Elkaar helpen begint naast de deur

Minister Beke wil een netwerk van zorgzame buurten uitbouwen

Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) wil de komende jaren fors investeren in zorgzame buurten. Heel Vlaanderen moet bedekt zijn met deze buurten die ervoor zorgen dat buren op elkaar kunnen rekenen als ze nood hebben aan hulp of steun. “In een globaliserende wereld speelt de nabije buurt een steeds grotere rol.”

De komende twee jaar komen honderd zorgzame buurten in aanmerking voor een financiële impuls van 50.000 euro per jaar. Het initiatief komt van Wouter Beke, Vlaams minister van welzijn, volksgezondheid, gezin en armoedebestrijding. Een commissie van experten gaat de aanvragen beoordelen op basis van vastgestelde criteria. 
“De coronacrisis heeft het belang van de buurt extra duidelijk gemaakt”, verklaart minister Beke zijn besluit. “In een wereld die steeds grootschaliger wordt, groeit het belang van de nabije buurt als plaats van geborgenheid. De buurt moet een plek zijn waar mensen elkaar over en weer helpen, en daar plezier en bondgenootschap uit halen.” 

Zorgvragen signaleren

Het draait niet altijd om grote gebaren, gaat de minister verder. “In zorgzame buurten dragen mensen op een heel laagdrempelige manier zorg voor elkaar. De 75-jarige alleenstaande buurvrouw die vroeger wiskundelerares was, geraakt niet meer zo makkelijk in de winkel. Haar zestienjarige buurjongen gaat voor haar naar de supermarkt. Als hij de boodschappen komt brengen, geeft de buurvrouw hem tips in verband met zijn schoolwerk.”
Wederkerigheid is fijn, maar geen voorwaarde. “Het gaat om oog hebben voor elkaar. Waar heeft je naaste buur behoefte aan? Kan jij dat bieden? Zo ja, heel fijn. In een volgende situatie ben jij misschien diegene die een zorgvraag heeft.”

'Het signaleren van zorgvragen en die doorgeven aan de juiste instanties is een belangrijk doel van zorgzame buurten.'


Behalve elkaar helpen, is het detecteren en signaleren van zorgvragen en die doorspelen aan de juiste instanties ook een belangrijk doel van zorgzame buurten. “Buren kennen elkaar. Gaat het wel goed met dat gezin waarvan de vader onlangs zijn werk verloor? Merk jij ook dat de buurman steeds vergeetachtiger wordt? Niet alleen de ouderenzorg, maar ook de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdzorg moeten bij buurtzorg worden betrokken.”
Hoe ziet de minister dat concreet? “Als kind leeft in een gezin dat in een crisissituatie verkeert, besluit men vandaag vaak om het kind tijdelijk uit huis te plaatsen. Terwijl gezinsondersteunende zorg, waarbij buurtzorg een rol kan spelen, ook een oplossing kan zijn.”
Natuurlijk is dat lang niet altijd mogelijk, erkent de minister. “Maar vandaag wordt er nog te weinig naar deze laagdrempelige opties gekeken.”

Samenwerking tussen voorzieningen stimuleren

Ook het samenwerken tussen voorzieningen moeten we nog meer stimuleren. “In een buurt bevinden zich doorgaans verschillende voorzieningen. Zij kunnen vaak een nog grotere rol spelen dan ze vandaag al doen. Denk bijvoorbeeld aan de buurtwinkel die is gekoppeld aan een woonzorgcentrum. Waarom deze winkel niet openstellen voor elke bewoner van de wijk? Hetzelfde geldt voor het cafetaria van het woonzorgcentrum. De voorzieningen zijn vandaag nog teveel op zichzelf teruggeplooid. Dat moet in de toekomst anders. Ook daar zie ik op het terrein al prachtige voorbeelden van.”
“De bakker en de slager hebben altijd bijgedragen aan de sociale cohesie in een wijk. Zij wisten hoe het met Louis op de hoek ging of met Frieda van een paar huizen verder. Nu deze kleine zelfstandigen door concurrentiestrijd met grote ketens de deuren vaak sluiten, moeten we op zoek gaan naar mensen die deze functie kan overnemen.” 

Wouter Beke, Vlaams minister van welzijn, volksgezondheid, gezin: “In een wereld die steeds grootschaliger wordt, groeit het belang van de nabije buurt als plaats van geborgenheid.”
Waarschijnlijk zullen veel mensen ook na de coronacrisis deeltijds thuis blijven werken. Dit ondersteunt het belang van goede contacten in de buurt, vindt Wouter Beke. Het biedt ook mogelijkheden. “Als je meer tijd thuis doorbrengt, kan je elkaar meer hulp bieden en ook beter in de gaten houden. Buren zijn bereid om deze taken op te nemen. Dat heeft de coronacrisis laten zien. Die positieve ontwikkeling heeft heel wat energie en krachten losgemaakt. We moeten dit benutten.”

Doorbraakprojecten realiseren 

“Op verschillende plekken in Vlaanderen en Brussel zijn er vandaag al mooie voorbeelden van zorgzame buurten. Deze pioniersprojecten moeten andere gemeenten aanzetten om ook in lokale zorg te investeren.“
Het opbouwen en verduurzamen van dit web is een zoektocht, erkent de minister. “Onmisbaar in deze zoektocht zijn de lokale besturen. Zij weten als geen ander welke welzijns- en zorgorganisaties en zorgraden van de eerstelijnszone er actief zijn in hun gemeente en kunnen samen de motor vormen om een zorgzame buurt vorm te geven en echte doorbraakprojecten te realiseren.”
Het gezin Beke investeert alvast in zorg voor buren. Tijdens de coronaperiode gingen de dochters van Wouter Beke briefjes posten in de brievenbussen in de buurt met hun gsm-nummer erop. Wie hulp nodig had, mocht de meisjes bellen. 
“Na een paar weken vroeg ik aan mijn dochter van vijftien jaar hoeveel telefoontjes ze had ontvangen”, vertelt de minister. “Het waren er zeven. Allemaal van mensen die niets nodig hadden, maar mijn dochter bedankte voor het aanbod. Omdat ze het gebaar zo waardeerden, wilden de mensen die reageerden na de coronaperiode het meisje trakteren op een pannenkoek of een ijsje. Het was voor mij het bewijs dat zorgen voor elkaar veel meer is dan het uitwisselen van diensten. Het creëert een vorm van verbondenheid die mensen deugd doet.”

 

Foto's
Jan Locus