Meer dan zes op tien baby's en peuters in Vlaanderen in kinderopvang

64,8% van de baby’s en peuters in Vlaanderen konden vorig jaar terecht in een kinderdagverblijf of bij een onthaalouder. In West-Vlaanderen gaat het zelfs om 73,6% van de jongste kinderen. Voor Vlaams minister van Welzijn en Gezin, Hilde Crevits, tonen deze cijfers dat kinderopvang daarmee een bijzonder belangrijke plek in het economische en maatschappelijke leven van jonge gezinnen inneemt.

Vlaams minister van Welzijn en Gezin, Hilde Crevits: “Kinderdagverblijven en onthaalouders zorgen iedere dag met veel warmte en gedrevenheid voor meer dan 90.000 baby’s en peuters in Vlaanderen. We weten dat de sector voor grote uitdagingen staat, onder meer om voldoende mensen te vinden. Voor mij is dat één van de belangrijkste prioriteiten. Ik heb ondertussen zelf al enkele initiatieven bezocht, en ik was onder de indruk van de inzet en de competente aanpak. We moeten zoveel mogelijk mensen warm maken voor een job in de kinderopvang. Het is een mooie job die veel voldoening geeft en respect verdient van ons allemaal.” 

De cijfers van Opgroeien tonen dat zes op de tien baby’s en peuters tussen 2 maanden en 3 jaar tijdens hun prille levensfase toevertrouwd worden aan een kinderopvanginitiatief. In Vlaams-Brabant is dat aandeel met 60,2% het laagst, in West-Vlaanderen het hoogst. Daar gaat het om meer dan zeven op de tien kinderen (73,6%). Voor het eerst is er ook zicht op de instapleeftijd van baby’s en peuters: 58,9% van de kinderen was jonger dan 6 maanden bij de start van de opvang, 12,9% is ouder dan een jaar. 

6.340 beschikbare opvanglocaties in 2021 

Twee derde van de opgevangen kinderen maakt gebruik van groepsopvang. Dat aandeel stijgt ieder jaar. Kinderen die niet in een groepsopvang terecht komen, kunnen bij een onthaalouder terecht. Het aantal beschikbare opvanglocaties klokte eind 2021 af op 6.340, goed voor 94.681 vergunde plaatsen voor baby’s en peuters. Dat is ongeveer hetzelfde aantal als een jaar eerder (94.924 in 2020). In vergelijking met 2014 telt het opvangaanbod in 2021 2.990 plaatsen meer (+3,3%). Globaal gezien zijn er nog steeds meer dan 45 plaatsen per 100 kinderen tussen 0 en 3 jaar. 

Het aantal plaatsen met inkomenstarief is ook gestegen (+183). Het aandeel plaatsen waar ouders een inkomenstarief betalen is nu meer dan 76% van het totale aantal plaatsen, in 2014 was dat nog 73,4%. Eind 2021 bedroeg het gemiddelde dagtarief aan inkomenstarief 14,78 euro.

Kinderen worden vooral opgevangen binnen de gemeente waar ze wonen. 26,9% maakt gebruik van een opvangplaats in een andere gemeente. In de gemeenten Arendonk en Antwerpen wordt meer dan 95% van de kinderen die opvang gebruiken  in de eigen gemeente opgevangen.  In de gemeenten Grobbendonk en Horebeke gaat het om minder dan 30%. Dat heeft niet noodzakelijk met het aanbod ter plaatse te maken, eerder omdat de opvang dichter bij huis ligt of onderweg naar het werk. Soms sluit het tarief ook beter aan bij de mogelijkheden van het gezin.