'Een laagdrempelig aanbod voor iedereen, ongeacht situatie of achtergrond

25 jaar algemeen welzijnswerk

Feest voor het algemeen welzijnswerk! Op 19 december bestaat hun decreet precies 25 jaar. De missie neergeschreven in de regelgeving is nog altijd razend actueel: gebruikers helpen om zich persoonlijk en sociaal te ontplooien en hun individuele en sociale rechten uit te oefenen om tot een menswaardig leven te komen.

Versnippering in het welzijnswerk tegengaan, de verzuiling overstijgen en de toegankelijkheid vergroten van de basisvoorzieningen. Dat was het opzet van het decreet van 19 december 1997 dat het algemeen welzijnswerk regelde. Op het terrein waren er meer dan honderd vzw’s actief, elk met hun eigen historiek, achtergrond en expertise. Van grote spelers tot kleinere buurtgebonden initiatieven.
Het nieuwe decreet riep de centra voor algemeen welzijnswerk (CAW) in het leven en nam ook de bestaande centra voor Tele-Onthaal mee. Net als de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen die later in een andere regelgeving werden opgenomen. Het kader kreeg in 2009 een update en werd via uitvoeringsbesluiten verder verfijnd en geactualiseerd.

Vangnet
“De doelstellingen zijn al die jaren overeind gebleven”, zegt Marijke Enghien, afdelingshoofd Welzijn en Samenleving van het Departement WVG. “Een laagdrempelig aanbod waarmaken waar iedereen, ongeacht zijn situatie of achtergrond, geholpen kan worden. Toegang faciliteren naar basisvoorzieningen, ook naar wonen en werk bijvoorbeeld. En als laatste vangnet dienen, denk maar aan situaties van dak- en thuisloosheid. Er zijn zeker situaties waar een cliënt niet meer bij het OCMW wil of kan geholpen worden, maar die wel bij een CAW terecht kan.”
Die autonomie, los van een ideologie of een overheidsinstantie, is cruciaal, benadrukt Anita Cautaers, inhoudelijk directeur van de CAW Groep, de koepel van de  CAW’s in Vlaanderen en Brussel. “Het CAW is een vrijplaats waar de cliënt echt zijn verhaal kan brengen en de hulp krijgt die hij nodig heeft om verder te geraken in het leven.”

‘Het CAW is een vrijplaats waar de cliënt echt zijn verhaal kan brengen en de hulp krijgt die hij nodig heeft om verder te geraken in het leven’ (Anita Cautaers, CAW Groep)

De overheid geeft de kaders aan, kijkt toe op kwaliteit en geeft onder meer via enveloppefinanciering veel ruimte aan de CAW’s en de centra voor Tele-Onthaal om zelf hun beleid uit te stippelen zodat ze hulp op maat van de burgers kunnen bieden. “Dankzij deze manier van werken blijven we stevig verankerd in een steeds veranderend welzijnslandschap”, zegt Leen Devlieghere, van de Federatie van Tele-Onthaaldiensten en directeur van Tele-Onthaal West-Vlaanderen. “We werken goed samen. Wij kunnen innovatieve zaken opstarten waar de overheid na een tijdje mee op de kar springt, zoals de chat waar we al in 2001 mee gestart waren. Omgekeerd krijgen we vanuit de overheid nieuwe opdrachten waarvoor we ons engageren, zoals een structurele samenwerking met de Zelfmoordlijn en de nazorg die we verlenen na maatschappelijke gebeurtenissen met een zware impact.”

Schaalvergroting
Het decreet zorgde op het terrein voor een nieuwe dynamiek, verdere professionalisering en een meer gelijke en toegankelijke hulp en begeleiding, ongeacht iemand in Ieper dan wel in Antwerpen woonde.
De CAW’s kenden de afgelopen jaren enkele fusierondes net ook om die gelijkheid in aanbod, financiering en werking mogelijk te maken. De woorden schaalvergroting, efficiëntie en effectiviteit deden hun intrede. Net als de kritiek dat het CAW wel een hele grote organisatie was geworden met veel planlast voor de medewerkers. “Die slinger was inderdaad te veel in een bepaalde richting geslagen”, erkent Anita Cautaers. “Ondertussen is de tegenbeweging wel ingezet. Sowieso zijn we wel op het terrein heel dicht bij de cliënt blijven staan, los van alle veranderingen van de structuren. Nabijheid zit net in onze DNA.”

Snel schakelen
Een van de sterktes van het CAW is het snel kunnen schakelen. Nieuwe maatschappelijke uitdagingen kan het CAW vlot opnemen. Van de strijd tegen radicalisering, over jonge sofaslapers tot hulpvragen ten gevolge van de coronacrisis of de stroom oorlogsvluchtelingen uit Syrië of Oekraïne. Anita Cautaers: “We kunnen kort op de bal spelen net door het ruime kader en de enveloppefinanciering. Meestal gaat het om een bestaand aanbod of werking snel te kunnen uitbreiden of bekendmaken met extra middelen die ten gevolge van een crisissituatie worden vrijgemaakt.” Ook met andere federale of lokale overheden worden samenwerkingen flexibel en snel opgestart. Of het nu gaat over netwerken in de geestelijke gezondheidszorg of in de jeugdhulp, de CAW’s zijn steevast een flexibele en constructieve partner.

