welzijn & zorg

Moet ik er een tekening bij maken?

Eind december werden de onlinediensten van de Stad Antwerpen door criminelen platgelegd. De stedelijke administratie kon dagenlang haar bestanden niet raadplegen. Burgers konden geen boeken ontlenen, tickets kopen of dossiers opvolgen. Plots deelde iedereen de ervaring van één op de twee Belgen tussen 16 en 74 jaar: ze waren blootgesteld aan digitale kwetsbaarheid. Niet-gebruikers of gebruikers met zwakke digitale vaardigheden lopen verloren in het digitale doolhof vol flikkerende schermen en vergeten paswoorden. Ze kunnen niet volgen en maken daarom minder gebruik van onlinediensten. Meer dan terecht lanceerde Welzijnszorg vorig jaar de campagne Allemaal digitaal?! Mensen in armoede vinden hun weg niet naar hun rechten. Het verkleinen van digitale uitsluiting dringt dus de armoede terug.

Welzijnszorg pleit voor een basistarief en voor een gegarandeerde niet-digitale toegang tot het dienstenaanbod van de overheid. Het digitale dienstenaanbod is een stap vooruit, maar moet wel voor iedereen gebruiksvriendelijk zijn. Bovendien mag de telefonische hulp en de fysieke dienstverlening niet volledig verdwijnen. Een inclusieve digitalisering houdt rekening met alle eisen die aan toegankelijkheid worden gesteld. En dat zijn er veel meer dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

Kennis is macht. Dat was ook vroeger zo, toen we nog met pen en papier werkten. Wie iets niet begreep, kon aanschuiven voor uitleg. En als je dan nog niet mee was, kreeg je een folder mee en maakte je kans op een sneer. Moet ik er een tekening bij maken? Vandaag zijn mensen met zwakke digitale vaardigheden vaak tot stilte verplicht. Of ze haken af en stellen hun vraag gewoon niet meer. Uit de Barometer Digitale Inclusie 2022 van de Koning Boudewijnstichting blijkt hoe ontstellend diep die kloof blijft. Het rapport is aanbevolen lectuur voor iedereen die nog denkt dat we met een appje of twee de wereld gaan redden.

Hoewel het gebruik van e-gezondheid sinds 2019 is toegenomen, blijft dit over het algemeen veel minder populair dan andere onlinediensten. De afstand tussen mensen met zwakke en mensen met sterke digitale vaardigheden is in de periode 2020-2021 zelfs nog toegenomen. Bij hoogopgeleiden steeg het percentage gebruikers naar 67%, terwijl dat percentage bij laagopgeleiden niet boven 37% komt. Het beruchte Mattheuseffect dat de rijken rijker maakt en de armen armer draait dus bij digitalisering op volle toeren.

Het cliché dat vooral ouderen niet mee zijn gaat niet op. Omdat digitalisering aan gebruikers een permanent leerproces oplegt, hebben ook jongeren het lastig. Bijna één op de drie jongeren tussen 16 en 24 jaar kampt met zwakke algemene digitale vaardigheden. Redenen genoeg om van vorming, ondersteuning en toegankelijkheid een prioriteit te maken. Als we met zijn allen vooruit willen gaan, moeten die digitale drempels weg.