'Mantelzorger, hoe gaat het nu met jou?'

23 juni is Dag van de Mantelzorg

23 juni is het Dag van de Mantelzorg, op die dag worden mantelzorgers extra in de verf gezet. Hoewel het niet vaak onder de aandacht wordt gebracht, stoppen de zorgtaken nooit. Bert Verschingel, verantwoordelijke van het project ‘Jonge Helpers’, en Koen Dierick, van het initiatief ‘Mantelzorger, hoe gaat het nu met jou?’ ondersteunen mantelzorgers in hun buurt. 

Terwijl Koen actief is in Deinze, richt Bert zich specifiek tot jonge mantelzorgers in Oostende. Samen zetten ze zich, in het kader van Zorgzame Buurten, voor de uitbreiding van het zorgaanbod voor mantelzorgers in: “Als je in zo’n zorgsituatie belandt, is het niet gemakkelijk om te weten wat je juist moet doen. Dan zijn wij er om hulp aan te bieden.”

“Wij zijn ervan overtuigd dat er heel veel mantelzorgers zijn, waaronder ook jonge mantelzorgers, die we niet bereikten en dat zij daardoor totaal geen zicht hadden waar ze terecht konden”, steekt Bert van wal. “Het is ook ons doel om hen op een laagdrempelige manier in contact te brengen met lotgenoten en organisaties waar ze terecht kunnen”, vult Koen aan. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want eenvoudig is het niet: “We missen nu nog doelgroepen omdat de detectie soms nog misloopt”, verduidelijkt Bert. “Als we niet weten wie de mantelzorgers zijn, kunnen we hen natuurlijk ook niet helpen.”

Toch vonden ze bij Samana al een eerste oplossing voor het probleem. “Aan de hand van een bevraging in een middelbare school in Oostende zijn we nagegaan wie zich identificeert als mantelzorger. Daaruit bleek dat 15% van de ondervraagden zich herkent in die rol.” Ook de stad Deinze kwam tot nieuwe inzichten na een buurtbevraging: “Uit onze analyse bleek dat er in onze stad nog vrij weinig aanbod was voor mantelzorgers. We zagen ook een vergrijzing, waardoor de nood in stijgende lijn is”, verduidelijkt Koen.

“Nu gebeurt dat nog van bovenaf maar na verloop van tijd willen we graag dat de jongeren zelf aangeven waar ze nood aan hebben.” 

Maar met vaststellingen alleen, kom je ook niet verder. “Als lokaal bestuur willen we samen met het netwerk van partners het aanbod vergroten en mantelzorgers geven waar ze recht op hebben, namelijk ondersteuning”, vertelt Koen. “Die eerste stap schreeuwt natuurlijk om volgende acties”, zegt Bert. “Zo gaan wij de jonge mantelzorgers informeren en elkaar laten ontmoeten, in een ontspannende setting natuurlijk”, vertelt hij al lachend.

Verbonden

Bij 'Jonge Helpers' kunnen jongeren terecht in maar liefst zes liefst zes verbindingsplekken. “Dat zijn echt heel uiteenlopende plekken, waaronder de sociale kruidenier, het woonzorgcentrum en het jeugdhuis”, geeft Bert mee. “Het is de bedoeling dat we daar mensen samenbrengen en activiteiten organiseren waar zij echt iets aan hebben. “Nu gebeurt dat nog van bovenaf maar na verloop van tijd willen we graag dat de jongeren zelf aangeven waar ze nood aan hebben.”

Het project ‘Mantelzorger: hoe gaat het nu met u?’ staat voorlopig nog in de kinderschoenen, maar een eerste try-out van hun mantelzorgerscafé bleek alvast een daverend succes: “Op 22 juni vindt onze eerste stuurgroep plaats en op 1 juli opent ons mantelzorgerscafé echt. Het is nu dus nog even zoeken, maar het is de bedoeling dat mantelzorgers in dat café ervaringen kunnen uitwisselen en zo het sociaal isolement kunnen doorbreken”, legt Koen uit. “Later willen we ook opvang kunnen voorzien voor de personen waarvoor de mantelzorgers verantwoordelijk zijn. Dat zou dan in samenwerking zijn met de scholen, maar ook dat moeten we nog even verder uitwerken.”