Geïntegreerd breed onthaal
Het samenwerken met lokale besturen en eerstelijnszones krijgt nu met het Geïntegreerd Breed onthaal (GBO) een meer structureel karakter.
Daarin werken de CAW’s samen met de OCMW’s en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen meer samen, onder regie van het lokaal bestuur.
“Het is geen fusie,” beklemtoont Marijke Enghien, “maar een intens samenwerkingsverband. Elke partner behoudt zijn eigenheid en expertise. Het is wel een verdere stap richting integratie ook vanuit cliëntperspectief die we heel belangrijk vinden. We weten dat er heel wat mensen zijn die zelf vlot de weg vinden naar de hulpverlening, maar er zijn er ook mensen die de weg niet vinden of al zo veel teleurstellingen hebben meegemaakt dat ze afhaken. Met GBO willen we daarom actiever de hulp tot bij de personen zelf brengen, dus meer outreachend werken. Maar ook zelf pro-actiever werken. Signalen capteren, zelf naar mensen toe stappen en systematisch checken of ze recht hebben op specifieke ondersteuning of hulp. En er dan ook voor zorgen dat ze die krijgen. Er is veel voorhanden in onze samenleving, maar er wordt niet altijd gebruik van gemaakt.”
Het Geïntegreerd Breed Onthaal is al in een aantal pilootregio’s uitgetest en wordt de komende maanden in heel Vlaanderen verder uitgerold. Eind 2023 zou het dan volledig operationeel moeten zijn.

Geestelijke gezondheidszorg
Op 25 jaar tijd is de samenleving sterk veranderd, met een ontegensprekelijk toegenomen welvaart en welzijn voor velen. Het welzijnswerk heeft hier toe sterk bijgedragen.
Tegelijk hebben nog altijd een pak mensen het moeilijk, op verschillende levensdomeinen. Van relaties over welbevinden tot inkomen, wonen en werk. Hulpvragen lijken niet af te nemen, integendeel. Vaak gaat het om ernstige problemen.
“De druk op veel mensen is hoog”, duidt Marijke Enghien. “Het sociaal weefsel is in sommige situaties minder sterk geworden.”

‘We zouden nog veel meer moeten inzetten op preventie zodat we hoge kosten achteraf op allerlei vlak kunnen vermijden’ (Marijke Enghien, Departement WVG)

Bij Tele-Onthaal spreken de cijfers voor zich. Vorig jaar telden de centra bijna 120.000 oproepen, bij de chat een kleine 20.000. “We zien vooral bij de jongeren tot 25 jaar en bij personen boven de 60 jaar heel sterke toenames in die aantallen op 25 jaar tijd, tot een verviervoudiging bij die laatste groep”, zegt Leen Devlieghere. “Onze vrijwilligers bieden een luisterend oor, maar verwijzen ook door. Meer en meer zijn we complementair aan andere vormen van hulp- en dienstverlening, we fungeren als brugzorg of vangen mensen op die het thuis moeilijk hebben na een opname of in afwachting van gepaste zorg.”

Vooral alles wat te maken heeft met geestelijke gezondheidszorg is sterk gestegen de afgelopen jaren: angst, depressie, psychoses, zelfmoordgedachten… “De samenleving worstelt hier toch mee”, zegt Leen Devlieghere.

‘Ik ben overtuigd dat Tele-Onthaal binnen 25 jaar nog zal bestaan. In welke vorm dan ook. Het kunnen praten over wat moeilijk ligt, is zo fundamenteel’ (Leen Devlieghere, Tele-Onthaal)

Preventie
“Ook bij de CAW’s merken ze de afgelopen jaren dat de situaties zwaarder worden”, zegt Anita Cautaers. “Vroeger konden we meer tijd steken in het preventief werken, nu moeten we vaak volop aan de slag om te remediëren.” Wachtlijsten in diverse sectoren, binnen maar ook buiten welzijn en zorg, hinderen hulpverleners om snel en efficiënt te ondersteunen. “We willen graag andere hulpverleners ontzorgen, maar daarvoor zijn extra investeringen nodig in die basisdienstverlening in alle sectoren.”
“Voorkomen is nog altijd veel beter dan genezen”, knikt Marijke Enghien. “We zouden nog veel meer moeten inzetten op preventie zodat we hoge kosten achteraf op allerlei vlak kunnen vermijden.”

2047
Wat brengt de volgende 25 jaar? Niemand heeft een glazen bol, maar aan uitdagingen en thema’s voor het algemeen welzijnswerk geen gebrek. Marijke Enghien: “We zien nu al dat de huidige energiecrisis er zwaar inhakt bij velen, ook bij tweeverdieners. Dat baart ons zorgen. Ook de zoektocht naar betaalbare (huur)woningen is voor velen een bijna onmogelijke opdracht geworden.” Stevenen we af naar een nog meer gepolariseerde samenleving, waar de kloof tussen wie mee kan en wie het lastig heeft, groter wordt? “In ieder geval zal het algemeen welzijnswerk er altijd wel zijn voor iedereen”, zegt Marijke Enghien. “De missie en de doelstellingen blijven ook de komende 25 jaar cruciaal.”
Ook voor het welzijnswerk zelf belooft het nog boeiende jaren te worden. Gemotiveerde professionals en vrijwilligers blijven vinden én houden; een verdere samenwerking én integratie met andere spelers op het werkveld en voldoende nieuwe doel- en kansengroepen bereiken.
Met Wouter Torfs als voorzitter van de raad van bestuur heeft de CAW Groep alvast een straf uithangbord gevonden dat verder de CAW’s op de kaart wil zetten.
En ook bij Tele-Onthaal is men overtuigd van de kracht en de noodzaak van het algemeen welzijnswerk. “Ik ben overtuigd dat Tele-Onthaal binnen 25 jaar nog zal bestaan. In welke vorm dan ook. Het kunnen praten over wat moeilijk ligt, is zo fundamenteel. In gesprek en in verbinding gaan met elkaar was, is en zal altijd heel belangrijk blijven”, besluit Leen Devlieghere.

Foto's
Jan Locus en Sigrid Spinnox