Contract voor een innovatieve aanpak

De introductie van social impact bonds in Vlaanderen

VDAB lanceerde recent een oproep aan dienstverleners en private financiers om uit hun comfortzone te komen, door na te denken over een tewerkstellingsproject met social impact bonds. Is Vlaanderen klaar voor deze samenwerking tussen de social profit en de investeringsmarkt?

De social impact bond is hier nog niet zo bekend. In Scandinavische landen en in het Verenigd Koninkrijk worden de bonds al vlot gebruikt. Bij ons is het Brusselse Duo for a Job de enige pionier. Maar er is verandering op til.

Geen aandelen

Gesteund door het Europees Sociaal Fonds (ESF) besloot VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) de bonds ook in Vlaanderen te introduceren. Klassieke obligaties (de Nederlandse vertaling van bond) worden verhandeld op de financiële markt. Maar als financieel instrument zit een social impact bond anders in elkaar, vertelt Sam Desiere van het HIVA - KULeuven (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving). “De social impact bonds worden niet op de beurs verhandeld. Het zijn geen waardepapieren, maar resultaatgerichte contracten. Ze worden gesloten tussen minimaal drie partijen: een investeerder, een dienstverlener en een overheid. Die verbinden zich tot een vernieuwend sociaal initiatief. De investeerder betaalt de interventie. Hij neemt het risico van een mislukking op zich. Slaagt het project, dan ontvangt hij een rente bovenop het bedrag van zijn investering, namelijk een deel van het bedrag dat de overheid dankzij de private financiering heeft uitgespaard.”

Anders investeren in zorg? Dat kan met social impact bonds.

700 NEETS bereiken

Zeker in budgettair krappe tijden kunnen de social impact bonds helpen om vernieuwende projecten uit te testen. In Antwerpen heeft VDAB bijvoorbeeld moeite om bepaalde NEETS te bereiken. NEETS (Not in Education, Employment, or Training) zijn jongeren zonder job die ook geen opleiding volgen. “Die groep neemt almaar toe, ondanks de inspanningen van VDAB en van de Stad”, vertelt Ian Dewae (Projectleider Social Impact Bond, VDAB). “We moeten dus op zoek naar andere methodes, buiten onze reguliere aanpak.” Daarom schreef VDAB dit jaar een openbare aanbesteding uit, gericht op teams van dienstverleners en investeerders. De opdracht? Ontwikkel een innovatief project voor NEETS die de Antwerpse tewerkstellingspartners nog niet kennen. Doel is om 700 van die jongeren de komende vijf jaar te leren kennen en hen te begeleiden naar werk.

VDAB richt zich op de niet-gekende NEETS om een overlap met de bestaande werking te vermijden. Ian Dewae knikt: “Het doel van de social impact bonds is om de meerwaarde van een vernieuwende aanpak te testen. Die wordt aan het einde van de rit door een onafhankelijke, externe evaluator vastgesteld. Is het project suc- Het onderzoeksrapport is te downloaden op www.hiva.be cesvol, dan verdwijnt de meerkost van het risico en kan je overwegen om het op te nemen in je reguliere werking.”

Kleine en grote investeerders gezocht

Via de social impact bonds wil VDAB de dynamiek tussen creatieve dienstverleners en financiers stimuleren. Wie zijn eigenlijk die geldschieters voor sociale projecten? In het buitenland zie je kapitaalkrachtige filantropen hun portefeuille openen, bijvoorbeeld ook grote banken, omwille van hun maatschappelijk betrokken imago. VDAB heeft geen bepaald profiel voor ogen. Ian Dewae: “We richten ons tot een breed publiek van kleine en grote investeerders, tot iedereen die een vernieuwend sociaal project wil helpen lanceren.” VDAB ziet de huidige oproep als een kans om het concept praktisch uit te proberen. “We hebben het idee van de social impact bonds wetenschappelijk onderbouwd en de keuzes voor doelgroepen, kostprijzen en impactmeting uitgewerkt. Nu koppelen we die oefening aan een pilootproject, om de hiaten en de struikelblokken te achterhalen. Hopelijk komen we zo tot een succesvol recept voor meer synergie tussen de overheid, de sociale dienstverlening en de investeringsmarkt in Vlaanderen.”

Foto's
Jan Locus

Reacties

ignace leus

beste,

het lijkt me eenvoudiger dat de welzijnsector een sociale cooperatieve opricht met als doel projecten in de welzijnssector te ondersteunen cfr Inclusie.
En de subsidierende overheid de gesubsidieerdd voorzieningen verolicht een deel van hun reserves te investeren in die cooperatievenaandelen.

ignace

Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.