welzijn & zorg

LDC De Binding zorgt voor verbinding

Lokaal dienstencentrum als spil voor geïntegreerde zorg in de buurt

Uit het project Zorgzame Buurten blijkt dat lokale dienstencentra een onmisbare spil zijn in geïntegreerde zorg in de buurt. Het Lokaal Dienstcentrum De Binding in Neder-Over-Heembeek is een hier een mooi voorbeeld van. Het centrum koppelt ontmoeting aan zorg, is ingebed in de buurt, en heeft overal voelsprieten.

De Zorgzame Buurten zijn nu bijna drie jaar aan de slag. In die tijd zijn ze volop op zoek gegaan naar het beleid dat nodig is om de Zorgzame Buurten te verankeren. Geen eenvoudige klus: een zorgzame buurt moet mensen verbinden en elkaar laten helpen bij kleine dingen, tegelijk zorgprofessionals én professionals uit andere domeinen verbinden, én daarbovenop nog linken leggen tussen die twee netwerken.

Een zorgzame buurt wordt niet gemaakt in één voorziening. Maar het is de afgelopen jaren wel duidelijk geworden dat lokale dienstencentra een belangrijke rol kunnen spelen, op bepaalde voorwaarden. Multifunctionaliteit bijvoorbeeld: zorg aan ontmoeting koppelen - en bij voorkeur aan nog andere diensten - is een goeie eerste stap naar geïntegreerde zorg. Een lokaal dienstencentrum is per definitie nabij, maar werkt idealiter ook outreachend. Een medewerker van het dienstencentrum kan op huisbezoek gaan als er signalen zijn dat er nood is aan professionele hulp. Andere zorgorganisaties komen dan weer net naar binnen en organiseren contactmomenten in het dienstencentrum. Denk maar aan de mutualiteit, de gemeente, een eerstelijnspsycholoog, een verpleegkundige, een pedicure… Zo nestelen zorg- en dienstverlening zich opnieuw in de buurt. Medewerkers van thuiszorg of andere diensten kunnen zich meteen persoonlijk voorstellen aan een tafeltje in het sociaal restaurant of tijdens een bijeenkomst van OKRA in De Binding: een kort praatje werkt immers beter dan een foldertje op een tafel. Delen van bestaande kantoor- en ontmoetingsruimtes maakt dat connecteren veel vlotter verloopt, dat medewerkers elkaars kennis verrijken zodat een cliënt misschien niet moet worden doorverwezen en telkens opnieuw hetzelfde verhaal moet vertellen.

Voelsprieten in de buurt

De Binding zou niets zijn zonder de vrijwilligers. Er zijn er maar liefst 35 aan de slag. Een goed idee, om meerdere redenen. Hun talenten komen er tot hun recht, en het werk bezorgt hen – elk ook met hun eigen kwetsbaarheid - een sociaal netwerk. Ze fungeren als sleutelfiguren die hun voelsprieten in de buurt kunnen opsteken. Tot slot verlicht hun inzet de draaglast voor professionele zorgverleners aanzienlijk. Stuk voor stuk zijn ze ervaringsdeskundig in hun kunnen en zijn, en hebben ze gezonde prestatiedrang en goesting. Dat alles binnen een sterk kader dat hun taken omschrijft: onthaal, logistiek, keuken, crea, vervoer, sport, communicatie… Coördinator Conny Roekens valideert, volgt op, en stuurt bij. Ze coacht en zet hen graag in de spotlight. Elk team is zelfsturend en zorgt zelf voor permanentie. Minstens twee keer per jaar komen ze op ‘goedgevoelgesprek’ bij Conny.

Het kleine helpen

De lijm van een zorgzame buurt? Het kleine helpen. Daarvoor zorgt het burennetwerk Accolage, dat ook verbonden is aan De Binding. Een brood meebrengen voor de buurvrouw die niet goed te been is, de vogelkooi gaan schoonmaken bij die oudere man verderop in de straat, gewoon een gezellig bezoekje met een potje scrabble… Accolage gaat over de kleine dagelijks dingen. Wordt het meer dan dat? Dan wordt doorverwezen naar thuiszorg, want Accolage is geen ‘concurrentie’ voor de zorg, en de zorgzame buurtbewoners zijn geen zorgkundigen. Er wordt niet enkel een oogje in het zeil gehouden voor kwetsbare ouderen, maar de betrokken buurtbewoners worden zo zelf ook gemobiliseerd.

Zo wordt sociaal isolement in verschillende groepen doorbroken. Goed voor iedereen, want sociaal isolement heeft een grotere negatieve invloed op het welzijn dan roken, obesitas of fysieke inactiviteit. Af en toe wordt er met de hele buurt samen soep gegeten, zodat mensen zien welke buren er verder nog geëngageerd zijn in de straat. Dat maakt het netwerk nóg hechter. Mensen voelen zich nuttig en helpen graag, en anderen kunnen langer thuis blijven wonen door hun hulp. Een klankbordgroep met de meest uiteenlopende profielen zorgt er mee voor dat noden gesignaleerd worden: de pastoor, de slager, de directeur van de school… zijn mee de antennes in de buurt.

Zorgkloof dichten

Conny ziet nog wel werk voor de toekomst: de zorgkloof dichten. Nu komt het vaak voor dat ouderen problemen krijgen met hun gezondheid – denk aan incontinentie, diabetes, dementie – en dat ze het gevoel hebben dat ze meteen naar een woonzorgcentrum moeten. Veel expertise rond de zorg voor die problemen bij ouderen zit immers daar. Er is een kloof tussen zelfstandig thuis wonen, en in een woonzorgcentrum. Conny ziet daar nog kansen: referentiepersonen dementie en incontinentie die in een woonzorgcentrum werken, zouden bijvoorbeeld ook aan mantelzorgers in de buurt kunnen komen uitleggen welke hulp en hulpmiddelen er bestaan om iemand thuis te verzorgen. En dat is maar één van de vele manieren waarop geïntegreerde zorg in de buurt door een lokaal dienstencentrum die kloof kan helpen dichten.