Zorg dat je eerst nadenkt

Column Harold Polis

Eerst doen, dan denken. Dat was het devies van de illustere naoorlogse premier Achiel Van Acker. “J’agis d’abord, je réfléchis ensuite”, klonk het in het schoon Vlaams. Van Acker werd de vader van de sociale zekerheid genoemd, omdat hij een wirwar van regels en organisaties vereenvoudigde en centraliseerde. 

De toegenomen sociale bescherming en welzijnsgraad liep parallel met de economische heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Als je erop terugkijkt, dan is dit succesverhaal er een van grote stappen, snel thuis. Het was zaak om iedereen een stuk van de welvaart te geven. De details waren minder belangrijk dan de grote lijnen. Het verschil met vandaag kan wellicht niet groter zijn.

Ons systeem van universele zorg is veel uitgebreider, groter en ambitieuzer dan in de jaren vijftig. Dat heeft in de eerste plaats met geld en vooruitgang te maken, maar ook met de manier waarop we naar onszelf kijken. Om recht te doen aan ieders eigenheid is zorg een dienst die op maat wordt geleverd. Ons ideaal is er een van individuele rechten en professionele zorgverlening, die liefst lokaal wordt gecoördineerd. Onze eerste uitdaging bestaat er eenvoudigweg in om ons fijnmazige systeem te doen werken. Tegelijkertijd komt het erop neer om gemakzucht te vermijden. We moeten zo attent mogelijk zijn voor nieuwe zorgvragen, uitzonderingen, vergeten subgroepen en mensen die toch door de mazen van het vangnet vallen.

Let op de kleintjes. Een recente telling van dak- en thuisloosheid uitgevoerd door LUCAS (KU Leuven) en CIRTES (UCLouvain) toont hoe problematisch het is om vast te houden aan clichés. Die ‘gemiddelde dakloze’ is geen verslaafde man meer. Een derde van de getelde daklozen is een vrouw. Nog opmerkelijker: een kwart van de mensen die geen dak boven hun hoofd hebben is een kind. 26%. Dat is een percentage om stil van te worden. Het heeft dus wel degelijk zin om eerst goed na te denken en dan pas te handelen. Alleen op die manier slagen we erin ons voldoende bewust te zijn van stereotypen en blinde vlekken.

Maatschappelijke verandering is immers nooit neutraal, zoals de Nederlandse essayist Joris Luyendijk treffend beschrijft in het essay De zeven vinkjes. Hoe mannen zoals ik de baas spelen. Luyendijk onderzoekt hoe zijn bevoorrechte uitgangspositie hem vooruit heeft geholpen in het leven. Als je niet gediscrimineerd kan worden, kan je ook nooit te weten komen hoe kwetsbaarheid echt aanvoelt. Daardoor worden de ervaringen van minder bevoorrechte medeburgers minder tastbaar. Het risico wordt ook groter dat gender, afkomst of leeftijd verdwijnen achter een huizenhoog vooroordeel.

De eerste die daar overigens mee akkoord zou gaan, is onze eigen Achiel Van Acker, zoon van een mandenvlechter uit Brugge. Van Acker moest de school verlaten toen hij tien jaar was. Hij wist alles over het ontkrachten van vooroordelen.

Harold Polis

>> Het rapport over dakloosheid vind je op www.kbs-frb.be

>> Joris Luyendijk, De zeven vinkjes. Hoe mannen zoals ik de baas spelen, Pluim, 2022, 200 p. ISBN 9789493256675. €21,99

Foto's
Bob Van Mol