'Ik voel me in de eerste plaats een sociaal werker'

Hard en zacht gaan goed samen bij de politie

Sociaal werkers vind je overal, ook bij de Lokale Politie Antwerpen bijvoorbeeld. Marjan De Munck coördineert een team sociaal werkers bij de dienst Jeugd, Gezin en Nazorg. Zelf is ze ook een overtuigde sociale werker in hart en nieren. Bij de politie en als vrijwilliger bij projecten in Gambia en Senegal. “Hard en zacht gaan goed samen bij de politie.”

Haar voorliefde voor paarden deed haar in haar tienerjaren dromen van een job bij de Rijkswacht te paard. Ze werkte eerst bij een mutualiteit en kwam later terecht bij de Antwerpse politie. Marjan De Munck werkte er vier jaar bij de vormingsdienst waardoor ze het politiekorps goed leerde kennen. Toen kon ze in 2005 beginnen bij de toenmalige jeugdbrigade, ondertussen opgenomen in de dienst Jeugd, Gezin en Nazorg. Sinds een paar jaar is ze er leidinggevende, ze stuurt 18 sociaal werkers aan.

Sociaal werkers bij de politie, hoe zit dat nu precies?

Marjan De Munck: “De Antwerpse politie heeft er bewust voor gekozen om aparte sociaal werkers zonder politionele bevoegdheden aan te werven die in een team werken samen met rechercheurs. Opleiding en achtergrond verschillen, maar we werken wel intensief en goed samen. We zijn in eerste instantie hulpverleners. We hebben wel meldingsplicht, maar stellen geen pv’s op. Zo hebben we meer bewegingsvrijheid om te handelen, waarbij een goede kennis van de sociale kaart een absolute vereiste is. Vaak zijn dat kortstondige interventies of verwijzen we gericht door, we doen zelf geen trajecten of begeleidingen.”

De meeste sociale werkers bij de politie van Antwerpen vind je bij de dienst Jeugd, Gezin en Nazorg. Wat doen jullie daar exact?

De Munck: “Bij onze dienst ‘nazorg’ spelen sociaal werkers een rol bij het ondersteunen en begeleiden van slachtoffers, bij Jeugd en Gezin treden we op in verontrustende situaties op vraag van het jeugdparket. Er zijn altijd drie sociale werkers beschikbaar die in alle mogelijke crisissituaties kunnen tussenkomen. Bijvoorbeeld bij het nemen van een jeugdbeschermingsmaatregel, wanneer de fysieke en psychische integriteit van een minderjarige in gevaar is.”

“Ofwel kunnen ze alleen optreden, ofwel samen met een (hoofd)inspecteur. Altijd in burgerkledij. Daarnaast worden sociaal werkers dagelijks ingezet om nazicht te doen van de leefomstandigheden op vraag van het parket. We brengen dan de gezinscontext in kaart, checken ook info bij politionele databanken en brengen dan een huisbezoek, meestal onaangekondigd. Vorig jaar kregen we 1.797 van die opdrachten. Bedoeling is in gesprek te gaan met de ouders, kijken wat nodig is om gezinnen terug in hun kracht te zetten.”

Het is én werken voor de politie én sociaal werk.

De Munck: “Ja, we zeggen ook altijd dat we sociaal werkers zijn. Er is soms wat weerstand, wat zeker begrijpelijk is. We hebben dat maatschappelijk werken wel in onze vingers. In die zin zijn we zeker ook geïnspireerd door de krachtlijnen van het sterk sociaal werk, zoals bijvoorbeeld het nabije, het verbindende en het krachtgericht werken. We zijn ook intern aan de slag met de positieve methodieken van Signs of Safety bijvoorbeeld. En we willen ook politiserend werken, signaleren welke maatschappelijke noden er zijn. Als sociaal werker wil je toch ook altijd een beetje op de barricaden staan, toch? Aankaarten hoe het beter kan. Ook wij worden geconfronteerd met het dichtslibben van de hulpverlening. Onze medewerkers voelen zich steeds erg verantwoordelijk. Sommige situaties laten je zeker niet onberoerd.”

Vinden jullie daar gehoor bij de top van het korps?

De Munck: “Er is zeker bereidheid om te luisteren naar goed onderbouwde voorstellen en ondertussen is er een groot aanbod aan projectwerkingen. We hebben al een goede weg afgelegd, al is er altijd nog wat groeimarge. (lacht) Ik heb ondertussen ook geleerd dat het goed is dat je op een constructieve en creatieve manier van je laat horen.”

Wat zijn voor jullie dienst de uitdagingen voor de toekomst?

De Munck: “Diversiteit in alle betekenissen van het woord: gender, afkomst, leeftijd. De samenleving is al superdivers, dat zal alleen maar toenemen. We staan ook open voor profielen met een andere basisopleiding, zoals orthopedagogie of toegepaste psychologie.”

Er zijn ook sociaal werkers aan de slag bij andere diensten?

De Munck: “Ja, we hebben ook een intern stressteam met psychologen en sociaal werkers voor het welzijn van onze eigen medewerkers. Met een 24-uurspermanentie, waaronder ik zelf. Daardoor zijn  we meteen beschikbaar als er zich incidenten voordoen waarbij collega’s betrokken zijn.”

Boeiende job en altijd bezig! En toch nog tijd voor extra opleidingen en vrijwilligerswerk?

De Munck: (lacht) “Persoonlijke ontwikkeling is cruciaal. Momenteel studeer ik als werkstudent voor mijn master sociaal werk. De dialoog tussen wetenschappelijke inzichten en de sociaalwerkpraktijk is enorm verrijkend. Verder hou ik ervan om studenten sociaal werk te begeleiden bij hun stages. Ze houden mijn blik op scherp.”
“Zelf heb het meest geleerd door mijn ervaringen bij enkele projecten in Afrika. In Gambia doe ik vrijwilligerswerk voor de vzw Contano. Daar richten we ons samen met de lokale professionals en overheden op gezinnen die in kwetsbare situaties leven. In Senegal engageer ik me voor straatkinderen en is het de bedoeling om samen met de lokale overheden een dagcentrum uit te bouwen.”

Foto's
Bob Van Mol