De Essentie volgens Nic Balthazar

Moet iedereen altijd gelukkig zijn?

Na zijn film Everybody Happy uit 2016 wist de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid Nic Balthazar te strikken als peter van de Werelddag Geestelijke Gezondheid (10 oktober). Maar moet iedereen altijd gelukkig zijn? “Het fijne is dat we ons soms al de vraag stellen of we gelukkig genoeg zijn, en of we gelukkiger kunnen zijn”, vindt Balthazar. “En als we vaak heel erg ongelukkig zijn – wat de statistieken op een pijnlijke manier aantonen– hoe komt dat dan? Waarom liggen we zo vaak in kramp met onszelf?” vraagt hij zich af.

Eén op de vier Vlamingen zou aangeven zich vaak ongelukkig, angstig, mentaal overbelast en/of gestrest te voelen. Eén op de tien is al in de afgrond gevallen waarop één op vier nog staat te balanceren. “Het zijn angstwekkende cijfers waar we nu eindelijk stilaan bij stilstaan en over beginnen na te denken”, vindt Balthazar. “Vier op tien jongeren geeft aan zich heel slecht in zijn vel te voelen. En dat op het moment dat eigenlijk het beste moment van je leven zou moeten zijn: je jeugd. Ze geven vaak aan dat ze het gevoel hebben niet aan de verwachtingen te kunnen voldoen.” 

Opbranden door perfectionisme 

“De drang naar perfectie ligt aan de grondslag van veel burn-outs. Het moet allemaal alsmaar beter en meer en performanter en efficiënter. Maar misschien moeten we ons eens afvragen of we ook wat gelukkiger mogen zijn. Streven naar tevreden zijn met onszelf is een mooi streven. Maar het tegengestelde van een burn-out is niet ‘geen burn-out hebben en dus kunnen doorgaan’. Het tegengestelde is: gelukkig proberen te zijn. Niet altijd, maar toch wel wat vaker.” 

“Veel mensen lopen nu vast in een soort ontevredenheid, het gevoel dat het nooit genoeg is. Als je dat kan loslaten, word je vaak beter in je job of je hobby of sport. Als een voetballer alleen maar denkt ‘ik móet scoren’, dan loopt hij de hele match verloren. Maar gaat hij ontspannen het veld op en denkt hij ‘het komt wel goed, mijn ambitie is een goede voetballer te zijn’, dán zal hij scoren.”



Kleuters onder druk

“Vanaf de kleuterklas staan kinderen al onder druk om te presteren in testen om te kijken of ze klaar zijn om naar de lagere school te gaan. Al zegt Peter Adriaenssens nog honderd keer dat we daar beter mee stoppen, want eigenlijk geeft dat allemaal helemaal geen goede indicatie van het feit of een kind later goed zal kunnen volgen op school. Bovendien stresseer je er een hele generatie van jongs af aan mee. Daardoor blijven we aan de kop van de zelfmoordcijfers staan. En vreemd genoeg staan we niet bovenaan de lijst wat betreft het aantal mensen die in therapie gaan. Want dat blijft een enorm taboe.”

“We zouden het allemaal gek vinden als we onze tanden zouden laten verrotten tot je ze enkel nog kan laten trekken. Dus gaan we preventief naar de tandarts om vroeg in te grijpen als we een beginnend gaatje hebben. En we gaan elke maand naar de kapper om ons haar goed te laten leggen en dragen de mooiste kleren. Maar waarom verzorgen we onze geest niet op dezelfde manier? Mensen blijven te lang zitten met veel ellende en verdriet.” 

De innerlijke criticus

“We denken ons de hele tijd kapot. Experten spreken van 50 tot 70 duizend gedachtes per dag. Bijna de helft van die gedachten blijkt negatief. ‘Eigenlijk zou ik dit nog moeten doen, dat is net misgelopen, ik haal het niet…’ Die eeuwige stroom gedachten stilleggen zal die problemen niet oplossen, maar je maakt jezelf wel iets minder kapot als je die innerlijke criticus even het zwijgen oplegt. Die stem die je zegt dat het niet genoeg is, dat jij niet goed genoeg bent. Voor je het weet word je door iedereen gevoed in die gedachte. Je wordt gebenchmarkt, ge-assessed, geëvalueerd, een werkpuntje hier en daar. En we denken: ja het is waar, ik kan beter.” 

