. De achterblijvers komen terecht in een situatie die zij niet kennen. Zo’n dingen gebeuren altijd ver van je bed, bij een ander, tot het bij jou gebeurt.”

Vaak werden vermiste personen teruggevonden in het water. “Bij een vondst van een lichaam in een kanaal heb je de confrontatie met wat de natuur doet met een lichaam. Vanuit objectieve overwegingen zou je zeggen: dit lichaam kunnen we niet tonen aan de nabestaanden. Maar we hebben geleerd die beslissing over te laten aan die mensen zelf. Ik heb geleerd hoe sterk mensen kunnen zijn. Soms hebben het nodig het lichaam toch te zien om zeker te zijn, om afscheid te kunnen nemen. Soms kan ook een foto voldoende zijn, soms een hand met een trouwring eraan. Het maakt een einde aan onzekerheid.”

“Er zijn erge verhalen, maar veel verhalen eindigen ook mooi. Slechts 12% van de cases eindigen met de dood. De anderen vinden we levend terug. Al ligt er meestal wel een vervelende kwestie aan de basis van elke verdwijning: een depressie, verwardheid, een buitenechtelijke relatie. Voor de Cel Vermiste Personen is het een goed einde omdat die mensen levend teruggevonden worden, maar daarna is er vaak heel wat werk nodig om de situatie weer in de juiste plooi te laten vallen.”

Mensen met dementie op de dool

Ook mensen met dementie raken soms op de dool. “Dat zorgt ook elke keer voor veel ongerustheid bij de familie. We hebben verschillende keren meegemaakt dat een oma op de dool raakte, ergens in een bos viel, in de winter bij vriestemperaturen. In zo’n situatie denkt de familie meteen dat ze haar niet levend zullen terugvinden. Soms lukt het toch, midden in de nacht, en zitten ze twee dagen later na wat medische verzorging weer gewoon aan het ontbijt met hun sandwich en hun koffie in het woonzorgcentrum. Fijn om mee te kunnen helpen aan een verhaal dat een goede afloop kent.”

“Maar we werden in de loop van de tijd wel steeds vaker geconfronteerd met mensen met dementie die op de dool waren. In deze gevallen zagen we dat de kans dat we hen niet levend terugvonden, 20% was in plaats van 12%. Deze mensen zijn kwetsbaar omwille van hun leeftijd, ze zijn verward en niet zo mobiel, hebben medicatie nodig. We hadden er in het begin niet veel ervaring mee, want we zijn opgericht naar aanleiding van criminele verdwijningen, denk maar aan de zaak Dutroux. Maar we hebben dan fijne partners gevonden in het Expertisecentrum Dementie en de Alzheimer Liga.”

“We startten jaren geleden een project in de politiezone HEKLA, in de regio onder Antwerpen. Intussen is dat project over het hele land uitgerold. Parketten, politie en provincies pikken het mee op. De politiezone maakt contact met de woonzorgcentra op haar grondgebied. Daar geven we uitleg, gebaseerd op onze ervaring. Eerst zoek je zelf, twintig minuten. Hoe pak je zo’n zoeking aan? Waar let je op? Het kortetermijngeheugen vervalt snel, maar het langetermijngeheugen blijft langer intact, ook al is het soms met flarden. We raden daarom aan een verdwijningsfiche te maken. Waar woonde opa vroeger, waar ging hij vissen, waar werkte hij, waar ligt oma begraven? Dat zijn plekken waar je kan gaan zoeken. Dat project is goed ontvangen in de zorg, en we zijn er trots op. Het is altijd teamwerk tussen politie en zorg.”

Stressteam

Hoe gaat hij zelf om met de gevoelens die deze zaken oproepen? “Er is gelukkig een stressteam bij de politie dat altijd voor ons klaarstaat. We proberen twee keer per jaar een afspraak vast te leggen met de psychologen van dat team, maar uiteraard kunnen onze mensen ook tussendoor bij hen terecht wanneer ze er nood aan hebben. De ene zal er vaker een beroep op doen dan de andere. Iedereen verwerkt die zaken op zijn manier. De mensen kiezen zelf om bij deze cel te komen werken. Daardoor kunnen ze over het algemeen goed met deze job om en is er weinig verloop. Iedereen blijft lang bij ons, vaak tot aan het pensioen. Het is een job die soms toelaat het verschil te maken tussen leven en dood. Je moet het aankunnen, maar als je het aankan, is het een hele mooie job. Ik ben 65, het is goed geweest. Ik kijk er met veel voldoening op terug.”