Spiritualiteit en vrijwilligerswerk: gescheiden werelden?

Dries Ver Elst onderzocht het verband tussen spiritualiteit en vrijwilligerswerk


Spiritualiteit en vrijwilligerswerk: het lijken soms twee gescheiden werelden. De één gevuld met inkeer en reflectie, de ander met inzet en actie. Voor sommige vrijwilligers zijn spiritualiteit en vrijwilligerswerk echter nauw verbonden met elkaar. 

In zijn thesisonderzoek in de Research Master Religiewetenschappen aan de KU Leuven ging Dries Ver Elst na op welke manieren dat precies het geval kan zijn. Hij deed daarvoor interviews met 18 vrijwilligers met islamitische, protestantse, christelijke of ‘ongebonden spirituele’ achtergrond (mensen die wel met spiritualiteit bezig zijn maar niet tot (één) religie behoren). 

Spiritualiteit werd in de interviews op een brede manier ingevuld: zowel meer abstracte ideeën als concrete handelingen, objecten of gebeurtenissen werden besproken. Dries vond verbanden tussen die verschillende invullingen van spiritualiteit en diverse aspecten van vrijwilligerswerk. Niet enkel de motivatie van vrijwilligers bleek verbonden met hun spiritualiteit, maar ook hun doelen, de keuze voor een bepaalde organisatie of project, hoe ze hun vrijwilligerswerk uitvoeren, wat hen helpt om vol te houden ondanks moeilijkheden en de uitkomsten van hun vrijwilligerswerk. Ter illustratie: twee voorbeelden van verbanden tussen spiritualiteit en vrijwilligerswerk uit de interviews.

“Kijk hoe goed jij het wel hebt, zowel qua gezondheid als qua materiele zaken, als het feit dat ik een identiteitskaart heb en dat ik gewoon geboren ben in België (…) ja dat zijn dingen waar je dan meer bij stilstaat (…). Dan doet u dat groeien ook als mens hé, dat vrijwilligerswerk, want dan denk je van ja, die mensen hebben dat niet en waarom niet, ja daar is ook geen antwoord op… Behalve dat God dat zo gewoon heeft voorbestemd. En dan moet je gewoon denken van ok (…) wat kan ik nu doen om Allah daarmee blij te maken? Door die mensen gewoon te helpen..” -Hanna

Een eerste voorbeeld is het verband tussen een houding van dankbaarheid, die voor sommige van de vrijwilligers een spirituele betekenis heeft, en hun motivatie om zich als vrijwilliger in te zetten. In de interviews wordt gesproken over de dankbaarheid die vrijwilligers ervaren voor hun welvaart, hun bezit, hun gezondheid of de kansen die ze kregen in hun leven. Die dankbaarheid richten ze tot de samenleving, God of andere opvattingen van iets dat hen als individu overstijgt. Om die te uiten, vinden ze het belangrijk om iets terug te doen, en dat doen ze door zich als vrijwilliger voor anderen in te zetten. De motivatie van deze vrijwilligers is dus sterk verbonden met een houding van dankbaarheid, die voor hen een spirituele houding is. Ze leggen daarbij ook de link met bijvoorbeeld ervaringen in het verleden die hen extra dankbaar maken, of met spirituele praktijken die hun dankbaarheid stimuleren zoals gebed of meditatie. Hanna stelt in het citaat hierboven zelfs dat haar vrijwilligerswerk op zich die dankbaarheid stimuleert. Sommigen stellen ten slotte ook dat dankbaarheid hen helpt om hun vrijwilligerswerk vol te houden, ondanks de vele moeilijkheden die ze ervaren. Ze stellen dat een houding van dankbaarheid hen de kracht en de motivatie geeft om die te trotseren. Dankbaarheid is voor hen dus ook verbonden met de uitkomsten en het volhouden van hun vrijwilligerswerk.