“Er is geen enkel probleem met de match te willen winnen. En je mag ook vloeken als je verliest. Maar het mag je wezen niet bepalen. We zijn heel vaak bezig met de matchen die we in het verleden wonnen of verloren. We vinden dan dat we op hetzelfde niveau moeten verdergaan, en beter moeten doen in de toekomst. Maar het enige moment waar je iets aan kan veranderen is het nu.”

“Men vraagt mij wel eens of ik zelf een burn-out gehad heb. Dat is niet zo, maar ik weet wel dat ik er perfect een had kunnen hebben. Ik ben er de perfecte kandidaat voor. Ik ben de robotfoto van de mens die met zijn smoel tegen de muur zou kunnen lopen op een bepaald moment: heel gedreven en enthousiast, iemand die zich ten volle smijt in projecten. Dat is zo fascinerend aan mensen met een burn-out. De ene dag staat hij nog vol vuur plannen uit de doeken te doen aan de koffiemachine, de dag erna moet hij zijn baas bellen om te zeggen dat hij niet kan komen werken. Soms zijn het dan die vervelende collega’s, of die veeleisende baas, of ligt het aan de werkdruk… maar na een paar weken thuis voelt die persoon zich nog steeds niet goed, hoewel de collega’s, de baas en de werkdruk weggevallen zijn. Want wie blijft er dan nog over? Enkel jezelf, en je innerlijke klootzak. Die blijft nog zeggen: ‘Je hebt iedereen in de steek gelaten, zie je hier nu liggen, je bent niet eens echt ziek’. Wij zijn dan onze ergste vijand. ” 

Zelf op de trappers, zelf aan het stuur

“Je moet je voorstellen dat je mensen op een fiets zet. Ze bepalen dan zelf hoe hard ze trappen, en als ze buiten adem raken, doen ze het vanzelf even rustiger aan. Ze hebben dan zelf het stuur in handen, de uitdaging èn de remmen onder controle. Maar veel mensen zitten – figuurlijk - in overvolle bussen die ze zelf niet kunnen besturen. Daar worden ze angstig van, ze krijgen niet genoeg lucht, en hebben geen controle over waar ze naartoe gaan. Wie voelt dat hij de zaken zelf onder controle heeft, houdt het over het algemeen langer vol. Dat beeld zouden werkgevers misschien wat vaker voor ogen moeten houden.” 

“Perfectionisten worden soms sneller aangenomen voor een job, omdat het misverstand bestaat dat ze vaker perfecte dingen zouden afleveren. Maar iedereen loopt op een bepaald moment tegen die muur aan: niet alles kan altijd perfect zijn. Soms is er ook een neergaande lijn, en je houdt er beter op voorhand rekening mee dat je die dan ook moet aankunnen. Wij hebben controle over onze geest, en niet omgekeerd. Maar bij sommige mensen loopt hun geest weg met hen, dan zit de innerlijke criticus aan het stuur, bij wijze van spreken. Op die momenten moet je kunnen zeggen: ‘Nu niet, hou je mond’.”

Falen mag

“In het woord welzijn zouden we de nadruk op ‘zijn’ moeten leggen in plaats van op ‘wel’. Je mag er gewoon zijn, en het moet niet altijd ‘wel’ zijn. Als je hoort wat mensen op hun sterfbed zeggen, is dat bijna altijd hetzelfde: ik had graag meer tijd met vrienden en familie doorgebracht, meer rustige momenten gehad om even niets te doen en gewoon te genieten…” 

“De meeste dingen die ik gedaan heb, waren redelijk succesvol. Everybody Happy is dat iets minder, ironisch genoeg. Maar ik besef dat dat mijn geluk niet bepaalt, want ik weet dat we iets moeilijks hebben geprobeerd; een belangrijke film maken. Ik laat dat me niet definiëren als mens, want ik val niet samen met mijn werk. We leren onze kinderen niet meer falen tegenwoordig. Maar je mág mislukken en naast het doel schieten, want da’s de enige manier waarop het ooit zal lukken om ín het doel te schieten.” 



www.samenveerkrachtig.be

 

Foto's
Stephan Vanfleteren
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.