'Bij LETS is elk talent evenveel waard'

Werkuren ruilen met de buren

In Vlaanderen en Brussel ontstaan steeds meer LETS-groepen: lokale gemeenschappen die elkaar helpen, in ruil voor alternatieve munten. Dat leidt tot warme, solidaire buurten. “Het is een investering in een sociaal weefsel dat niet wordt ontwricht door uitbuiting, verspilling en overconsumptie.”

“LETS, kort voor Local Exchange and Trading System, is begin jaren ‘80 ontstaan in Canada”, vertelt Sabrina Bekaert, coördinator van LETS Vlaanderen vzw. “In die periode was daar veel werkloosheid. Michael Linton introduceerde toen LETS: een alternatief betalingssysteem. In de jaren daarna is LETS geëvolueerd en over de hele wereld verspreid. Bij ons ontstond de eerste LETS-groep in Leuven, in 1994. Intussen zijn er in Vlaanderen en Brussel een 50-tal groepen en zowat 10.000 leden.” Uitleggen waar LETS nu precies voor staat, gaat het makkelijkst met de slagzin: ‘Ruil uren met je buren.’ Het is een eigentijdse manier van samenwerken, legt Bekaert uit. “In een lokaal netwerk worden diensten en goederen geruild voor LETS-eenheden, die in elk netwerk een andere naam hebben: schelpjes, stropkes, enzovoort. Op een onlineplatform kan ieder lid zijn talenten aanprijzen en vragen stellen, zodat er ‘transacties’ kunnen plaatsvinden. Wie iets doet voor een ander lid, krijgt in ruil een aantal eenheden, waarmee hij zelf iets anders kan ruilen en waarderen. Maar elk uur wordt gelijk gewaardeerd: een cake bakken is evenwaardig aan een belastingbrief invullen. Iedereen heeft een talent en elk talent wordt gewaardeerd: dat is een belangrijk onderdeel van de LETS-filosofie.”

Want LETS draait niet om geld, maar om een warme samenleving, aldus Bekaert. “We streven naar een samenleving waarin mensen sterker worden door een verbindend netwerk. Het is een investering in een sociaal weefsel dat niet wordt ontwricht door uitbuiting, verspilling en overconsumptie. Er wordt dus hard gewerkt aan maatschappelijke meerwaarde: niet op theoretisch niveau, maar in de praktijk.” De 10.000 LETS’ers in Vlaanderen en Brussel hebben daar verschillende redenen voor, vertelt Bekaert. “Sommigen worden lid uit economische overwegingen, anderen uit ecologisch oogpunt en nog anderen om sociale redenen. Of een combinatie van de drie. LETS bereikt jong en oud, rijk en arm. Niet alleen individuen, maar ook organisaties zoals scholen of jeugdbewegingen, kunnen zich aansluiten bij een LETS-groep. Dat verlaagt de drempel.”

Een uur is een uur

Daisy Van Rompaey sloot zich zeven jaar geleden aan bij een LETS-groep. “Ik ben alleen en er waren regelmatig klusjes waar ik geen zin in had: een lamp ophangen of een nieuw stopcontact plaatsen. Ook aan strijken heb ik een hekel. Ik maak wel graag soep, werk met veel plezier in de tuin en zorg graag voor dieren. Aanvankelijk waren dat de belangrijkste redenen om met LETS te starten. Het leek me ook een fijne manier om nieuwe mensen te leren kennen: ik ben niet zo sociaal en ik durf niet snel vreemden aan te spreken. Via LETS is dat makkelijker.” De dichtstbijzijnde LETS-groep bleek zich 20 kilometer van haar woonplaats te bevinden. Daarom besloot ze in 2018 zélf een groep op te starten in Heist-op-den-Berg. Intussen zijn er een 40-tal leden die elkaar helpen in ruil voor zwaantjes, de lokale LETS-eenheid.

“Intussen is LETS voor mij een ‘way of life’ geworden”, vertelt Van Rompaey. “Als mijn koffiezet stukgaat, vraag ik in de groep of iemand er nog eentje in de kast heeft staan. Dat heeft met ecologische principes te maken: ik wil geen nieuwe materialen van onze aarde verbruiken als dat niet echt nodig is. Zelf maak ik regelmatig vijf liter soep: veel te veel voor mij alleen. In de groep vraag ik dan of er interesse is, wat meestal wel zo is. Indien niet, vries ik ze in. Maar ik ‘verlets' ook vaak groenten en fruit uit mijn eigen tuin. En ik ga regelmatig bij anderen in de tuin werken. Soms wel met tien man tegelijk: heel efficiënt én gezellig. Ik vind het fijn dat in onze groep ál het werk gewaardeerd wordt: een uur is een uur. Dat in tegenstelling tot de reguliere samenleving, waar je voor soep maken of een fiets herstellen veel minder respect krijgt dan voor iets waarvoor je een universitair diploma nodig hebt.”

Mondmaskerteam

Tijdens de coronacrisis werd eens te meer duidelijk hoe waardevol zo’n warm netwerk is. “Aanvankelijk aarzelden mensen om elkaar te zien en spullen door te geven, uit angst voor besmetting. Maar intussen hebben we veilige manieren gevonden. En binnen de kortste keren stond hier een mondmaskerteam op poten: in totaal hebben we er 2.200 genaaid, met LETS’ers en niet-LETS’ers samen.” De grootste uitdaging volgens Van Rompaey? Mensen overtuigen dat ze een talent hebben. “Als ik een nieuw lid vraag wat hij of zij goed kan, hoor ik vaak: ‘Niets.’ Maar door een maaltijd te koken of een luisterend oor te bieden, kun je ook mensen helpen! Door het ruilsysteem krijgt niemand het gevoel dat anderen hem helpen uit medelijden, of dat hij profiteert. Zelf twijfelde ik in het begin ook: mijn kinderen vinden mijn soep lekker, maar ik ben geen chef-kok. Eenmaal ik mijn soep dan toch durfde te ‘verletsen’, bleek er toch interesse voor te zijn én mensen kwamen terug. Dat geeft mij een goed gevoel. En ik ben blij dat ik daardoor geen uur van mijn leven meer hoef te strijken!” (lacht)

Foto's
Bob Van Mol