'Een cliënte die het goed doet: dat doet deugd'

Annemie Wauman over sociaal werk bij het OCMW

Annemie Wauman werkt al meer dan 30 jaar met hart en ziel bij het OCMW van Sint-Gillis-Waas. De samenleving en haar dienst zijn in al die jaren sterk veranderd, maar haar job is eigenlijk hetzelfde gebleven. Ze werkt met en voor mensen. Dat is de essentie van sterk sociaal werk.

Annemie Wauman studeerde in 1990 af als maatschappelijk assistent. Haar stage deed ze bij het OCMW van Lokeren. Dat beviel haar zo goed, dat ze meteen inging op het aanbod om bij het OCMW van Sint-Gillis-Waas te beginnen, een kleine gemeente uit het Waasland. Toen ze er begon werkte ze quasi alleen, vandaag heeft ze een zevental collega’s. De dienstverlening is ook sterk uitgebreid.

Misschien een simpele vraag, maar waarvoor kan je terecht bij een OCMW?

Annemie Wauman, OCMW Sint-Gillis-Waas: “In eerste instantie ondersteunen we mensen die het financieel moeilijk hebben. We kijken of iemand recht heeft op een leefloon of een andere uitkering. We doen natuurlijk veel meer dan dat. We kijken of er psychologische, medische of sociale ondersteuning nodig is. We leiden mensen toe naar werk of een opleiding. We ondersteunen nieuwkomers, zorgen voor budgetbegeleiding, of helpen bij inschrijvingen voor een school of een vakantiekamp voor de kinderen. En we zoeken we mee naar gepaste huisvesting. Zeker in een kleinere gemeente zijn we ook het eerste aanspreekpunt voor tal van vragen rond het welzijn van onze inwoners.”

En na meer dan 30 jaar doe je je werk nog altijd even graag?

Wauman: “Absoluut. Net omdat het heel gevarieerd is. Geen dag is hetzelfde. Ik doe nu opnieuw wat ik het liefste doe: mensen begeleiden die een wat langere ondersteuning nodig hebben. Ik begeleid ook studenten met een leefloon die net op hun eigen benen staan. Soms is de begeleiding kort, een paar weken of maanden. Ik ken soms ook al sommige cliënten meer dan 20 jaar. Of ik heb hun kinderen in begeleiding.”

Is dat niet ontmoedigend?

Wauman: “We zijn er ook voor die mensen. We zijn hun steun en toeverlaat en hebben hun vertrouwen. Elke stap vooruit is meegenomen. Er zijn ook veel verhalen te vertellen over mensen die wel vlot uit de miserie geraken. Het is nooit zwart-wit.”

Op welke punten is de samenleving veranderd?

Wauman: “Die is meer divers geworden, ook veel complexer. Net als de regelgeving en de administratie die ermee gepaard gaat. Het OCMW neemt ook wel meer expliciete taken op. De samenleving is er niet makkelijker op geworden. Persoonlijk zie ik bijvoorbeeld de digitale kloof dagelijks groter worden. Ik moet meer mensen bijstaan om hun bankzaken online te regelen.”

Zie je ook in een kleinere gemeente als Sint-Gillis-Waas dat de armoedeproblematiek brandend actueel is?

Wauman: “Ja, absoluut. De plots veel hogere energiefactuur is echt iets waar onze cliënten wakker van liggen, nadat eerder ook al de waterprijs sterk is gestegen. Ook betaalbare huisvesting blijft voor velen een struikelblok, zeker als je maar over een klein inkomen beschikt. Het aanbod is hier vrij beperkt en de prijzen zijn even hoog als in een grotere stad.”

Kunnen jullie terecht bij het beleid om die zaken te signaleren?

Wauman: “Zeker op lokaal vlak vinden we een luisterend oor en zijn er directe lijnen met het bestuur. Sinds enkele jaren zijn we ingekanteld bij de gemeentelijke diensten en heten we nu het welzijnshuis. Die overgang is vrij vlot verlopen, toch blijven we nog altijd nét iets anders dan een doorsnee gemeentelijke dienst. Die hebben soms andere noden. Het fysiek kunnen ontmoeten van onze cliënten is voor ons bijvoorbeeld cruciaal.”

Zijn je eigen inzichten veranderd in de afgelopen jaren?

Wauman: “Ik ben wel wat milder geworden, merk ik. Je ziet zoveel gebeuren. Ondertussen denk ik: ja, het leven kan soms wel ongenadig hard zijn voor sommige mensen. Miserie kan iedereen overkomen. Een ziekte, faillissement, een relatiebreuk. Het kan snel keren. Mensen kunnen soms zo bezig zijn met ‘overleven’ dat ze er niets anders bij kunnen nemen. Als je bijvoorbeeld geen dak boven het hoofd hebt, is het echt moeilijk om een gewoon leven te leiden. Die frustratie komt dan wel eens naar boven. We begrijpen dat, we raken mensen soms in het hart van hun bestaan.”

Zijn er verhalen die je blijvend zult herinneren?

Wauman: “Er zijn er zoveel. Een van de mooiste verhalen is toch een jonge vluchtelinge die hier is toegekomen in penibele omstandigheden en in België zelf nog eens veel miserie heeft gekend omwille van gewelddadige partner. Ondanks die miserie heeft ze dag en nacht gewerkt om een opleiding als zorgkundige rond te krijgen. Het is fantastisch om te zien hoe ze in haar job ook boven zichzelf uitstijgt. Zo’n verhaal maakt veel goed.”

Er zijn ook situaties die jou en je collega’s pijn doen?

Wauman: “Ook die zijn er, uiteraard. Soms zijn er verschrikkelijke situaties waar kinderen in betrokken zijn en dan moet je echt even slikken. Dat kan dan wel eens blijven hangen. Ik ben blij dat we in die situaties veel steun vinden bij elkaar.”

Je gaat niet meteen ander werk zoeken?

Wauman: “Neen, echt niet. Het is mijn eerste job en het zal mijn laatste job zijn. (lacht) Ondertussen word ik af en toe uitgenodigd om bij studenten sociaal werk over mijn werk te hebben. Ik hoop dat ik kan blijven getuigen dat werken bij het OCMW echt sterk sociaal werk is.”

Foto's
Bob Van Mol