welzijn & zorg

Zorgen voor mensen met een migratieachtergrond

Hoe overwin je als zorg- of hulpverlener handelingsverlegenheid?
28.10.2026
Foto's
Bob Van Mol

Hoe versterk je een cliënt wanneer je jezelf niet zeker voelt in je rol? Als je werkt met mensen met een migratieachtergrond neem je best een cultuursensitieve houding aan. En wat betekent die cultuursensitieve houding?

Greet De Ridder, projectcoördinator The Human Link legt uit: “Zo’n houding vraagt vooral een openheid en bereidheid om te luisteren, interesse in en nieuwsgierigheid naar de persoon die voor je zit. Op zich klinkt dat evident, maar we vertrekken allemaal vanuit ons eigen referentiekader en dat is vaak wat handelingsverlegenheid uitlokt. We ervaren mensen met een migratieachtergrond vaak als mensen met een ander referentiekader dan ‘het onze’. ‘Het onze’ als in dat van de witte Vlaamse hulpverlener. Dus ook al hebben we die openheid, toch kunnen we ons ongemakkelijk of onzeker voelen. Mag ik wel een hand geven? Wat is taboe en not done? Deze onzekerheden kunnen een veilige werkrelatie in het gedrang brengen.”  

Voel de ongemakkelijkheid

Lene Stevens, klinisch psycholoog bij The Human Link: “Ook bij praktische ondersteuning, zoals het opstarten van een OCMW-dossier, is een vertrouwensband belangrijk. Gevoelige thema’s bespreken en gepast doorverwijzen vraagt openheid en verbinding. Door nieuwsgierig te zijn naar de beleving van jouw cliënt en je bewust te zijn van je eigen vooroordelen bouw je aan die vertrouwensrelatie.”

“Het is heel normaal om niet alle kennis te hebben van elke cultuur”, zegt Lene. “Stel vragen en durf fouten maken. Zie het als een soort exposuretherapie. Als hulpverlener zijn we vaak bang om fouten te maken of onwetend over te komen. De tegenstrijdigheid zit in het willen bieden van kwaliteitsvolle zorg. Door onze angst om fouten te maken, komt net die kwaliteitsvolle zorg in het gedrang. Uit onderzoek blijkt dat cliënten vergevingsgezind zijn voor fouten die hulpverleners maken.”

Greet pleit ervoor om die ongemakkelijkheid gewoon te voelen. “Het kan ongemakkelijk aanvoelen wanneer iemand iets zegt waar je het niet eens mee bent. Vraag je dan af: is dit relevant bij de hulpvraag? Zo ja, kan je dit gaan benoemen. Is dat niet het geval? Dan kan je het misschien gewoon laten varen, ook al wringt het een beetje.”

Noden vertalen

Soms is het nodig om letterlijk en figuurlijk de noden van de zorgvrager te vertalen naar de zorgverlener, en vice versa. “Daar starten we vaak mee”, vertelt Lene. “We proberen in eerste instantie tot een duidelijke hulpvraag komen. Wat verwacht je van deze sessie? Hoe hoop je dat je leven eruit gaat zien na afloop van dit traject? Als dat helder is, kunnen we doelgericht werken. Praten we over hetzelfde als we over stress praten? Bestaat daar een woord voor in jouw moedertaal? Het is een meerwaarde om cliënten in hun moedertaal te begeleiden omdat dit hun emotietaal is. Probeer daarom met een tolk of intercultureel bemiddelaar te werken als het kan en bereid dit gesprek voor.”

Leg uit wat je bedoelt

Soms is het een goed idee om met meer dan één woord uit te leggen wat je bedoelt. “Een hulpverlener zegt misschien: ‘Ik heb het gevoel dat je depressief bent.’ Maar wat betekent het woord depressief voor die persoon? Misschien weegt dat woord zwaar voor je cliënt, terwijl jij enkel wil zeggen dat hij wat neerslachtig of slechtgezind overkomt. Ga er dus niet zomaar vanuit dat iedereen alles op dezelfde manier interpreteert als jij”, aldus Greet.

“Misschien zijn er in een andere taal vijf woorden voor depressie, elk met een eigen nuance. Ook als je via Whatsapp communiceert geldt: ga er niet zomaar van uit dat iemand het correct kan vertalen via een app. Hou tekstberichtjes voor praktische afspraken en bespreek gevoelens mondeling.”

Zou het goed zijn als er meer mensen met een verschillende culturele achtergrond in de zorg werken?

“Diversiteit is altijd een pluspunt en gaat breder dan verschillende culturele achtergronden. Het omvat ook diverse talen, religies, leeftijden en mensen met beperking”, legt Lene uit. “Een hulpverlener die Arabisch spreekt krijgt vaak veel doorverwijzingen voor Arabischsprekende cliënten. Het is niet omdat beiden dezelfde taal spreken dat er een goede match is met de hulpverlener, of dat hij de juiste expertise heeft om deze specifieke cliënt verder te helpen.”

“We willen eigenlijk gewoon meegeven dat iedereen vertrekt vanuit hun eigen referentiekader, vooroordelen en stereotypen. We zijn allemaal mensen die opgroeien in een bepaalde omgeving met maatschappelijke boodschappen. We leren door wat we zien en horen rondom ons. Wees je bewust dat je niet in vacuüm leeft. Voel ongemakkelijkheid als ze er is, durf fouten maken en speel open kaart. Op een sensitieve manier natuurlijk.”