Geweld stopt niet vanzelf

1712-campagne richt zich op omstaanders van geweld

Een nieuwe 1712-campagne in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest richt zich op omstaanders en getuigen van familiaal geweld. Het is de eerste grote campagne van 1712 in Brussel. Gedurende vier weken toont 1712 een spot op sociale media en televisie. Daarnaast worden overal in Brussel posters verspreid met de boodschap “Geweld stopt niet vanzelf. Contacteer 1712 en maak het verschil.” 

Twee op de drie contactnemers met 1712 is getuige of omstaander van familiaal geweld, hoofdzakelijk buren, vrienden of familie. Zij kennen het gezin of het koppel vaak persoonlijk en hebben daardoor een goed zicht op de situatie. Nochtans twijfelen ze vaak om hulp in te schakelen. “Ze zijn onzeker over de ernst van de feiten, bang voor eventuele gevolgen of vinden dat ze zich niet moeten bemoeien met iemands privé-leven”, zegt Wim Van de Voorde, Vlaams coördinator van hulplijn 1712. “Die gevoelens en houding zijn begrijpelijk, maar de vrees is niet nodig want bij 1712 kan je anoniem en gratis terecht voor een ondersteunend gesprek, info, advies of een gerichte doorverwijzing. Onze professionele hulpverleners zijn opgeleid om aan een risicoanalyse te doen en bespreken alle mogelijke opties. Ze ondersteunen hierbij ook de omstaanders want geconfronteerd worden met vermoedens van geweld kan zwaar zijn.”

Het Atomium

In de televisiespot zie je een vrouw die zich afsluit voor de gewelddadige ruzie die zich voor de zoveelste keer afspeelt in een andere kamer. Het geluid van het conflict overstemt het geluid van de muziek waar ze naar luistert. Ze loopt weg van de ruzie maar komt later tot inzicht dat ze haar verantwoordelijkheid moet nemen. De scène waarin het hoofdpersonage tot inzicht komt, speelt zich af aan het Atomium. Hiermee wil de spot inspelen op de herkenbaarheid voor de Brusselaar. “Brussel is de stad die talloze groepen, gemeenschappen en nationaliteiten verbindt. De keuze voor het Atomium is niet toevallig: dit monument symboliseert ‘verbinding’. Ook de campagne wil het gevoel van verbondenheid versterken. Als we niet wegkijken van geweld, misbruik en kindermishandeling in Brussel, dragen we allemaal bij tot een veiligere, warmere en meer zorgzame stad.”, aldus Wim Van de Voorde.

Alarmbellen herkennen

De campagne kwam tot stand dankzij steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) in Brussel. VGC-Collegevoorzitter Elke Van den Brandt: “Het taboe rond familiaal geweld willen we doorbreken. Als meer mensen de alarmbellen herkennen, kunnen omstaanders moeilijkheden signaleren bij de professionele hulpverleners van 1712. Met deze eerste grote campagne van 1712 in Brussel willen we de bekendheid van hulplijn 1712 voor de Nederlandstalige Brusselaars verhogen.”  

Waarom Brussel? Harde realiteit achter de gevels

Kindermishandeling, partnergeweld, geweld tussen broers en zussen onderling, oudermishandeling of ouderenmis(be)handeling zijn verschillende vormen van familiaal geweld waarover 1712 oproepen krijgt. 
Familiaal geweld komt in Brussel meer voor dan de meeste mensen denken. Elk jaar maakt de politie ongeveer 3.000 PV’s over familiaal geweld op. Het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Brussel had vorig jaar om 300-tal trajecten of begeleidingen. Het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Brussel kreeg 583 meldingen over 822 kinderen. Hulplijn 1712 krijgt ca. 1.400 oproepen van de regio Vlaams-Brabant – Brussel alleen al. Die cijfers zeggen weinig over de eigenlijke omvang van geweld, misbruik en kindermishandeling in Brussel. 
“Het geweld speelt zich vaak af achter de gevels zonder dat de betrokkenen ooit de stap naar de politie of de hulpverlening zetten. Slachtoffers van familiaal geweld ervaren vele drempels om dit te doen. Soms vindt het geweld al jarenlang plaats vooraleer ze de stap durven zetten. Vandaar ook de slogan van de campagne ‘Geweld stopt niet vanzelf’. Voor slachtoffers die de stap niet durven zetten, kunnen omstaanders écht het verschil maken. Daarom moedigen we hen aan om hun verantwoordelijkheid te nemen en 1712 te contacteren”,  aldus Wim Van de Voorde.