‘We zullen op weerstand stoten, maar dat is nodig’

Nieuw mantelzorgplan biedt extra ondersteuning voor mantelzorgers

Het is iets wat mensen vaak ‘overkomt’. Toch nam liefst een derde van de volwassen Vlamingen het voorbije jaar de rol van mantelzorger op. Velen doen dat met veel liefde, maar eenvoudig is het niet. Het nieuwe mantelzorgplan moet hun situatie vergemakkelijken.

“Het eerste plan slaagde er al in om mantelzorgers een wettelijk statuut te geven en mantelzorg uit het onbekende te halen. Dé uitdaging nu is om die aandacht vast te houden en de zaadjes die werden geplant, verder uit te werken”, stelt Caroline Verlinde, directeur van het Vlaams Expertisepunt Eerste Lijn (VIVEL). VIVEL voerde in samenwerking met de Academie Voor De Eerste Lijn een onderzoek uit dat het huidige mantelzorgbeleid evalueerde en prioriteiten voor een nieuw beleidsplan formuleerde. De coördinatie was in handen van Karel Hermans. “Hoewel de aandacht voor mantelzorg toeneemt, zien we dat er nog veel kan gebeuren om de bewustwording errond te vergroten. We betrekken mantelzorgers nog te weinig bij scharniermomenten, zoals multidisciplinair overleg, terwijl ze een onmisbare schakel vormen in de zorg- en ondersteuningssituatie. Ze leveren niet enkel enorm veel inspanningen, maar ook hun nabijheid maakt hen erg belangrijk.

Erkenning van mantelzorg is een van de aandachtspunten van het nieuwe plan. Welke zijn de andere belangrijke uitdagingen?

Karel Hermans: “We moeten ook alerter worden voor bepaalde signalen, zodat we sneller rekening houden met eventuele mantelzorgsituaties en mantelzorgers meer gepaste ondersteuning kunnen krijgen. Tegelijk willen we mantelzorgers helpen om zichzelf ook sneller te herkennen in de term zodat ze meer doeltreffende financiële, administratieve of psychosociale hulp kunnen vragen. Ten slotte moeten we ook iets doen aan de versnippering in het ondersteuningsaanbod. Daardoor vinden zorgvragers, mantelzorgers en organisaties elkaar niet altijd. Meer samenwerking moet ervoor zorgen dat men sneller de juiste begeleiding op de juiste plaats kan voorzien. De rol van zorgraden en lokale besturen is daarbij cruciaal.”

Het mantelzorgplan is heel omvattend en erg ambitieus. Hoe zal het plan in de praktijk worden gebracht?

Karel Hermans: “Samen met de erkende mantelzorgverenigingen hebben we achttien acties gebundeld en geordend volgens prioriteit. We zullen werkgroepen oprichten en daarbij de nodige stakeholders contacteren. Dat wordt een co-creatief proces, waarbij we zowel mantelzorgers als organisaties en experten willen betrekken. Een monitoringcomité moet de uitvoering van het mantelzorgplan in goede banen leiden. Ondertussen willen we via open communicatie en samenwerkingen eerstelijnsorganisaties, zorgraden en lokale besturen blijven inspireren om het mantelzorgplan zelf in handen te nemen. Zij kennen hun context en populatie tenslotte het best en kunnen de gepaste lokale vertaling maken.” 

Om het nieuwe mantelzorgplan te realiseren wordt niet enkel naar de zorg- en welzijnssector gekeken.

Karel Hermans: “Klopt. Ook het onderwijs, het jeugdwelzijn en de werkgevers moeten mee. Zo kunnen we meer draagvlak creëren.  We merken bij verschillende overheden, werkgevers en scholen absoluut een grote bereidheid om samen te werken. Samenwerken betekent overigens niet noodzakelijk dat men in een werkgroep zit. Je kunt bijvoorbeeld ook lokaal of in de eigen organisatie iets met het mantelzorgplan doen. Verschillende lokale besturen, eerstelijnsactoren en zorgraden stelden reeds die vraag. Het zal erop aankomen om af te spreken wie wat kan betekenen, en in welke mate acties in takenpakketten passen. Er moet ook tijd en ruimte worden gecreëerd om met het plan aan de slag te gaan.”

Het mantelzorgplan vraagt een uitgesproken engagement. Is iedereen bereid om dat aan te gaan?

Karel Hermans: “We zullen ook op weerstand stoten, maar die mag er absoluut zijn want weerstand betekent ook groei en een opportuniteit om te leren. Een vlieger kan pas opstijgen met tegenwind.”

Wanneer is de uitvoering van het mantelzorgplan voor jullie geslaagd?

Caroline Verlinde: “Voor de achttien acties in het mantelzorgplan zijn gewenste resultaten geformuleerd. We vinden het echter belangrijker dat ze een langdurige impact hebben, dan dat ze alle achttien strikt binnen de komende twee jaar worden opgeleverd. Sommige acties vergen nu eenmaal veel tijd en overleg. Zo zal bijvoorbeeld de evaluatie van de verlofstelsels en het mantelzorgstatuut een nauwe samenwerking en afstemming tussen beleidsniveaus vereisen. Ik denk dat we van een geslaagd mantelzorgplan mogen spreken als we de verschillende partijen rond de tafel krijgen en concrete acties in gang kunnen zetten.”

Zijn er landen waar de mantelzorg al beter georganiseerd is dan bij ons, die ons kunnen inspireren?

Karel Hermans: “We merken dat heel wat Europese landen ook op zoek zijn naar methoden om samenwerking te organiseren en naar manieren om mantelzorgers beter bij het beleid te betrekken. Zowel in Nederland, Zweden als het VK speelt het regionale en lokale niveau een belangrijke rol. We hopen samen met de zorgraden en lokale besturen een duidelijke en gestroomlijnde basis voor ondersteuning te ontwikkelen, die elke mantelzorger in Vlaanderen en Brussel kan helpen. Tegelijk is een lokale aanpak van groot belang, gezien de lokale actoren hun populaties het beste kennen en daardoor de meest gepaste maatregelen ter ondersteuning kunnen nemen. Wat mooi is aan het Zweedse model, is de samenwerking die loopt vanuit het nationaal niveau naar de provinciale raden - vergelijkbaar met de eerstelijnszones - en tot slot de lokale besturen. De wisselwerking en samenwerking tussen die drie niveaus is zeker een dynamiek om van naderbij te bekijken. Het zou wel eens een sleutel tot succes kunnen vormen om in wisselwerking ideeën van onder naar boven en omgekeerd af te toetsen en te bediscussiëren.”

 

Foto's
Jan Locus