Een helpende hinderpaal

Column Harold Polis

Eind september was de toename van het aantal vacatures in de kinderopvang groot nieuws. Wie de welzijnszorg wat volgt, weet dat de sector hoe dan ook met personeelstekorten kampt. Er worden al jarenlang heel wat inspanningen geleverd om meer jonge mensen en zij-instromers naar zorgberoepen te leiden. Wonderoplossingen die het personeelstekort als sneeuw voor de zon doen smelten, bestaan echter niet. 

Het aantrekkelijker maken van zorgberoepen heeft met tal van factoren te maken, van betere arbeidsvoorwaarden tot een veel grotere maatschappelijke erkenning. Ongetwijfeld zal de coronacrisis in dat opzicht kansen bieden om collectief bij te leren. Zo veel veranderingen lijken nu al verworvenheden. De manier bijvoorbeeld waarop de versnelde digitalisering de relatie tussen zorgverlener en cliënt, tussen arts en patiënt radicaal heeft omgegooid. Bovendien had niemand je geloofd wanneer je eind 2019 had voorspeld dat de overheid op korte tijd een massale preventiecampagne zou organiseren. De zorgverleners hebben mee het land rechtgehouden. Hoe zal dit feit mee onze toekomst bepalen?

De Britse journalist Tim Harford schrijft al jaren onderhoudende boeken over economische innovatie en hoe die ons leven door elkaar schudt. In Fifty Things That Made the Modern Economy heeft hij het over uiteenlopende onderwerpen als prikkeldraad, grammofoonplaten, Google search of balpennen. Maar ook over onze welvaartstaat. Harford toont telkenmale aan dat die veranderingen alleen slagen als ze kunnen rekenen op bijval en enthousiasme. Zeker als het gaat om een idee, zoals de welvaartstaat, dat niet alleen organisatorisch en economisch nuttig is, maar ook recht probeert te doen aan onze diepgewortelde nood aan menselijke waardigheid. De welvaartstaat, en de bijhorende professionele welzijnszorg, kent heel wat vaders en moeders. Het is geen ontwikkeling die zomaar uit de lucht viel. Meer nog, onze welvaartstaat is ontstaan dankzij de immense crisis die de Tweede Wereldoorlog is geweest.

Onoverkomelijke obstakels leiden tot onvermoede, creatieve antwoorden. Een van de voorbeelden die Harford gebruikt, is het leven van de bekendste naam uit onze jazzgeschiedenis: de Belgische Sinti-gitarist Jean Baptiste Reinhardt, beter bekend als Django Reinhardt. Op 18-jarige leeftijd raakte hij zwaar verbrand. Hij moest opnieuw gitaar leren spelen met twee vingers. Net door die zware lichamelijke beperking ontwikkelde hij een speelstijl die hem wereldberoemd maakte. Mensen passen zich aan omstandigheden aan. Een crisis, hoe ellendig ook, kan ons aansporen om een beter leven te leiden. Het is een helpende hinderpaal. We testen nieuwe technieken uit, proberen andere invalshoeken en putten moed uit het feit dat andere mensen ook aan het zoeken zijn. Weerbaarheid alleen volstaat niet, schrijft Harford. We moeten leren ontdekken, experimenteren en aanpassen. Dat geldt ook voor wat we vandaag meemaken. Er komt een punt waarop de pandemie geschiedenis wordt en de welzijnszorg voluit kan vooruitkijken.

Foto's
Bob Van Mol
Tags
156