Woon- en leefkosten van personen met een handicap

Onderzoek naar betaalbaarheid

Er zijn weinig gegevens beschikbaar over de impact van woon- en leefkosten bij personen die gebruik maken van een zorgvoorziening. Armoederisico's zijn vaak gebaseerd op het inkomen van de persoon, en niet op de gerealiseerde levensstandaard, waardoor het armoederisico onderschat wordt. Vooral wie het moet redden met een uitkering heeft het moeilijk. Net omdat er extra kosten zijn omwille van de handicap, is het armoederisico enkel op basis van het inkomen een onderschatting.

260 mensen die gebruikmaken van dag- en/of woonondersteuning namen deel aan het onderzoek en vulden een vragenlijst in. Dit leidde tot een aantal relevante inzichten: 

Transparantie en complexiteit van het systeem van woon- en leefkosten

Een overgrote meerderheid van de gebruikers, 80% van de respondenten, heeft voldoende informatie ontvangen over het systeem van woon- en leefkosten. Maar toch is 40% van mening dat het huidige systeem complex is. Er is een kleine groep die aangeeft onvoldoende informatie te hebben ontvangen (20%) en die zegt niet te weten waar terecht te kunnen in geval van betaalbaarheidsproblemen (21%).

Hoogte en betaalbaarheid van de woon- en leefkosten vanuit het perspectief van de persoon met een handicap.

De gemiddelde prijs van de woon- en leefkosten bij dagondersteuning bedraagt €457 en bij dag- en woonondersteuning €998. Twee derde van de respondenten geeft aan in staat te zijn om met hun inkomen te betalen wat ze nodig hebben. Ongeveer 30% zegt na het betalen van de woon- en leefkosten onvoldoende inkomen over te houden om andere uitgaven te doen.

Impact van woon- en leefkosten op het beschikbare inkomen en op de kwaliteit van leven van de persoon met een handicap

Na het aftrekken van de woon- en leefkosten houden personen die enkel dagondersteuning gebruiken, gemiddeld €865 over waarmee ze al hun overige kosten moeten betalen (waaronder ook hun woonkosten). Personen die gebruik maken van dag- en woonondersteuning houden gemiddeld €567 over om hun andere kosten mee te betalen. Er is geen uitgebreide bevraging gebeurd van alle mogelijke uitgaven, waardoor het moeilijk is om te kunnen inschatten wat ze hiermee wel en niet kunnen betalen. Wel is het duidelijk dat minstens 40% van de respondenten zich in een precaire financiële situatie bevindt, aangezien het voor hen niet mogelijk is om een onvoorziene uitgave van €1000 te betalen.

Strategieën om rond te komen en een kwaliteitsvol leven te leiden

Drieënvijftig procent van de respondenten bespaart op woon- en leefkosten in de voorziening. Ondanks het feit dat de meerderheid bespaart op de woon- en leefkosten, geeft slechts 8% van de respondenten aan dat de vergunde zorgaanbieder actie heeft ondernomen om de betaalbaarheid van de woon- en leefkosten te verbeteren. Twee op de drie gebruikers geeft aan extra inkomen nodig te hebben om rond te komen. Omwille van hun precaire financiële situatie doet 29% van de respondenten een beroep op hun familie of hun netwerk om de rekeningen te kunnen betalen. Dertig procent moet eigen spaargeld hiervoor aanspreken. Het gaat hier vooral om twee afzonderlijke strategieën die niet gecombineerd worden.

Beleidsaanbevelingen

Nood aan transparante en duidelijke informatie op maat

Ondanks dat de vergunde zorgaanbieders aangaven om heel wat verschillende communicatiekanalen in te zetten om te gebruikers te informeren, blijkt dit voor een bepaalde groep onvoldoende te zijn. Het is de taak van zowel de Vlaamse overheid als van de VZA’s om voor een open en transparante communicatie te zorgen over de woon- en leefkosten. Ook de gebruikersverenigingen met informatieloket voor zowel gebruikers als collectief overlegorganen en de bijstandsorganisaties moeten blijvend inzetten om personen met een handicap die een beroep doen op ondersteuning van een vergunde zorgaanbieder te ondersteunen in het uitoefenen van hun rechten en plichten.

Verbeteren van de inkomenssituatie

De resultaten wijzen op een erg precaire financiële positie die ook al eerder bleek uit andere studies naar de financiële situatie van personen met een handicap. Dit kwantitatieve deelonderzoek laat onvoldoende toe om het profiel van de financieel precaire groep scherper af te bakenen. Ondanks de getroffen federale maatregelen op dit terrein blijkt dat er nog een inhaaloperatie nodig is om een voldoende levensstandaard te garanderen. Het optrekken van de inkomensvervangende en integratietegemoetkoming (IVT/IT) is dus noodzakelijk. Deze studie toont aan dat het huidige systeem van tegemoetkomingen ook niet voldoet voor een meerderheid van personen die gebruik maken van dag- en/of woonondersteuning bij een vergunde zorgaanbieder. Een mogelijke bijkomende piste is het afschaffen van de vermindering van de integratietegemoetkoming voor personen die verblijven in een voorziening, maar hiermee zijn de persoon die gebruik maken van dagondersteuning nog niet geholpen.

De betaalbaarheid van de woon- en leefkosten moet blijvend worden gemonitord

Onderzoek naar de betaalbaarheid van alle kosten in het leven van een persoon met een handicap is noodzakelijk omdat onderzoek uitwijst dat personen met een handicap in België een hoger armoederisico hebben. Omwille van de timing van dit deelonderzoek (er golden toen strenge coronamaatregelen) is er een onderschatting van de uitgaven en de grootte van kosten voor wonen en leven binnen en buiten de voorziening. Hierdoor is er ook een onderschatting van de betaalbaarheidsproblemen van personen met een handicap die gebruik maken van dag- en/ of woonondersteuning. Een blijvende monitoring en longitudinaal en/of grootschalig onderzoek naar de kosten en uitgaven die een persoon met een handicap heeft, blijkt nodig.
Die monitoring geldt evenzeer voor de VZA die te allen tijde best onderzoeken of er geen financiële ruimte is om de woon- en leefkosten te verminderen. Ook al geven de VZA’s aan dat ze samen met de gebruiker bekijken of er zich mogelijk betaalbaarheidsproblemen voordoen, toch geeft slechts een kleine minderheid van de personen met een handicap aan dat dit ook daadwerkelijk gebeurd is. Het bespreekbaar maken van de financiële situatie is geen evidente opdracht voor de VZA’s, maar het is wel duidelijk dat dit nodig is. Dezelfde vaststelling geldt voor de bijstandsorganisaties. Het blijvend inzetten op rechtenverkenning en het samenwerken met het OCMW in geval van betaalbaarheidsproblemen zijn andere pistes om de betaalbaarheidsproblemen van gebruikers aan te pakken.

Het volledige onderzoek is terug te vinden in de publicatielijst van het Steunpunt WVG.

Promotor en onderzoekers

Promotor: Prof. dr. Koen Hermans (1, 2)
Onderzoekers: Laura Polfliet (1) en dr. Nele Van den Cruyce (1) 

1 -> LUCAS, Centre for Care Research and Consultancy, KU Leuven
2 -> Section Social Policy and Social work, Centre for Sociological Research, Faculty of Social Sciences