E-learning tool helpt hulpverleners omgaan met suïciderisico

Richtlijn voor de detectie en behandeling van suïcidaal gedrag

Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie heeft een richtlijn en e-learningwebsite gelanceerd om artsen, psychologen, pscychotherapeuten en verpleegkundigen te ondersteunen bij het omgaan met suïciderisico binnen de gezondheidszorg. Deze richtlijn biedt handvaten bij het detecteren, behandelen en opvolgen van suïcidale personen en hun naasten.

 

De richtlijn komt er in navolging van het Vlaams actieplan suïcidepreventie, dat alles wat gebeurt rond suïcidepreventie in Vlaanderen bundelt. Dat plan heeft als doel tegen 2020 het aantal zelfdodingen met 20% te laten dalen ten opzichte van het jaar 2000. Daar vallen verschillende acties onder, zowel gericht naar de gehele bevolking rond geestelijke gezondheidsbevordering, als initiatieven als de Zelfmoordlijn, initiatieven voor nabestaanden en hulp voor suïcidepogers.

“Een van de vijf strategieën van het actieplan is het ontwikkelen van richtlijnen en daar valt die multidisciplinaire richtlijn voor hulpverleners onder”, legt Saskia Aerts van VLESP uit. “De bedoeling is ervoor te zorgen dat de opvang en zorg voor mensen die suïcidaal zijn op elkaar afgestemden wetenschappelijk onderbouwd zijn. Een richtlijn moet iets zijn waar hulpverleners op kunnen terugvallen. Als ze er niet veel ervaring mee hebben is het moeilijk voor hen om te weten wat ze wel en niet moeten doen, en naar wie ze kunnen doorverwijzen als het nodig is.”

De richtlijn is er om hulpverleners een houvast te bieden zowel binnen de geestelijke als de algemene gezondheidszorg. “Voor scholen of hulpdiensten zoals politie bestaat er ander toegepast materiaal. Deze richtlijn en website zijn er om artsen, psychologen en verpleegkundigen op weg helpen”, zegt Saskia Aerts. Na een inleiding, waarin een theoretisch kader, cijfers, basisprincipes en uitgangspunten worden herhaald, kan de hulpverlener aan de slag in verschillende onderdelen van de tool.

Detectie

De detectie of herkenning van suïcidaliteit is de eerste stap. “Hoe kan je te weten komen dat iemand aan zelfmoord denkt? Hoe kan je dat bespreekbaar maken en het risico inschatten? Dat onderdeel kan voor alle hulpverleners interessant zijn. Iedereen kan een signaalfunctie opnemen”, zegt Saskia Aerts. “In dit onderdeel werken we met een casus: een gesprek tussen een hulpverlener en patiënt Marc. Marc vertelt zijn verhaal en de tool vraagt je hoe je zou reageren. Waar zou je op ingaan? Je krijgt telkens feedback over het gekozen antwoord. Zo wijst de tool bijvoorbeeld op signalen die je had kunnen opvangen.”

Interventie

Er bestaan verschillende vormen van interventie: van psychotherapeutisch tot medicatie. “Uiteraard heeft een psychiater hierin een hoofdrol, maar het is belangrijk dat iedere hulpverlener zicht heeft op het bestaan van die soorten interventies en wat er geweten is over de werking”, zegt Saskia Aerts.

Wat na een poging?

De e-learningtool biedt een soort stappenplan. “De tool is praktisch opgebouwd. In het stappenplan vind je een opsomming van dingen waar je zeker op moet letten na een poging. Als mensen bijvoorbeeld op de spoedafdeling terechtkomen na een poging, worden ze medisch verzorgd en is er misschien minder nazorg. We weten dat er nog een heel hoog risico is dat er nog een tweede poging volgt. Via voorbeeldvragen en stappenplannen met theoretische onderbouwde uitleg, is de tool onmiddellijk in de praktijk bruikbaar. Er zijn sjablonen voorhanden om risico’s in te schatten, om behandelplannen op te maken om zo de ondersteuning, opvang en zorg makkelijker te maken”, zegt Saskia Aerts.

Na een suïcide

Stel dat een van je patiënten overleden is door zelfdoding. Wat moet er dan gebeuren? “Ook in die situatie zijn er heel wat praktische zaken die moeten gebeuren, zoals de politie inschakelen, iedereen op de hoogte brengen, opvang van de nabestaanden garanderen en aandacht voor de opvang van het team hulpverleners en medepatiënten”, somt Saskia op.

Suïcidepreventiebeleid

Het onderdeel ‘suïcidepreventiebeleid’ van de tool richt zich naar beleidsmedewerkers binnen grote zorginstellingen en geeft tips over hoe de aanbevelingen en richtlijnen ingebed kunnen worden binnen de structuur en de organisaties. “We raden aan om met een suïcidepreventiebeleid op papier te werken. Daarin kan je opnamen welke afspraken er gemaakt werden binnen de instelling en wie waarvoor verantwoordelijk is op welk moment. Daarnaast mag ook zeker vorming rond dit onderwerp niet vergeten worden”, vertelt Saskia Aerts.

Gezondheidswetgeving

Als hulpverlener krijg je ook met juridische kwesties te maken. “Daarom gaat de tool ook in op vragen rond beroepsgeheim, aansprakelijkheid, patiëntenrechten, .. We zien dat hulpverleners met vragen zitten rond deze thema’s”, zegt Saskia Aerts.

Aan de slag

De hulpverlener kan zelf met een vraag aan de slag. “Iedereen heeft toegang, je hoeft je niet te registeren of in te loggen en het is gratis. De tool is op elk moment toegankelijk. Daarnaast worden er vormingen georganiseerd. De tool wordt ook opgenomen in de bestaande vormingen van de suïcidepreventiewerkers van de cgg’s (Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg). Zij zelf kregen al vorming rond de richtlijn en integreren het in hun vormingsaanbod”, zeg Saskia.

 

“Een groot voordeel van de tool is dat de hulpverleners op eigen tempo kunnen volgen en doorklikken. Telkens is er een oefening of casus om alles te kunnen toepassen in de praktijk. Elk deeltje eindigt met een paar aanbevelingen”, zegt Saskia. “Als er na het gebruik van de tool toch nog vragen zijn, kunnen hulpverleners altijd terecht bij Aspha (Advies SuïcidePreventie voor Huisartsen en Andere hulpverleners). https://www.zelfmoord1813.be/aspha", besluit Saskia.

>> Lees meer over de richtlijn en de e-learningtool www.zelfmoord1813.be/sp-reflex

Illustraties
VLESP
Foto's
A. Soens
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.