“Gewoon aanwezig zijn, en doen, wat ik kan doen op dat moment. (…) Door ter plaatse te gaan. Door het stil te laten worden. (…) Er moet niets. Er zijn geen voorwaarden aan gesteld, wees welkom, en als vrijwilliger zijt ge ook welkom. En kijkt wat dat ge kunt doen, en niet overdrijven, en niet willen ook, want dat lukt niet. Laat alles maar stromen en zie waar dat we het best kunnen helpen.” - Willy

Een tweede voorbeeld is de nadruk die sommige van de vrijwilligers leggen op flexibiliteit in de manier waarop ze omgaan met tijd en plannen in hun vrijwilligerswerk. Enkele vrijwilligers zeggen dat ze het belangrijk vinden om te proberen zich niet vast te houden aan tijdsschema’s, plannen of vaste methodes om anderen bij te staan. Ze willen zich zo goed mogelijk aanpassen aan de noden van de specifieke persoon die ze voor zich hebben, op het specifieke moment waarin ze zich bevinden. Die flexibiliteit heeft een spirituele betekenis voor hen. Ze kaderen het bijvoorbeeld in een vertrouwen op God om hen de juiste kansen op het juiste moment te verschaffen, of de beperktheid van hun kennis als individu in vergelijking met die van God. De flexibiliteit die ze tonen in hun vrijwilligerswerk is dus op verschillende manieren verbonden met hun spiritualiteit. 

Dries herkende nog meer verbanden tussen spiritualiteit en vrijwilligerswerk in de interviews. Ze helpen te zien hoe die verbanden heel divers kunnen zijn, en hoe ze concreet vorm krijgen in vrijwilligerswerk. Voor vrijwilligers en organisaties kan het nuttig zijn stil te staan bij hoe spiritualiteit en vrijwilligerswerk met elkaar kunnen verbonden zijn. In die verbanden kunnen zich immers verschillende kansen en valkuilen bevinden. De twee vermelde voorbeelden kunnen helpen dat te illustreren.

Kansen

Beide voorbeelden tonen aan hoe de vrijwilligers abstracte theologische concepten relevant maken voor hun concrete leven, en meer specifiek in hun vrijwilligerswerk. Dat zorgt voor kansen om door middel van hun vrijwilligerswerk hun spiritualiteit te verrijken. Ook voor het functioneren van de vrijwilligers in hun vrijwilligerswerk kunnen een aantal kansen aangehaald worden. Het voorbeeld van de vrijwilligers die zeggen dat dankbaarheid helpt om hun vrijwilligerswerk vol te houden kan hier opnieuw gegeven worden, en in het voorbeeld rond flexibiliteit kan onder meer een kans gezien worden voor vrijwilligers om zich door die houding beter aan te passen aan steeds veranderende omstandigheden. 

Valkuilen 

Daarnaast zijn er echter ook enkele valkuilen te herkennen in deze voorbeelden. Wanneer er te veel nadruk komt te liggen op de spirituele verrijking door vrijwilligerswerk, is er een gevaar dat de mensen waarvoor iemand zich inzet louter een middel tot die verrijking worden. Dat kan beledigend zijn, en ervoor zorgen dat de vrijwilliger geen oog meer heeft voor de echte noden van de ander. Wanneer vrijwilligers te veel nadruk leggen op flexibiliteit gaan ze makkelijker over hun grenzen en geven ze soms te veel op voor hun vrijwilligerswerk. Zo kunnen ze gevoelig worden voor burn-out. 

Reflectietool

Reflecteren over mogelijke verbanden tussen spiritualiteit en vrijwilligerswerk kan helpen om deze en andere kansen zoveel mogelijk te benutten, en valkuilen zo veel mogelijk te vermijden. Vrijwilligers kunnen voor zichzelf hierbij stilstaan, maar een gesprek hierover met anderen kan extra verrijkend zijn, door de confrontatie met andere perspectieven en om collega-vrijwilligers beter te leren kennen. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek ontwikkelde Dries een reflectietool, die zowel individueel als in groep gebruikt kan worden. De tool bestaat uit kaarten met reflectievragen die kunnen uitgeknipt worden. De linkerkolom is de voorkant van de kaart met de hoofdvragen, de rechterkolom de achterkant met verdiepingsvragen. Het is aangeraden om niet alle kaarten in één keer te gebruiken, maar de tijd te nemen om bij een aantal vragen stil te staan in één sessie.

Illustraties
Pieter Van Eenoge