“We zien hier in het woonzorgcentrum mantelzorgers die zich dagelijks inzetten voor anderen maar daarbij wel eens zichzelf durven te vergeten. Het is belangrijk dat zij ook aandacht hebben voor zichzelf en hun eigen noden.”

Daarnaast focussen beide projecten zich naast het verbinden ook op het sensibiliseren. “De doorsnee Vlaming identificeert zich nog niet vaak met de term mantelzorger en we merken bij gezinnen die hier nog niet lang zijn dat dat nog moeilijker is. In veel culturen is het gewoon vanzelfsprekend om te zorgen voor de ouders en grootouders en om dat dan te gaan benoemen als ‘aan mantelzorg doen’, is erg lastig”, geeft Bert toe. “Het zou makkelijker zijn als de term meer ingeburgerd is, maar uiteindelijk draait het daar niet om. We willen de betrokkenen sterker in hun schoenen laten staan en bijvoorbeeld hun combinatie met school of vrije tijd vlotter later verlopen. Dan hoeft dat niet per se als ‘mantelzorg’ benoemd te worden, zolang ze maar weten dat er voor hen projecten zijn waar ze ondersteuning kunnen krijgen.”

Koen kan dit enkel beamen: “We zien dat we categorieën van mantelzorgers niet of nauwelijks bereiken op dit moment. Het voelt alsof het een onderwerp is waaraan we eerder nog niet zoveel aandacht hebben besteed. We zien hier in het woonzorgcentrum mantelzorgers die zich dagelijks inzetten voor anderen maar daarbij wel eens zichzelf durven te vergeten. Het is belangrijk dat zij ook aandacht hebben voor zichzelf en hun eigen noden.” 

Rond de tafel

Maar een project van dergelijk kaliber opzetten, vraagt nu eenmaal wel heel wat tijd, doorzettingsvermogen en vooral enthousiaste medewerkers in een organisatie die niet bang zijn van een uitdaging. “Daarmee dat ik echt blij ben met het concept van de Zorgzame Buurten”, klinkt het bij een tevreden Bert. “We zitten met zoveel organisaties in onze buurt die allemaal fantastisch werk leveren, maar tot nu toe werkten we naast elkaar en niet mét elkaar.”

Daar is nu verandering in gekomen: “Door al één verkennend gesprek te voeren met een andere organisatie zie je dat er ook los van het project al verbinding gemaakt wordt. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat hier duurzame samenwerkingen gaan uitkomen. Als organisaties op elkaar zijn afgestemd, is heel veel mogelijk. Tegen het najaar willen we zeer concrete en doordachte plannen uitvoeren. De lessen die elke organisatie afzonderlijk heeft geleerd, delen we in ons netwerk en helpen ons om samen sterker te staan.” Ook in Deinze zijn ze van plan om de projecten lang in stand te houden: “We engageren ons om de middelen die we nu hebben voorzien te blijven kunnen aanbieden”, vertelt Koen. “De samenwerkingsverbanden die we nu hebben opgestart met verschillende actoren willen we behouden. Vooral van onze samenwerking met buurtcoaches zijn we heel tevreden.”

En zo zitten verschillende organisaties, die eerst niets met elkaar te maken hadden, nu geregeld samen rond de tafel: “En dat gebeurt met vallen en opstaan hé”, geeft Bert toe. “Iedereen heeft nog zijn eigen reguliere werking dus het is soms zwaar om dit er ook allemaal nog eens bij te nemen, maar je merkt wel echt dat de draagkracht er is en dat het enthousiasme heel aanstekelijk werkt.”

Tekst: Lise Collin en Anouchka Devreker

Foto's
Jan Locus